Raymond Taams - Zonder nu meteen in Blut und Boden-achtige toestanden te vervallen, moet ik u bekennen dat ik steeds meer waarde hecht aan Utrechtse grond onder mijn voeten. Dit gaat zelfs zo ver dat ik precies weet sinds wanneer ik mij binnen de stadsgrenzen bevind.

Op zondag 19 april 2026 werd ik, gezeten op de passagiersstoel van de Toyota van mijn vriendin, vanuit de Bilt naar Utrecht getransporteerd. Rond half zeven 's avonds passeerden we de gemeentegrens, hetgeen ons duidelijk werd door een rechthoekig blauw bord met daarop in witte kapitalen 'UTRECHT'.  

Het bovenstaande schrijf ik op mijn telefoon, zittend op de betonnen grijze bank met houten zittingen naast de ingang van het stadhuis. Tegenover mij lunchen mensen op het terras van café De Zaak, een urinegeur bereikt in golven  mijn neusvleugels.

De tegels onder mijn voeten zijn echter droog en het beton links en rechts ook, dus ik zit niet in iemands pis. Wel kunnen we op dit moment vaststellen dat ik mij bijna zeventien etmalen onafgebroken binnen de grenzen van de stad Utrecht ophoud.  

'Zou ik mijn bloed vergieten voor onze Utrechtse bodem?', vraag ik mij plotseling af. Nee natuurlijk niet, zodra de Provincalen binnenvallen vlucht ik naar Amsterdam, mijn geboortegrond, en als daar de pleuris uitbreekt desnoods richting Alkmaar, Den Helder, of waar mijn Burgerservicenummer me ook recht op geeft, want een ding is zeker: ik bezit dat Burgerservicenummer niet voor niks.  

Mijn literaire held, de Franse auteur Michel Houellebecq schreef eens: 'Nederland, dat is geen land, dat is hooguit een bedrijf'. Het woordje 'hooguit' vind ik zo'n heerlijk vilein detail.  

We zijn hier veel te individualistisch voor fascisme, ik kan ronkende Blut und Boden-literatuur produceren, het zal u een bloedworst wezen. Waar is uw Bonuskaart? De oudste moet zo naar hockey. Heeft bol.com dat pakketje al verstuurd? De Toyota-garage belde net.