René van Maarsseveen - Ik lees over een woontoren die hoger mag worden dan de Domtoren. Dan denk ik aan twee eerdere artikelen op Nieuws030, over bestuurders die ergens anders geboren zijn en de vraag of je een stad kunt liefhebben zonder haar werkelijk te voelen.

Een paar meter boven de geschiedenis

Natuurlijk las ik de afgelopen jaren over het project MARK. Maar er zijn besluiten waarvan je pas jaren later ontdekt dat ze ooit echt genomen zijn. Besluiten die ergens in een vergaderzaal tot stand kwamen, tussen de behandeling van een bestemmingsplan en de vaststelling van een beleidsnota. Besluiten waarvan de gevolgen aanvankelijk nauwelijks zichtbaar zijn. Totdat er een bouwkraan verschijnt.

Zo'n besluit blijkt MARK, een nieuwbouwproject in Leidsche Rijn Centrum. Het wordt een verzameling van drie woontorens en vier lagere gebouwen, met ruim duizend woningen, winkels, horeca en andere voorzieningen. De hoogste toren wordt 135 meter. Dat is bijna 23 meter hoger dan de Domtoren. Drieëntwintig meter!!! Dat is een flink flatgebouw van negen woonlagen boven op het symbool van Utrecht.

De Domtoren, een bijzondere positie

Eeuwenlang was de Domtoren het hoogste gebouw van de stad. Niet omdat Utrecht geen hogere gebouwen kon bouwen, maar omdat de toren een bijzondere positie innam. De hoogte van de Dom gold lange tijd als een grens die je niet overschreed. Geen algemeen wettelijk verbod, zoals weleens wordt gedacht, maar een stedenbouwkundige afspraak.

Het was een ongeschreven regel die voortkwam uit respect voor de zichtlijnen vanuit de omgeving, het karakteristieke silhouet van de stad en het historisch besef dat sommige dingen niet aan verandering onderhevig hoeven te zijn. Voor generaties Utrechters was de Domtoren bovendien het eerste herkenningspunt bij thuiskomst. Of je nu terugkwam van vakantie of een dagje weg was geweest, ergens in de verte doemde hij op. Daar lag Utrecht. Daar was je thuis.

Dat was kennelijk niet langer voldoende

Het merkwaardige is dat ik niet eens zozeer bezwaar heb tegen hoogbouw. Steden veranderen, mensen moeten ergens wonen en een stad die bouwkundig nooit iets nieuws durft te doen, verandert uiteindelijk in een openluchtmuseum. En daar zijn er genoeg van in Nederland.

Maar waarom moet een woontoren hoger worden dan de Dom? Wat wordt er gewonnen met die extra meters, behalve een nieuw record? En vooral, vroeg ik me af wie heeft besloten dat de eeuwenoude maatstaf van Utrecht voortaan niet meer geldt?

Hoe MARK boven de Dom uitgroeide

Het plan blijkt niet gisteren bedacht. Het heeft een lange bestuurlijke geschiedenis, waarin verschillende colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad een rol speelden.

In 2018 zette het toenmalige gemeentebestuur de ontwikkeling van de hoogbouwkavel in Leidsche Rijn Centrum in gang. Het college bestond uit burgemeester Jan van Zanen (VVD) en de wethouders Kees Geldof (VVD), Paulus Jansen (SP), Victor Everhardt (D66), Jeroen Kreijkamp (D66), Lot van Hooijdonk (GroenLinks) en Kees Diepeveen (GroenLinks).

Betrokken portefeuillehouders

Kees Geldof had Leidsche Rijn in zijn portefeuille, Paulus Jansen was verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening. In dat voorjaar werd een ontwikkelaar gezocht voor een project waarin een toren van ongeveer 140 meter mogelijk moest worden.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 kwam er een nieuw college in Utrecht. Klaas Verschuure (D66) werd wethouder voor onder meer Leidsche Rijn en ruimtelijke ontwikkeling. Eind 2018 werd het winnende ontwerp bekendgemaakt.

Ontwikkelingsovereenkomst getekend

Op 29 november 2019 ondertekende de gemeente een ontwikkelingsovereenkomst met de ontwikkelaar. Op 24 maart 2021 stelde het college de stedenbouwkundige wensen en eisen vast. In 2023 volgde de planologische besluitvorming, waarmee MARK daadwerkelijk mogelijk werd gemaakt. In december van dat jaar sloot de gemeente bovendien een overeenkomst met de nieuwe aandeelhouder BPD Ontwikkeling.

In juni 2026 werd de omgevingsvergunning verleend. Volgens de huidige planning begint de bouw in 2027, wordt de eerste woning in 2029 opgeleverd en is het gehele project in 2032 of 2033 voltooid.

Eindelijk discussie en MARK 2026

Het is dus geen plan dat plotseling uit de lucht is komen vallen. Jarenlang is er aan gewerkt, zijn overeenkomsten gesloten, procedures doorlopen en er zijn verschillende mogelijkheden geweest om de hoogte ter discussie te stellen.

In mei 2025 gebeurde dat alsnog. Een amendement met de titel 'Hoger dan de Dom is geen beleid!' kreeg in de gemeenteraad onvoldoende steun. De meerderheid wilde geen algemene regel vastleggen die toekomstige uitzonderingen op de hoogte van de Dom zou uitsluiten.

Wie nu naar MARK kijkt, kijkt dus naar een project waarvoor gedurende vele jaren bestuurlijke en politieke medewerking is verleend. Niet door één wethouder, niet door één college, maar door een opeenvolging van bestuurders.

Wie is eigenlijk een Utrechter?

En daarmee kom ik bij een vraag die me al veel langer bezighoudt. Op 24 november 2015 schreef ik voor Nieuws030 een column met de titel Im- en export-Utrechters. Daarin stelde ik enkele vragen die eenvoudig lijken, maar waarop nauwelijks een sluitend antwoord te geven is.

Wat is een Utrechter? Wanneer ben je Utrechter? Kun je op latere leeftijd Utrechter worden? En voel je dan hetzelfde voor de stad als iemand die er geboren en opgegroeid is?

Een paar maanden later, op 2 februari 2016, schreef ik een tweede column, Economische vluchtelingen in de raad. Daarin gebruikte ik John, een gefantaseerde kennis, als tegenspeler bij mijn mijmering. John had uitgezocht waar Utrechtse gemeenteraadsleden en bestuurders oorspronkelijk vandaan kwamen.

Nauwelijks geboren Utrechters in de Utrechtse politiek

Het resultaat was opmerkelijk. Slechts ongeveer één op de tien onderzochte politici bleek geboren en getogen in Utrecht. De anderen waren afkomstig uit plaatsen verspreid over Nederland en soms daarbuiten. Velen waren naar Utrecht gekomen om te studeren en daarna blijven hangen.

John noemde hen, met enige overdrijving, economische vluchtelingen. Mensen die hun dorpen en provinciestadjes hadden verlaten om in de grote stad een opleiding, een baan of een bestuurlijke functie te vinden.

Mijn nuance bij Johns opmerkingen

Ik vond zijn conclusie destijds nogal vergezocht. Want waarom zou iemand die elders geboren is minder van Utrecht kunnen houden? Willem van Hanegem werd in Breskens geboren en kwam als peuter naar Utrecht. Niemand zal hem daarom het recht ontzeggen zich Utrechter te voelen.

Ook Klaas Verschuure, die later als wethouder nauw bij MARK betrokken raakte, werd niet in Utrecht geboren. Zijn geboorteplaats is Enschede, maar hij groeide wel in Utrecht op. Een geboorteplaats vertelt dus niet het hele verhaal.

Toch ben ik, tien jaar na die columns, opnieuw over het onderwerp gaan nadenken. Niet omdat ik plotseling vind dat alleen geboren Utrechters de stad mogen besturen. Dat zou onzin zijn. Maar omdat ik me afvraag of persoonlijke herinneringen, jeugdindrukken en een vanzelfsprekende verbondenheid met een stad niet méér invloed hebben op de manier waarop iemand naar mijn stad kijkt dan we doorgaans willen erkennen.

De Amerikaan met Italiaanse sentimenten

Ik las ooit een boek van een Amerikaanse schrijver wiens vader uit Italië naar de Verenigde Staten was geëmigreerd. De schrijver was zelf in Amerika geboren en opgegroeid. Toch merkte hij dat hij, wanneer hij tussen Italië en Amerika moest kiezen, vaak een merkwaardige voorkeur voor Italië voelde.

De schrijver begreep dat zelf niet helemaal. Hij was immers Amerikaan. Italië was voor hem vooral het land van zijn vader, van familieverhalen en van herinneringen die niet eens de zijne waren. Maar kennelijk kunnen wortels dieper reiken dan de plaats waar iemand geboren wordt. Dat bracht me op een gedachte.

Van Koemarkt naar Domplein

Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht toen de eerste belangrijke besluiten over MARK werden genomen, werd geboren in Purmerend en groeide op in Edam. Misschien heeft hij als jongen over de Koemarkt in Purmerend gelopen. Hij heeft er misschien herinneringen aan die onmiddellijk terugkomen wanneer hij de naam van die plek hoort.

Ik weet het niet. Maar ik kan me voorstellen dat de Koemarkt voor hem een andere betekenis heeft dan voor mij. Zoals het Domplein voor mij iets anders kan betekenen dan voor hem.

Van Zanen sprak als burgemeester altijd met buitengewone warmte over Utrecht. Hij leek soms verliefder op de stad dan menig geboren Utrechter. Maar toen in 2020 het burgemeesterschap van Den Haag lonkte, vertrok hij. Daar is bestuurlijk niets op aan te merken. Toch vroeg ik me af hoe diep die Utrechtse liefde eigenlijk geworteld was. Was Utrecht voor hem een stad om van te houden of ook een stad om nooit meer te verlaten?

Hetzelfde geldt voor een wethouder die in Roermond is geboren, een bestuurder uit Tilburg of iemand die zijn jeugd in Arnhem doorbracht. Dat maakt hen niet minder geschikt om Utrecht te besturen. Het betekent alleen dat hun persoonlijke geschiedenis zich voor een deel elders heeft afgespeeld. En die geschiedenis neem je mee.

Geboorte- en opgroeigrond

Misschien denkt iemand die in Utrecht is opgegroeid bij de Domtoren aan zijn eerste wandeling door de stad zonder zijn ouders. Aan de klokken die hij hoorde vanuit zijn slaapkamer. Aan een afspraakje op het Domplein, aan een schoolreisje, een begrafenis, een demonstratie of zomaar een middag waarop hij naar boven keek of zelfs voor de zoveelste keer de klim maakte.

Voor een ander is de Domtoren misschien vooral een monument. Een prachtig monument, een belangrijk herkenningspunt, maar uiteindelijk ook een gebouw van 112 meter dat in een stedenbouwkundig plan moet worden ingepast. En dan is het verschil met 135 meter ineens nog maar een getal.

Een stad is meer dan een bestemmingsplan

Natuurlijk begrijp ik de argumenten voor MARK. Utrecht groeit, er is woningnood en Leidsche Rijn Centrum moet een volwaardig stedelijk centrum worden. Ruim duizend woningen zijn niet onbelangrijk. Een kwart daarvan is volgens de gemeentelijke plannen bestemd voor sociale huur en nog eens een kwart voor middenhuur.

Bovendien staat MARK niet naast de Dom. Het project verrijst aan de andere kant van het Amsterdam-Rijnkanaal, op aanzienlijke afstand van de historische binnenstad. Dat zijn argumenten die je serieus moet nemen.

Maar er is ook een andere kant

De andere kant is dat een stad niet uitsluitend bestaat uit bouwvolumes, woningbouwprogramma's, mobiliteitsplannen en grondexploitaties. Een stad heeft een geschiedenis die niet telkens opnieuw begint wanneer een nieuw college aantreedt. Sommige gebouwen zijn meer dan de som van hun stenen. De Domtoren is daarvan in Utrecht het duidelijkste voorbeeld.

Het is geen willekeurig hoog gebouw dat toevallig al een tijdje op dezelfde plek staat. De Domtoren is een herkenningspunt dat generaties Utrechters met elkaar verbindt. Een gebouw dat de stad heeft zien veranderen en dat, ondanks oorlogen, stadsvernieuwingen en bestuurlijke ambities, altijd boven alles bleef uitsteken. Dat had een betekenis. Niet alleen voor de skyline, maar ook voor de manier waarop Utrecht en Utrechters zichzelf zagen en zien.

Een verregaand besluit

Een opeenvolging van gemeentebestuurders heeft besloten dat die betekenis niet langer bepalend hoeft te zijn voor de hoogte van nieuwe gebouwen. Misschien hebben ze daar uitvoerig over nagedacht en vonden ze de woningbouwopgave belangrijker. Wellicht waren ze oprecht overtuigd dat een nieuwe skyline Utrecht aantrekkelijker zou maken. Maar ik blijf met de vraag zitten waarom juist die extra 23 meter noodzakelijk waren of zijn.

Zouden er werkelijk zoveel minder woningen zijn gebouwd wanneer de hoogste toren onder de 112 meter was gebleven? Welke alternatieven zijn onderzocht? En wat heeft uiteindelijk de doorslag gegeven? Ik zou de antwoorden graag eens in gewone mensentaal horen. Dus zonder de gebruikelijke verzameling stedenbouwkundige begrippen en politieke formuleringen die vooral uitblinken in de mogelijkheid achteraf op verschillende manieren te worden uitgelegd.

Wie heeft er baat bij?

En met enkele artikelen van Cees Grimbergen in gedachten denk ik verder. Bij een project van deze omvang zijn immers grote financiële belangen betrokken. Grond, bouwrechten, ontwikkelovereenkomsten, investeringen, financiering en uiteindelijk de verkoop en verhuur van woningen. Het gaat om bedragen die voor een gewone Utrechter nauwelijks voorstelbaar zijn. Daar is op zichzelf niets mis mee. Bouwbedrijven en ontwikkelaars moeten geld verdienen. Zonder investeringen worden er geen woningen gebouwd.

Maar ik ben wel benieuwd wie er uiteindelijk hoeveel aan MARK verdient. Welke partijen hebben grondposities verworven? Welke afspraken zijn gemaakt? Hoe zijn de risico's verdeeld tussen gemeente en ontwikkelaars? En hoeveel publieke waarde staat tegenover de private opbrengsten? Dat zijn vragen waarop de antwoorden nu nog niet allemaal zichtbaar zijn.

Over een aantal jaren zal waarschijnlijk duidelijker zijn hoe de financiële verhoudingen hebben uitgepakt en wie het meest van het project heeft geprofiteerd. Of daarbij sprake is geweest van buitensporige verrijking, valt op dit moment niet vast te stellen. Voorlopig staat vooral vast dat de gemeentelijke besluiten zijn genomen, de vergunning is verleend en de bouw volgens de planning binnenkort begint. Het terugdraaien van MARK lijkt daarmee weinig waarschijnlijk.

Het is wellicht te laat

Ik vrees dus dat ik te laat ben. Terwijl ik mij druk maak over de hoogte van een toren die er nog niet staat, zijn er al jarenlang mensen bezig geweest om hem mogelijk te maken. Bestuurders, ambtenaren, architecten, ontwikkelaars, juristen en financiële adviseurs. Allemaal hebben ze hun bijdrage geleverd aan een project dat uiteindelijk 23 meter boven de Domtoren zal uitsteken.

Misschien zullen toekomstige generaties het prachtig vinden en wordt MARK ooit een geliefd herkenningspunt. Wellicht zullen kinderen die er opgroeien later met dezelfde warmte over hun toren spreken als ik over de Dom. Het zou kunnen.

Maar ik hoef er niet op vooruit te lopen. Ik kan het besluit niet terugdraaien. En ik kan de vergunning niet verscheuren, de bouwtekeningen niet laten verdwijnen en de ontwikkelaars niet dwingen alsnog genoegen te nemen met een paar verdiepingen minder.

De vloek vanaf de Domtoren

Wat ik wel kan, is de Domtoren beklimmen. Daar, boven de stad, met de wind waaiend om mijn oren en de eeuwenoude klokken in mijn nabijheid, kan ik mij wenden tot Sint-Maarten, beschermheilige van Utrecht. Ik kan hem vragen nog een keer naar beneden te kijken, naar die merkwaardige verzameling bestuurders die het nodig vond zijn stad een nieuwe hoogste toren te bezorgen. En dan zal ik, met de plechtigheid die bij zo'n historische gebeurtenis past, mijn vloek uitspreken.

Moge MARK tot in lengte van dagen bekendstaan als de toren die de Dom wilde overtreffen en daar nooit in slaagde, hoe hoog hij ook werd. En moge ieder die aan dit besluit heeft bijgedragen, waar hij (of zij) ook vandaan komt en waar hij woont, tot zijn laatste ademtocht worden achtervolgd door het knagende besef dat hij iets van Utrecht heeft afgenomen wat nooit meer teruggegeven kan worden. Moge dat besef hem (of haar) treffen op de gelukkigste momenten van zijn leven, wanneer hij denkt dat alles hem voor de wind gaat. En moge hij, telkens wanneer hij de Domtoren ziet, even voelen wat het betekent om ergens niet meer welkom te zijn.

En moge, wanneer ooit het Laatste Oordeel wordt uitgesproken, Sint-Maarten persoonlijk de bouwtekeningen van MARK tevoorschijn halen en de verantwoordelijken vragen waarom 112 meter niet genoeg was.

Laat de hel en verdoemenis dan maar neerdalen, niet over de toekomstige bewoners, die kunnen er niets aan doen, maar over de bestuurlijke hoogmoed die meende dat alles wat technisch mogelijk is ook gebouwd moet worden.

Want één ding staat vast:

Je kunt hoger bouwen dan de Dom. Maar daarmee sta je nog niet boven Utrecht.

   

--------------------

De foto boven dit stuk, van de skyline van Utrecht, maakte ik in 2012. Tussen de Domtoren en het Rabobankgebouw monteerde AI de nieuwe reus. Het is een verhaal op zich, hoe een verandering zich langzaam voltrekt, voor velen wellicht niet eens bezwaarlijk, tot de vertrouwde skyline ineens niet meer bestaat. De Domtoren staat er nog altijd fier bij, alsof hij zich van die nieuwkomer niet aantrekt. Zelfs niet wanneer deze in de artistieke fotomontage wat groter is dan perspectivisch verantwoord. Want dat is het natuurlijk. Een artistieke fotomontage en geen geografisch exacte toekomstvisualisatie van een DOM besluit.