Tussen eind augustus en november is de Utrechtse woning van Dik Binnendijk vertimmerd van een F-energielabel-huis tot een hopelijk zuiniger B-energielabel-woning. Alleen de zonnepanelen moet nog het dak op. En natuurlijk is niet alles volgens plan gegaan. Goede onderlinge communicatie zou ook veel helpen. Dit is deel 6, (voorlopig) het laatste deel van De Energievertimmering. 

  

“De paraplu!” Dat denk ik automatisch als ik het geluid hoor van regendruppels op de plastic lichtkoepel in de keuken en ik naar buiten wil. Op die koepel kan de zon in de zomer ook lekker branden. De hitte voel ik dan in de keuken. En ik ga het dak maar weer eens op als een meeuw of duif op mijn koepel heeft gescheten om die vogelpoep eraf te boenen.

Die koepel moet vervangen worden door een dubbelglazig lichtvenster, ook wel een vlakke dubbelglas lichtkoepel genoemd. Op maandagmorgen 8 september zijn Arend en Kaan van het installatiebedrijf Klomp BV uit Amsterdam de grootte van mijn koepel komen opmeten. Dat is binnen een half uur gepiept inclusief een kop koffie. 

“Als er bij ons een lichtvenster op maat op voorraad is dan word je gebeld. We brengen hem dan morgen langs en plaatsen hem op het dak.”  

Zonder eerst te bellen komen Arend en Kaan rond twaalf uur alweer langs met een lichtvenster. Ze treffen het dat ik nog thuis ben. Dat nieuwe lichtvenster is een loodzwaar kreng, dat ze met moeite door mijn huis heen kunnen tillen en in de tuin tegen de achtergevel zetten. Met z’n tweeën het venster op het platte dak krijgen is niet mogelijk. Volgens Arend zou dit met vier man wel kunnen. Hij denkt die extra manschappen aan het eind van de middag wel te kunnen regelen. 

“En morgen monteren we dan dat lichtvenster.”

Ze zijn een half uur weg. Planner Boy van Klomp BV belt me op; ik heb hem al eerder aan de lijn gehad. Zijn boodschap: 

“Het lukt niet om op korte termijn vier mensen te regelen.” 

De afspraak wordt nu woensdagochtend 17 september om acht uur. 

Ze komen dan eerst met vier man en dan gaan twee man de montage doen.”  

Later op de middag belt Arend me: 

“Het gaat vandaag toch niet lukken, maar morgen wel.” 

Hij is duidelijk (nog) niet gebeld door Boy, dat het tillen een week later zou zijn. 

Als die woensdagochtend om tien uur nog niemand langsgekomen is, bel ik naar Klomp BV. Receptioniste Sonja weet van niets, maar ik zal worden teruggebeld. Rond kwart over tien gaat de huisbel: Steve en Bouke van Klomp BV staan voor de deur. Ze hadden eerst nog een klus elders in Utrecht en ze zijn daarna naar mij gekomen. 

“Ik dacht dat jullie met vier man zouden komen. Dat was afgesproken met Boy.” 

Ze wisten van niets. 

“Er was iets met uw koepel.”

“Ja, het nieuwe lichtvenster staat achter tegen mijn huis en zou door vier man op het platte dak worden getild. Kom maar mee, dan kunnen jullie het zelf zien.” 

Even later zegt Steve: 

“Nee, ook met vier mensen til je dat lichtvenster niet op het dak.” 

Ik: 

“Dan moet je met een kleine tilmachine door de voor- en achterdeur van het appartementencomplex verderop. Zo kun je bij mij achter komen.” 

Ik laat het ze het achterpad zien. Ze gaan het op de zaak overleggen en ik word daarover weer gebeld. 

Omdat ik niets hoor, heb ik maandagmiddag 29 september maar weer eens naar Klomp BV gebeld. Planner Boy heeft inmiddels het Bergstraatkarwei doorgegeven aan collega-planner Sander. Deze Sander vertelt mij dat de afspraken met aannemer Wits (zie verhaal ‘Blokkenschema’) nogal rammelden en dat hij daarom toevallig vanochtend langs mijn huis is gereden, maar niet heeft aangebeld omdat hij dacht dat ik er toch niet zou zijn. 

“Ik ben de hele ochtend thuis geweest.”

Op mijn verwijt dat de interne communicatie bij Klomp ook nogal rammelt, volgt een lulverhaal. Dat weet ik want Steve en Bouke wisten echt van niets. Ik heb het maar zo gelaten. 

Steve had doorgegeven dat het tillen ook niet ging lukken met vier man. Er moest een kraan komen die in de Bergstraat over de nok van mijn dak het lichtvenster op het platte dak kon tillen.

Sander: 

“Zo’n kraan is niet zo snel geregeld. Ik ga er morgen mee aan de slag.” 

Drie dagen later belt Sander op: woensdagmorgen 8 oktober heeft hij een kraanwagen kunnen ‘strikken’ voor het tilwerk en daarna wordt het lichtvenster op mijn dak gemonteerd. 

De kraanwagen. Foto: Dik Binnendijk

Net voor achten staat de kraanwagen voor mijn deur. Chauffeur Morres is om half zes opgestaan en heeft de wagen opgehaald bij zijn baas dakdekker Hellendplus BV in het dorp Zwaag vlak bij Hoorn (regio West-Friesland). Ik geef hem zwarte koffie. Daarna maakt Morres de wagen klaar voor het tilwerk. ‘Uitgeklapt’ is de kraan 35 meter hoog en kan met gemak over mijn dak heen. 

Morres is net klaar voor het hijswerk als de twee Klomp-monteurs uit Amsterdam arriveren: Arend ditmaal met Lerby. Ik heb nog onthouden dat Arend - net zoals ik - zwarte koffie drinkt. Lerby wil alleen water. Het eigenlijke tilwerk duurt slechts twee minuten en net voor negenen ligt het lichtvenster op mijn platte dak. Morres kan daarna de kraanwagen weer rijklaar maken voor de terugtocht en een half uur later vertrekt hij naar Zwaag. 

Het had die nacht flink geregend dus Arend en Lerby beginnen met het droogmaken van het bitumen op het platte dak. Het blijft gelukkig verder droog en net na de middag zit mijn nieuwe lichtvenster op z’n plek. Lerby vertrouwt me bij het weggaan nog toe, dat ze dat venster best met vier man op mijn dak hadden kunnen tillen. Maar misschien was hij toch te optimistisch. In ieder geval is mijn druif langs de dakgoot nu gespaard gebleven.

Het eigenlijke tilwerk duurt twee minuten. Arend kijkt toe. Foto: Dik Binnendijk

Nu hoor je de regen heel zachtjes tikken op het glas. Het ‘de paraplu!!!-geluid’ is verdwenen. Een ander nadeel is dat het water - in tegenstelling tot de plastic koepel - op het vlakke glas blijft liggen. De voordelen van het dubbelglas lichtvenster moeten zich nog verder bewijzen, maar dat geldt eigenlijk voor alle onderdelen van de energievertimmering. 

Voor de volledigheid moet ik nog noemen dat zes dagen voor de koepelwissel ook een deel van het dubbele glas in mijn ramen is vervangen door nog meer isolerend dubbelglas. Het lichtvenster is het laatste onderdeel geweest voor het opkrikken van het energielabel van mijn woning. Woningcorporatie Woonin stuurt nu nog een speciaal bedrijf langs die alle vertimmeringen bekijken en daarna gaan berekenen welk energielabel aan mijn woning wordt gehangen: D, C of B. 

Achteraf moet ik zeggen dat de energievertimmering zelf is meegevallen. Ik kon thuis blijven wonen en slapen. En ik heb zelfs ook nog een beetje kunnen werken. Maar vooral het gezeik met regelneefachtige types en de slechte interne en niet optimale externe communicatie van bedrijven en organisaties zijn de aanleiding geweest, dat ik aan deze reeks energievertimmeringen ben begonnen. Met de echte werkers in mijn huis is gewoon alles prima verlopen. Nu alleen de zonnepanelen nog...

Het regenwater blijft nu liggen op het platte lichtvenster. Foto: Dik Binnendijk

  

Alle afleveringen van de serie ‘Energievertimmering’ tot nu toe:

  1. De energievertimmering
  2. De grofvuilhoop
  3. Dakisolatiekramp
  4. Blokkenschema
  5. De vergeten groene krat
  6. De vlakke lichtkoepel