In 1967 ging Dik Binnendijk in Utrecht biologie studeren. Twee jaar later kwam hij ook echt in de Domstad wonen. De universiteit was toen nog bijna volledig gevestigd in panden in de stad. In de onregelmatig verschijnende serie ‘Utregdikkies’ schrijft Dik over persoonlijke herinneringen die gekoppeld zijn aan straten, buurten, gebouwen, gebeurtenissen en mensen in de stad. 
  

Toen ik begin december vorig jaar door de Oude Hortus liep, zag ik dat de achterkant van één van de panden die aan Nieuwegracht stond, verbouwd werd. Er lag veel bouwmateriaal buiten. Toen pas realiseerde ik me dat ik vroeger regelmatig in dat pand vergaderd heb. Ik liep wat verder en zag dat het inderdaad het hoekpand was met de blinde muur naast de ingang van de hortus. Op de zijmuur van dat pand - Nieuwegracht 187 - staat als versiering een gedicht van C.C.S. Crone. 
 

Zo mooi als dat keer waren de
kastanjebomen nooit geweest
vermoedde ze.
Wie voorbij de Magdalenabrug 
Onder de Linden liep, en nergens
stilstond van bewondering
was zeker stekeblind.`
   

Het gedicht stond er nog niet in de tijd dat Biohistorie in dat pand was gehuisvest. Dat dat gebouw toen omgedoopt werd tot ‘Miquelhuis’, weet ik ook pas sinds kort. Het gebouw is nu een SSH-pand en wordt gebruikt voor studentenhuisvesting.

Jos Peeters restaureert het gedicht van C.C.S Crone op de zijgevel Miquelhuis (2023). Foto: Jim Terlingen/HUA

Na ruim twaalf jaar was ik in 1979 eindelijk als bioloog afgestudeerd. Vooral vanwege mijn maatschappelijke nevenactiviteiten (milieuacties) kreeg ik halverwege dat jaar voor drie dagen in de week een onderwijsbaan bij de afdeling ‘Biologie en Samenleving’ (B&S) van de Universiteit Utrecht. Behalve ik werd ook Pauline voor drie dagen per week aangenomen. Hoofd van de afdeling was onze teamleider Ed Brouwer. 

Bij B&S probeerden we vooral ouderejaars studenten te laten nadenken over wat voor positieve of negatieve invloed biologisch onderzoek kan hebben op onze samenleving. Voordat we naar de binnenstad zouden verhuizen zaten wij eerst in een houten noodgebouw aan de Cambridgelaan in De Uithof. We deelden die ruimte met onze zusterafdeling ‘Beleidsgerichte Biologie’ (BB). Voor de volledigheid: het algemene BB-thema was kort gezegd ‘hoe kun je biologisch onderzoek toepassen bij beleidsvraagstukken’.

Bij de gesprekken over onze taakverdeling vroeg Ed aan mij of ik zijn werkzaamheden kon overnemen om een practicum te ontwikkelen voor eerste- of tweedejaars studenten. Hij zei er eerlijk bij dat deze opdracht van de subfaculteit Biologie tot nu toe een wat moeizame bevalling was. ‘Vers bloed’ zou goed zijn.

Dus één van mijn eerste onderwijstaken was het mee-ontwikkelen van dat nieuwe practicum. Drie afdelingen of vakgroepen waren daarbij betrokken: naast B&S, ook Biohistorie en ‘Wijsbegeerte van de biologie’ (filosofie van de biologie). Wie er van Biohistorie bij het practicum betrokken waren, ben ik vergeten, maar die van wijsbegeerte absoluut niet: prof. dr. Aristid Lindenmayer (1925-1989). Hij was theoretisch bioloog, Hongaar van geboorte en sprak met een vreselijk Duits-Hongaars accent. We noemden hem in de wandelgangen ook wel Herr Professor Lindenmayer.

De bijeenkomsten werden altijd bij Biohistorie gehouden. Daar was voldoende vergaderruimte. Bij wijsbegeerte zijn we nooit geweest en wij hadden geen vergaderplek in ons noodgebouw. 

Informatiebordje bij de voordeur van het Miquelhuis. Foto: DB

Ik vermoed dat we na heel wat discussies met Herr Professor een gemeenschappelijk thema hebben gekozen, dat we van drie kanten zouden benaderen. Ik heb geen enkel idee meer wat dat thema was, maar het zou bijvoorbeeld biologisch onderzoek op het gebied van plantenveredeling kunnen zijn. De studenten moesten dan dat thema gaan bestuderen aan de hand van biohistorische vragen, filosofische beschouwingen en overpeinzingen over de maatschappelijke gevolgen van plantenveredeling.

Bij historische vragen kun je denken aan: welke ontwikkelingen in de plantenveredeling zijn er in de loop van de jaren geweest en verdwenen. Bij filosofie bijvoorbeeld: mag je manipuleren met erfelijke factoren, wanneer wel, wanneer niet, waar ligt de grens? En bij maatschappelijke vraagstukken bijvoorbeeld: wat zijn de nadelige of positieve gevolgen van het toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen om de veredelde planten te beschermen. 

Het samenwerken met de mensen van Biohistorie ging goed maar het samenwerken met Lindenmayer was een ramp. Als er uiteindelijk wat besloten was, begon Herr-Professor bij elke volgende vergadering de discussie weer helemaal opnieuw. Er werd in het begin niets opgeschreven, dus ik heb de taak op me genomen om van elke bijeenkomst een besluitenlijstje te maken en te verspreiden. Dat leek te helpen.

Uiteindelijk ging het door ons zo ontwikkelde practicum voor het eerst draaien. Het B&S en het biohistorisch onderdeel verliep redelijk tot goed. Van Lindenmayer kregen we geen hoogte. Toen ik op een gegeven moment maar aan een aantal studenten vroeg wat ze bij filosofie nu deden, begreep ik dat Herr Lindenmayer gewoon zijn jaarlijkse lesje afdraaide en niets deed van wat we gezamenlijk ontwikkeld hadden. 

Ik ontplofte bijna en ik zette een bom onder de samenwerking met de professor. Dat nooit meer! Nou, dat werd mij door de subfaculteit Biologie absoluut niet in dank afgenomen. Maar ik hield mijn poot stijf! Ik geloof dat ik nog geprobeerd heb om alleen met Biohistorie verder te gaan, maar zij wilden het nog een jaar proberen met Lindenmayer.

Als alternatief hebben we - B&S en BB - samen een practicum ontwikkeld, dat wel een succes werd. BB en B&S zijn samen de vakgroep ‘Maatschappelijke Biologie i.o.’ geworden. Nog voor de i.o. (in oprichting) geschrapt was, is Maatschappelijke Biologie opgegaan in de vakgroep ‘Natuurwetenschap en Samenleving’.  

Maar toen was ik al weg en misschien was de naam Lindenmayer ook al diep in mijn geheugen weggezakt. In ieder geval wist ik die naam niet meer toen ik aan deze Utregdikkie begon. Op internet heb ik de man weer gevonden. Nu wil ik hem wel weer vergeten, alleen dat zal voorlopig vast niet meer lukken. 

Op het internet: prof. dr. A. Lindenmayer, theoretisch bioloog

Alle Utregdikkies tot nu toe:

Deel 12: Miquelhuis, Nieuwegracht
Deel 11: Oude Hortus
Deel 10: Botanisch Laboratorium, Lange Nieuwstraat
Deel 9: Genetisch Instituut, Opaalweg
Deel 8: Over fruitvliegjes
Deel 7: Over Raven, Lanjouw en Kipp
Deel 6: Zoölogie bij 't Hoogt
Deel 5: Van Lokhorstgebouw, Catharijnesingel
Deel 4: Het Gele Kasteel en café Marktzicht
Deel 3: Snijlab in de Telingstraat
Deel 2: Physisch Laboratorium, Bijlhouwerstraat
Deel 1: Aakplein