Veel Utrechters zorgen voor een stukje openbaar groen. Joyce Parlevliet van de stichting GroenmoetjeDoen! maakt voor ons een rondgang langs een aantal groene zelfbeheerprojecten in onze stad. Dit is deel 7.

Advies bij groen zelfbeheer

Na zijn pensionering (inmiddels al meer dan drie jaar geleden) is Ronald door de gemeente Utrecht gevraagd om als ‘Adviseur Bijzonder Gebruik Openbare Ruimte’, het groene zelfbeheer door burgers, de bruikleners in de Utrechtse wijken Zuid en Zuidwest te ondersteunen en uit te breiden. 

Zijn enorme vakkennis heeft hij onder meer opgedaan als opzichter-voorman in de wijk Noordoost, waar hij nog node gemist wordt. In deel 6 van deze serie over Ella en haar boomspiegels, merk je al dat zij veelvuldig van zijn kennis gebruikmaakt. 

Ronald onderscheidt twee vormen van groen zelfbeheer: de makkelijkste vorm is het om een stukje gemeentegrond in zelfbeheer over te nemen, dan hoeft er niet zoveel veranderd te worden. De andere vorm is om een stuk grond van de gemeente in zelfbeheer te nemen waarbij de locatie heringericht moet worden. 

De bruikleners hebben dan specifieke wensen. Dit brengt allerlei regelgeving en richtlijnen met zich mee, waaraan men zich moet houden en vaak zijn er ook nog financiële consequenties die een rol spelen. En het project moet soms eerst via een aanvraag en tekening van Wijkonderhoud & Service getoetst worden bij de BinG, een complex en tijdrovend proces. Deze toets is belangrijker geworden, nu het in de boven- en ondergrond veel drukker is. 

Na goedkeuring is Wijkonderhoud & Service verantwoordelijk voor de uitvoering. Volgens Ronald ging het vroeger allemaal makkelijker. Bruikleners raken wel eens ontmoedigd als iets niet mogelijk is, maar volgens Ronald begrijpen ze het als het maar goed uitgelegd wordt of op tekening aangewezen wordt, waarom zaken niet kunnen. Met de bewoners kijkt hij dan wat wel kan. Communicatie en draagvlak creëren zijn volgens Ronald erg belangrijk. 

Op de ene plek kun je wilde bloemen zaaien en op de andere plek worden er  plantvakken met vaste planten gemaakt volgens een bepaald beheerplan. Soms is het beter om voor blok om blok plantvakken met verschillende soorten planten te kiezen, dan elf soorten planten in een plantvak te zetten. Er zijn namelijk altijd soorten, die het beter doen dan anderen en dan is er een risico dat ze elkaar verdringen.

In de loop der jaren heeft Ronald Utrecht groener zien worden, enerzijds zijn er meer betrokken bewoners met een toename van groen zelfbeheer en anderzijds is het kijkgroen meer veranderd in gebruiksgroen, waardoor de biodiversiteit toegenomen is. 

Ook is er door de invoer van betaald parkeren meer ruimte gekomen om parkeervakken in te ruilen voor groen. Standaard is al de 2%-regeling per jaar voor opheffen en het vergroenen van parkeervakken, maar er moet wel een draagvlaktoets aan vooraf gaan (informatie bij het Wijkbureau). Ook is er de mogelijkheid voor tijdelijk groen op een parkeerplaats.

In tegenstelling tot anderen ziet Ronald wel een toename van betrokken jonge bewoners, die soms eerst starten met het onderhoud van een boomspiegel en dan grotere stukken openbaar groen gaan onderhouden, omdat zij zich zorgen maken over de biodiversiteit.

Hij geeft ook voorlichting op vakscholen over zijn werk, want aannemers en gemeenten vissen uit dezelfde vijver voor het werven van het toch al schaarse personeel. In het onderwijs van de vakopleidingen wordt de biodiversiteit gelukkig nu ook omarmd. Ronald vindt het belangrijk dat bij de gemeente de kennis ook in de wijk bij Wijkonderhoud & Service aanwezig is, zodat de groene zelfbeheerders een aanspreekpunt dichtbij hebben.

  

Tips:   

Alle afleveringen in deze serie tot nu toe: