IN HET ROOD IN CHERBOURG-BREST

Door Jeroen Wielaert - 'Ik zit helemaal in het rood, met steeds die zon op kop.' Pijnlijke verzuchting van Cees van Gemert, na de maandagse aankomst in Granville, stad op de route van zesde de etappe van de Tour van 1926, Cherbourg-Brest. Niet de wind, maar de warmte was de grootste last voor de 70-jarige Utrechter, onderweg op zijn 70-daagse rondrit over de route van die langste Tour ooit: 5745 km. De rit van Normandië naar de uiterste westkust van Bretagne was 405 kilometer lang en werd op 30 juni 1926 gewonnen door de Belg Joseph van Dam, in 16 uur 12 minuten en 49 seconden.

De laatste week van mei was ook in Frankrijk een van de heetste ooit gemeten. Cees uit de Griftstraat kreeg er heftig mee te maken. Hij had de temperaturen wel zien aankomen en vertrok extra vroeg, om 7.15 uur voor zijn route van meer dan 100 kilometer, met meer dan 1100 hoogtemeters.

In de loop van de ochtend werd het kwellend heet. Van Gemert in zijn dagboek op Polarsteps: 'Vanaf 11 uur werd de warmte al 'te', maar na een uitgebreide pauze om 12 uur moest ik nog ruim 25 kilometer met de zon vol in m'n gezicht en geen greintje schaduw op een licht oplopende weg. Ik heb bij aankomst 20 minuten onder een koude douche gestaan om het lichaam weer op temperatuur te krijgen. Niet dat het echt hielp, daarvoor was ik simpelweg te diep moeten gaan.'

Bijkomend euvel was de ketting die ongecontroleerd van kransjes begon te wisselen. Dat was dinsdag te verhelpen bij een bedrijf op 30 kilometer afstand. Een goede reparatie voor op een rustdag, met een toeristisch bezoek aan de nabije Mont-Saint-Michel, het beroemde kloostereiland in zee. Daarna ontpannen in een fijn hotel in Beauvoir.

De fiets ondergaat een reparatie.

Woensdag al om 6.30 op de fiets, verder Bretagne in. 'Dit stuk Frankrijk is niet mijn favoriete terrein en dus kijk ik er niet naar uit. Maar ja, 100 jaar geleden in het parcours opgenomen, dus aan de bak dan maar.'

Hij kon de eerste drie uur veel in de schaduw rijden, maar voelde het warmer worden. Eerst nog een uitgebreide stop in het historische Dinan, dan extra pauzes voor verkoeling en daarna de remmen dicht in Lamballe-Armor, rond de 20 kilometer voor Saint-Brieuc.

Donderdag was het minder warm. De route ging door Yffiniac, de geboorteplaats van Bernard Hinault. Goede inspiratie voor een rit van 110 kilometer, met 1250 hoogtemeters over een reeks 'kutheuvels' – op de grote plaat naar beneden en dan weer op de kleine omhoog. Het is tegen Van Gemerts wens naar geleidelijkheid. Bretagne staat niet voor niets bekend als de wieg van veel grote Franse renners. Morlaix is een mooie rustplaats aan de ruige Bretonse kust.

Yffiniac, de geboorteplaats van Bernard Hinault.

Aankomst in Brest op vrijdag, na een kort ritje van 50 kilometer. Net als in Le Havre en Cherbourg is Brest zwaar gebombardeerd in de '40-'45. 'Aan de naoorlogse nieuwbouw hebben de architecten uit de tijd weinig bijzonders kunnen toevoegen. Het ziet er allemaal nogal betonnerig communistisch uit.' Dan maar naar een Ibis-budget op een industrieterrein 8 kilometer buiten de stad.

In Brest.

Veel leuker is het om zaterdags aan te komen in Quimper, goed behouden middeleeuwse stad op de route van de zevende etappe van 1926 naar Les Sables-d'Olonne. Het gaat over lange, trage hellingen. Va Gemert is er vroeg, tijd genoeg om alles relaxed te bewonderen.

Zondag 31 mei, ruim een maand onderweg, ruim 2400 kilometer gefietst. De Utrechter was al om half twaalf in Lorient, lelijke havenstad. Genoeg reden om nog even door te trappen. De ochtend was grijs bewolkt, even viel er een miezerscherm aan regen. Auray is een mooie plaats om te stoppen, met een prachtige oude haven. Die aanschouwde Van Gemert niet meteen. Vanuit zijn hotel op 2 kilometer van het centrum foeterde hij: 'Ze hebben me er weer weten in te luizen. Ik ben terecht gekomen in een B&B-hotel, zo'n keten aan de snelweg. Dan maar zonder de bagage de stad in fietsen.'

Verder niks te klagen. 'De hitte is er wel af. Je hebt een beetje zeewind. Van te voren zag ik erg tegen Bretagne op, maar het is me beter bevallen dan Normandië.'

Het idillische Auray.