Gisteren werd bekend dat na de Tweede Wereldoorlog structureel, wijd verspreid en ernstig seksueel geweld heeft plaatsgevonden tegen duizenden vrouwen die tijdens de bezetting een relatie met een Duitser hadden, of van collaboratie werden verdacht. In het onderzoek komt ook Utrecht voor.
  

Door Jim Terlingen

Direct na de bevrijding worden in de stad Utrecht, net als in het hele land, Nederlanders opgepakt die zich in de oorlog aan de zijde van de Duitsers schaarden. ‘Politiek verdachte personen’ heten ze officieel, in de volksmond zijn ze ’fout’. Deze aanhoudingen worden verricht door de Binnenlandse Strijdkrachten, maar ook door buurtbewoners. Soms worden de arrestanten in een optocht door de Utrechtse straten gevoerd, waarbij wordt gejoeld en gezongen.

Opgepakte collaborateurs komen de eerste dagen op zeven plekken in de stad vast te zitten: de gevangenissen aan het Wolvenplein en de Gansstraat, Fort de Bilt (net voorbij de Berenkuil), concertgebouw Tivoli aan de Kruisstraat, de Hojelkazerne op de hoek Croeselaan-Graadt van Roggenweg, Hotel Pomona (Domhotel) op de hoek Westerstraat-Catharijnesingel en Fort Blauwkapel in Maartensdijk. Als snel ontstaat het idee om een aparte ruimte voor vrouwen in te richten. Dat wordt ‘Kamp Plompetorengracht’, een wat grootse omschrijving voor de panden Plompetorengracht 14-16. (*)

In Kamp Plompetorengracht zitten tussen augustus en december 1945 ongeveer zeshonderd vrouwelijke collaboratieverdachten (niet allemaal tegelijk). Na signalen over wantoestanden stelt de Krijgsraad van het Militair Gezag een onderzoek in.

Uit vijftien getuigenissen blijkt dat minstens vijf bewakers, onder wie de commandant en de wachtcommandant van de militaire Gezagstroepen, geregeld seks hadden met gedetineerden in de kelder. Ze gebruikten zelfgeschreven getuigschriften als drukmiddel, met de belofte dat die strafvermindering of zelfs vrijspraak konden opleveren. Sommige bewakers maakten zich ook schuldig aan aanranding.

Groepsportret van het bewakingsdetachement en het intern personeel van de detentiefaciliteit voor vrouwelijke collaborateurs ('Bewaringskamp Plompetorengracht'). Foto: HUA

De bewakers ontkennen alles en noemen de verhalen verzonnen of wraakzuchtig. De rechercheurs sluiten hun rapport af met de ononderbouwde suggestie dat de vrouwen beïnvloed waren met beloftes en sigaretten. Die ene vage opmerking was genoeg om vijftien uitvoerige getuigenissen in twijfel te trekken.

In 1950 bevestigt onderzoek van een de Parlementaire Enquêtecommissie de lezing van de vrouwen. Daarbij komen ook dagelijkse vernederingen aan het licht: geweigerd toiletbezoek, achtergehouden post en dichtgespijkerde ramen. Ondanks de belastende informatie werd er in het eindrapport voor de Enquêtecommissie geen melding van gemaakt en zelfs de indruk gewekt dat er helemaal geen getuigen gevonden waren.

Het Utrechtse geval staat hier in detail beschreven op de website van de NIOD onder het kopje 'Aanranding en seks voor vrijspraak' als deel van een longread en als voorbeeld van een breder patroon, waarin misbruik in de kampen stelselmatig werd toegedekt en klokkenluiders de mond werd gesnoerd.


(*) In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk vermeld Plompetorengracht 8 en 8bis. Dat was gebaseerd op een fotobijschrift in het Utrechts Archief. Deze locatiebepaling blijkt na nader onderzoek van mij onjuist. Eén van de bronnen voor deze conclusie zijn brieven, die ook te vinden zijn in HUA:

 

Het pand in 2022. Foto: Google Maps