Cees van Gemerts Tour van 1926 (3)
Gepubliceerd: zondag 17 mei 2026 18:09
DERDE ETAPPE, METZ-DUINKERKEN
Door Jeroen Wielaert - Met 5754 kilometer was de Tour de France van 1926 de langste uit de geschiedenis. Een mooi historisch gegeven voor Cees van Gemert om die ronde op zijn 70-ste na te fietsen in 70 dagen, liefst over het traject van toen. De voormalige theatergroepenleider uit de Griftstraat is inmiddels de 1000 kilometer voorbij met de voltooiing van de derde etappe van toen: Metz-Duinkerken, destijds de langste: 433 kilometer. In Duinkerken won toen de Belg Gustaaf van Slembrouck, in 17 uur 11 minuten en 14 seconden.
Van Gemert rijdt die lange etappes van 1926 in delen van drie, vier dagen. De eerste etappes ging het zo voorspoedig dat hij voor raakte op zijn schema. Onderweg naar Duinkerken kwam hij maandag aan in Maubeuge. Hij beschreef het mooi in zijn eigen dagboek op de app van Polar Steps: 'De eerste 1000 kilometer zit erop! Almost 5 to go! In de regen gestart. Eerste 25 km harde, koude wind van de zijkant. Toen het droog werd, moest ik van westwaarts richting noordwaarts: 50 kilometer harde tegenwind. Verkleumd en wel in Maubeuge aangekomen.Het culinaire genot gaat hier niet verder dan pizza, kebab, frites of een combi hiervan. O ja en een MacD.
Wat de route betreft: de originele 1926 route is eindeloos op en af en op en af etc. op een kaarsrechte weg. Gelukkig lag er de laatste 20 km een geasfalteerd fietspad langs een riviertje dat me zo Maubeuge invoerde, als was het het mooiste dat me kon overkomen. Ik voel me een heel gelukkig mens in Utrecht als ik al deze troosteloosheid van dichtgeplankte winkels, geen vertier etc. om me heen zie!'

Dinsdag 12 mei fietste hij binnen in Lille, een dag eerder dan de planning. In Polar Steps: 'Lille, stad met 2 gezichten waarvan het oude het voor mij wint van het nieuwe. Het oude stadscentrum met het ene mooie gebouw na het andere tegenover futuristische winkelgalerijen en kantoorgebouwen. De steden op weg hiernaar toe, Valenciennes en Saint Amand les Eaux tonen een rijke historie die schril afsteekt bij het harde platteland. Saint Amand heeft enige vergelijking met Utrecht. Ook hier is slechts een toren blijven staan van wat eerst een hele kerk was. En dan mijn tocht vandaag: pittig. Niet zozeer door het profiel, maar de harde tegenwind maakte dat het “stoempen” was. Gelukkig kon ik stroken van Parijs-Roubaix zien, maar bleven ze me bespaard.
Schade vandaag: een linkerhandschoen is uit mijn jaszak geschud op een slecht stuk wegdek. En die waren er meerdere, dus weet niet precies waar.'
Woensdag bleef hij in Lille, vanwege de stortbuien. Donderdag kwam de voltooiing in Duinkerken. 'Een route langs onuitspreekbare plaatsnamen die je eerder aan Kirgizië doen denken. Vlak, slingerende weggetjes, veel wind, akkers en velden en altijd ergens een kerktoren die hoog boven het maaiveld uitsteekt.'

Met de trein keerde hij terug naar Lille, voor de aldaar geplande rustdagen, samen met zijn vrouw Julia, ze hadden een B&B in de Rue Basse, het oude centrum. Voor Nieuws030 ontmoet ik ze op zaterdagmiddag. Tijd voor een tussenbalans na bijna drie weken, met nog ruim twee maanden te gaan, waarin de beklimmingen van de Pyreneeën en de Alpen.

In wijnbar Les Frères Pinard aan de Rue des Vieux Murs vertelt Cees van Gemert: 'Tot nu toe gaat het boven verwachting goed. Die 80, 90 kilometer per dag tik ik makkelijk weg, met 18 kilometer per uur. Rustig aan. Waar ik angst voor had, begint wel waarheid te worden, namelijk die kutwind, in combinatie met regen. Apparaten beginnen kuren te vertonen. De powerbank van mijn telefoon werd nat.'
Hij is nog tamelijk opgewekt over zijn eigen fysieke malheur. 'Ik zit tegen een griepje aan, moet oppassen. In Maubeuge kwam ik nat aan van de regen en bezweet van het klimmen. In Lille aangekomen merkte ik dat de gezondheid begon te wringen. Ik ben niet heel ziek, maar ook niet heel lekker. Een beetje spierpijn, een beetje hoofdpijn. Het weer ziet er niet goed uit. De wind blijft een ding. Tegen het komende stuk langs de kust zie ik meer op dan de Pyreneeën en de Alpen. De hele dag waaien, knokken tegen de elementen. We gaan een paar pittige weken in, in Normandië en Bretagne. Goed, dan maar een uurtje langer. Ik hoop dat ik me er mentaal op kan instellen.'
En dat dus zonder coach, soigneur en diëtisten – alles van de moderne begeleiding in het moderne cyclisme. 'Nee, dat heb ik allemaal niet. Ik heb een wegenkaart, de enige support die ik heb. Ik krijg wel genoeg mentale support. Elke week van Nieuws030, de reacties op Polar Steps. Ik ben nog niet op het punt van: waar ben je mee bezig, maar die support zorgt er wel voor dat je het op moeilijke momenten vol kunt houden.'
En de diepere gedachten op die lange afstanden? 'Nog niet heel veel. Die komen nog wel. Ik heb wel aan relaties zitten denken. Er zijn veel stellen die het samen niet volhouden. Ik heb het goed met Juul. Als ik op de fiets zit en erover na denk, realiseer ik me dat ik een gelukkig mens ben.'
Zijn totaaltijd Metz-Duinkerken was 23 uur en 40 minuten, dik 6 uur langer dan Van Slembrouck, destijds 24 jaar oud. 'Ja, maar toen wel achter elkaar. Dat heb ik wel zitten bedenken. Zij waren nog in de kracht van hun leven, maar moesten 17 uur achter elkaar op de fiets zitten. Toen zal de wind er ook wel geweest zijn. Ik snap niet dat mensen dat gekund hebben, met een gemiddelde van 25 kilometer per uur. Het moeten meer dan bikkels zijn geweest. Zij hadden ook rustdagen, maar ze moesten toch elke keer meer dan 300 kilometer rijden, met slechter materiaal en op slechtere wegen en waarschijnlijk ook geen goede hotels. Dat maakt het meer dan bewonderenswaardig, onvoorstelbaar.'
En het wereldnieuws? 'Op Nu.nl en de Volkskrant op mijn mobiel. Het gaat het ene oor in en het andere oor uit. Er is toch iets van een grotere afstand. De televisie is alleen maar Frans. Daar kennen ze Loosdrecht niet.'
Met een dag voorsprong op het schema is hij zondagmiddag na 90 kilometer uit Duinkerken aangekomen in Boulogne-sur-Mer. Op kamer 11 in Hotel Alexandra puft hij na: 'Het was gemiddeld 15 kilometer per uur. Ik moest een paar keer te voet in dorpen met zondagse vlooienmarkten. En dan die wind, jongen, godver. Zelfs heuvel af moest ik doortrappen om niet terug geblazen te worden. Het is van die kliffen op en dan naar beneden. Ik ben niet in de allerbeste shape, dus rustig aan gaat het goed. We zijn er weer, wat dat betreft ben ik blij.'
