Knegtel - Geen woorden
Gepubliceerd: zaterdag 16 mei 2026 10:07
Ed Knegtel - In banlieu Overvecht branden de auto’s. Respect voor de politie – en andere instanties – moet je verder zoeken, ga je hier niet aantreffen. De landelijke PR voor deze krachtwijk is in handen van een groep raddraaiers die er aardigheid in hebben hardwerkende politiemannen, -vrouwen en paarden met stenen en zwaar vuurwerk te bekogelen. Wat is er mis met deze jongeren, die onze mooie stad en de eigen gelederen in een kwaad daglicht stellen?
Een oud Afrikaans gezegde luidt: It takes a village to raise a child. Kinderen hebben er baat bij om, naast opvoeding door ouders, steun en richting te krijgen van buren, leraren en andere mentoren. Gezonde ontwikkeling ontstaat door verschillende relaties, niet in isolatie.
Overvecht is, zoals elke wijk, ook een dorpsgemeenschap. Niet een Nederlands dorp waar ik mij per se nog thuis voel – die conclusie trok ik onlangs na een bezoek aan de donderdagmarkt.
Opvoeding dus: niet alleen door ouders, maar door alle betrokkenen. De ouders, veelal opgegroeid in een cultuur van eer en schaamte, zullen er vreselijk van balen dat zoonlief deze nieuwe hobby uitoefent. Een dure hobby voor de maatschappij, voor u en mij, als belastingbetalers.
Het zal godverbiedthetvloeken, je auto zijn, zeg!
Onze burgemeester draaide op RTV Utrecht het obligate en overbekende praatje af over ‘lik op stuk’ en ‘complexe problematiek’. Het zou goed zijn als Utrecht, de maatschappij, nu eens precies te horen krijgt hoe deze puinhoop kordaat wordt aangepakt. Om een aantal redenen, waarvan polarisatie niet de minste is. Minder praten over ‘in kaart brengen’, meer laten zien wie hier nu eindelijk de regie neemt. Ook de wijk kan deze positieve PR oppakken.
Zijn er initiatieven? Van scholen, sportclubs, ondernemers? Vanuit de moskee? Buurtvaders? Waar blijven de vreedzame demonstraties, de spandoeken met ‘Poten af van onze buurt’, ‘Overvecht kan het wél’?
Ik lees op de socials dat onze jeune premier het bar naar zijn zin heeft op de Caraïbische wadden.