Ed Knegtel - Het Stadskantoor torent uit over heel Utrecht. ‘Bijna heel Utrecht …,’ om een beroemde regel uit de Asterix-albums te parafraseren, want het Grote Geld, de megalomane Rabobank, de Verrekijker in de volksmond, mocht nóg hoger bouwen.

Gelukkig hebben we nog genoeg respect voor onze historie: de Dom blijft met haar 112,32 meter de hoogste. Feiten, naast vele andere, die ik opdeed tijdens mijn introductiedagen bij de gemeente Utrecht alwaar ik mijn laatste werkzame jaren als ambtenaar hoop te slijten.

Vanuit het Stadskantoor (zesduizend flexwerkplekken, alleen Sharon heeft een eigen kamer) kijk je uit op het Bollendak, die verrotte poort naar de stad, waar dagelijks onder andere door veiligelanders aan antireclame gedaan wordt.

Even macro-micro hier: als u thuis logees ontvangt die zich gruwelijk misdragen, dan laat het zich niet moeilijk raden hoe dat opgelost wordt. Lijkt mij een quizvraag voor niet meer dan één punt. Waarom krijgen we dit niet onder controle?

De columns over het Bollendak zijn al geschreven, en ik had mezelf een positieve insteek beloofd, dus snel door naar de kern.

Stadsmakers zijn de zesduizend mannen en vrouwen die op het Stadskantoor werken. Maar ook de zevenhonderd die iedere dag bij Stadsbedrijven op de Tractieweg inklokken. De mensen die ons vuilnis ophalen, onze straten en pleinen schoonmaken, de sportvelden, zwembaden en begraafplaatsen onderhouden en over onze veiligheid waken.

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt, en zo’n stad besturen en fatsoenlijk laten functioneren is veel werk. Ik heb tijdens die introductiedagen weer eens bevestigd gekregen dat wij het in Utrecht aardig voor elkaar hebben. Niet alleen het stadsbestuur maar ook de 378.140 Utrechters dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid. U en ik, Stadsmakers zijn wij allemaal.