Cees van Gemerts Tour van 1926 (4)
Gepubliceerd: maandag 25 mei 2026 08:59
DUINKERKEN-LE HAVRE EN LE HAVRE-CHERBOURG
Door Jeroen Wielaert - In een week twee etappes uit de Tour van 1926, dwars door Normandië. Als 70-jarige in vorm vordert Cees van Gemert onder sterk wisselende omstandigheden op de route van die monsterlijke ronde van 5754 kilometer.
In zijn derde hele week reed hij Duinkerken-Le Havre en Le Havre-Cherbourg. Op 26 juni 1926 won de Belg Félix Sellier in Le Havre na 361 kilometer de massasprint, in 14 uur 57 minuten en 1 seconde. Belg Adelin Benoît won op 28 juni na 357 kilometer in Cherbourg, in 14 uur 14 minuten en 9 seconden.
Die Tour van 1926 duurde vier weken. Voormalig Theatergroepenbaas Van Gemert heeft een rittenschema van 70 dagen en 18 rustdagen. Na hevige regenbuien op weg naar Duinkerken in rit 3 sprak hij vorig weekend in Lille over een licht griepje. Dat was zorgelijk. Toch genoot hij van de goede wijn bij het diner. Met nieuwe moed fietste hij zondag in Duinkerken weer verder.
In Polarsteps noteerde hij over het traject naar Boulone-sur-Mer:
Zwaar, heel zwaar. Natuurlijk door de drank de avond ervoor, maar vooral door de wind, 40 km vol tegen, daarna 50 kilometer schuin tegen, maar daar kwamen nog wat hellinkjes voor in de plaats.
Hij werd geconfronteerd met verschillende vormen van verkeer.
Passeerde 20 km voorbij Duinkerken een “tentenkamp” of iets dat daarvoor door moet gaan, van vluchtelingen die de hoop hebben ooit in Engeland te geraken. Verderop kwam ik vooral motorhomes en campers tegen die de wegen langs de Normandische kust onveilig maken door soms rakelings langs je heen te gaan.

En dan de verzuchting na aankomst in Boulogne-sur-Mer, na 6 uur fietsen met een gemiddelde van 15 kilometer per uur:
Wat kunnen badplaatsen er met een “herfstklimaat” toch troosteloos uitzien. Vergane glorie...
Maandags werd het weer niet beter onderweg naar Abbeville.
Het was een dag van regen, wind, wolken en zon. Van alles een beetje en van niks heel veel.
Dinsdag kwam hij tegen de planning in niet verder dan Dieppe.
Bar en boos. Windkracht 4 tot 5 BFT tegen of in gunstig geval opzij, de hemeldouche wagenwijd open (met heel af en toen een droog kwartiertje) en (vracht)auto's die door de plassen op het wegdek nog een flink regengordijn over me uitstrooiden. Maar het deerde me allemaal niet: ik stoempte aardig door op het heuvelachtige parcours.
Dit was een man die niet zong in de regen, met voeten, soppend in het regenwater. Bij zijn aankomst in Dieppe begon de zon te schijnen. Hij had het ergste doorstaan. Wel was zijn mobiel totaal leeg, maar dat kon worden opgelost in een phonewinkel in de grote havenplaats. Hij schreef:
Kortom: simpelweg dolgelukkig in Dieppe en die 28 kilometer haal ik de komende dagen wel in!
Dat viel alweer tegen, noteerde hij op woensdag bij een foto van een strak staande windwijzer:
Fietsen tegen de wind in. En niet zomaar wind; heel de dag windkracht 5 BFT met uitschieters naar 6. Voor iedere meter moest vandaan gevochten worden. Met een gemiddelde snelheid van iets boven de 13 kilometer per uur (!) ben ik tot Fécamp gekomen.

Met die wind die aanvoelde als een reeks cols, was hij toch goed stel gevreesde hindernissen verder.
Die moeilijkheden verminderden donderdag sterk op de inlandse route langs de rive droit, rechteroever van de Seine, richting Rouen. Hij kon de rit Duinkerken Le Havre afstrepen.
Wat een verschil met gisteren: zon en windkracht 2. Daar wordt een mens gelukkig van en dan trap ik liefst ruim 100 kilometer weg.
Toch nog wel lastig, de slotklim naar zijn Chambre d'hôte in Villequier, bovenop een steile, lange helling ('zeg maar Keutenberg x3'). Geen woord meer over een griepje.
Vrijdag ging het weer westelijk, langs de rive gauche, linkeroever van de Seine. Na 110 kilometer aankomst in de schilderachtige havenplaats Honfleur. Hij had de vraag gekregen, waarom hij uit Le Havre niet de Pont de Normandie over was gegaan, maar die bestond nog niet in 1926.
Dat had mij dus ook 180 km gescheeld. Maar goed: dan had ik ook een mooi deel langs de Seine gemist.

Honfleur was met Pinksteren propvol toeristen, een parkeerplaats met 200 campers naast het hotel van Van Gemert.
Zaterdags voort langs de Normandische kust, met de onvermijdelijke confrontatie met de Invasie.
Landinwaarts liggen Caen en Bayeux, steden waar D-day (6 juni 1944) een verdienmodel is geworden. Overal geallieerde vlaggen, een beeld van een Canadese trooper en net voor Caen hoorde ik live Schotse doedelzakken.

Het toeval wilde dat ik zelf eerder in de week onverwacht was gevraagd om zaterdagmiddag voor de regionale omroep XON live televisieverslag te doen van de wielerwedstrijd Veenendaal-Veenendaal. Ik had Cees er telefonisch over verteld.
In die uitzending was er tijd om uit te wijden over de inspanningen van renners, kwam ik associatief op die Tour van 1926 en begon spontaan het verhaal van Van Gemert te vertellen. Op zijn hotelbed in Bayeux tikte Cees net de link aan en hoorde het rechtstreekse relaas van zijn eigen tocht.
Dus sinds vandaag ook wereldberoemd in Veenendaal zullen we maar zeggen!
Op kamer 2 in het ouderwetse Hôtel d'Angleterre in Cherbourg zette hij ook een streep door de vijfde etappe van toen. Op een naburig terras vertelt hij met een witte wijn erbij een opgewekt verhaal.
Het eerste deel was lekker, het laatste pittiger, met allemaal van die kleine heuveltjes, kleine weggetjes in, overal kuilen in de weg. Ik was er om drie uur, na 100 kilometer. Netjes. Het was warm, ben vroeg vertrokken om de hitte voor te zijn. En overal was het D-Day.
In Sainte-Mère-Église zag hij de pop van parachutist John Steele die daar nog altijd uit de kerktoren aan een parachute hangt, als herinnering aan die eerste nacht, 6 juni 1944.

Het is een soort Valkenburg daar. Ik heb ook de Dead Mans Corner gezien, waar toen een soldaat een paar dagen dood uit een tank hing. Ik kwam langs de D-Day Experience, maar ben er niet in gegaan. Ongelooflijk hoe dat allemaal wordt uitgebaat daar.

Andermaal ligt hij voor op zijn eigen schema.
Het stemt hem alles bij elkaar opgewekter dan in Lille.
Ik heb een dag teruggehaald. Eerst maar eens naar Granville, zuidelijk. Ik zit ongeveer op een derde van de afstand van 1926. Het gevoel is goed. Het is warm, maar goed te handelen. Ik trap ze zo weg. Ik ga met volle moed naar Bretagne.