Na 25 jaar Utrechters juridisch te hebben bijgestaan in geschillen met de gemeente heeft Kees van Oosten besloten daar een boekje over te schrijven. Daarin worden een aantal zaken besproken, die in elk geval in één opzicht vergelijkbaar zijn: de gemeenteraad deed niets om het voor de belaagde burger op te nemen.

In het boekje gaat Kees verder in op de oorzaken van het jammerlijk falen van de gemeenteraad als democratisch controlerend orgaan. Bij wijze van voorpublicatie alvast een voorproef in een aantal columns. 
   

Deel 2 - Het Marokkaanse theehuis Feminine

Op 21 juni 2005 kreeg mevrouw Aisha Karouni een horecavergunning. Ik noem haar bij naam, want die is destijds in deze kwestie met naam en toenaam uitgebreid in het nieuws geweest. Aisha wilde een theehuis beginnen op de Admiraal Helfrichlaan in Utrecht.

De horecavergunning had heel wat voeten in de aarde, want de afdeling Bijzondere Wetten was niet blij met Marokkaanse thee- en koffiehuizen en zocht argumenten om de vergunning niet te geven. Eén zo'n argument was dat de praktijk uitwees dat daar meestal alleen maar mannen zaten.

Bijzondere Wetten wilde wel meewerken, maar alleen als zij beloofde ernaar te zullen streven dat er ook vrouwen zouden komen. Er zat voor Aisha weinig anders op dan dat toe te zeggen. Ze gaf het theehuis de naam Feminine, in de hoop dat er dan ook vrouwen op af zouden komen.

Dat de gemeente aan de vergunning de voorwaarde verbond dat er ook vrouwen zouden komen, is alleen al merkwaardig omdat er nooit een probleem was gemaakt over de herensociëteit op de Mariaplaats, waar alleen (voorname) mannen welkom zijn. Het Utrechts Studenten Corps staat ook alleen maar open voor mannen en heeft, net als de herensociëteit, een horecavergunning.

Aisha kreeg de horecavergunning, maar onder de genoemde voorwaarde. Maar ze kreeg wel bij wijze van voorzorg een vervroegd sluitingsuur opgelegd: ze moest om 23.00 uur dicht.

In Utrecht mocht (en mag) alle horeca het hele etmaal open zijn. Een vervroegd sluitingsuur wordt alleen opgelegd bij wijze van sanctie als er iets gebeurd is dat de openbare orde verstoort. In het geval van Aisha werd het vervroegd sluitingsuur bij voorbaat opgelegd. Zelfs tijdens de Ramadan zou het theehuis om 23.00 uur moeten sluiten.

Aisha diende een bezwaarschrift in tegen het preventieve sluitingsuur. Dat werd afgewezen. Het voornaamste argument waarmee het bezwaar werd afgewezen was dat er, ondanks de (opgedrongen) toezegging van Aisha haar best te zullen doen ook vrouwen naar het theehuis te krijgen, vrijwel alleen mannen in het theehuis kwamen én dat het zich ophouden van allochtone mannen bij de deur “intimiderend” zou werken op voorbijgangers.

Het besluit op bezwaar was genomen namens burgemeester Annie Brouwer (PvdA). De burgemeester overwoog verder dat de Helfrichlaan vlakbij Kanaleneiland ligt (aan de andere kant van de Beneluxlaan) en dat het daarom niet ondenkbaar was dat Marokkaanse mannen uit Kanaleneiland het theehuis, gelegen in Transwijk Noord, zouden bezoeken. Kennelijk een ongewenste ontwikkeling.

Juni 2009: muliticultureel koffiehuis Feminine op de Admiraal Helfrichlaan. Afbeelding: Google Maps

Ik stelde beroep in voor Aisha en voerde aan dat het onbegrijpelijk was het theehuis (waar alleen thee, koffie en vruchtensap gedronken wordt) een preventief sluitingsuur op te leggen, terwijl horeca waar mensen zich met alcohol vol kunnen laten lopen 24 uur per etmaal open mag zijn. Alcoholgebruik is één van de voornaamste oorzaken van verstoring van de openbare orde. Ook voerde ik aan dat het argument dat een paar allochtone mannen bij de ingang van het theehuis intimiderend zou werken op voorbijgangers ronduit racistisch is.

De bestuursrechter toetst een beslissing van de overheid ‘marginaal’. Dat wil zoveel zeggen als dat hij alleen maar beoordeelt of de beslissing gemotiveerd is en niet in strijd met de letter van de wet. Of de beslissing redelijk is of politiek correct is geen punt overweging, tenzij er sprake is van grove onredelijkheid.

Bestuursrechters zijn snel geneigd te vinden dat de vraag naar de redelijkheid of de politieke correctheid door de lokale politiek moet worden beantwoord. De overweging dat allochtone mannen bij de ingang van het theehuis intimiderend werken op voorbijgangers vond de rechter niet erg onredelijk en hoefde ook niet gemotiveerd te worden. Daar kon de witte rechter, en later de witte staatsraad (Raad van State), kennelijk wel inkomen.

Aisha diende ook een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat besliste dat het College geen klachten tegen de overheid in behandeling mocht nemen.

Nadat ze bij de rechtbank, de Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens geen gehoor had gevonden, vestigde ze haar laatste hoop op de gemeenteraad. Of een besluit redelijk is en/of politiek correct, moet volgens de rechtspraak immers door de lokale politiek (de gemeenteraad) worden beoordeeld.

Er werd een brief aan de gemeenteraad gestuurd, die door een tiental Marokkaanse mannen (bezoekers van Feminine) werd ondertekend. In die brief gaven de mannen te kennen het standpunt van de burgemeester onredelijk en racistisch te vinden. Dat er witte mensen zijn die mensen met een tintje intimiderend vinden, mocht voor de gemeente geen reden zijn om aan het Marokkaanse theehuis beperkingen op te leggen, aldus de mannen.

Op de raadsvergadering waar de brief werd behandeld, ontplofte burgemeester Brouwer. Hoe die mannen het bestonden om haar racisme te verwijten. De raadsleden zwegen en stelden geen kritische vragen. Ook de raadsleden van de PvdA niet, destijds de grootste partij. Ze wilden hun eigen PvdA-burgemeester niet afvallen.

De burgemeester was zo ontstemd en van haar stuk dat de vergadering geschorst moest worden. Tijdens de schorsing werden de mannen die de brief hadden ondertekend (en op de publieke tribune aanwezig waren) door raadsleden bewerkt en onder druk gezet om burgemeester Brouwer excuus aan te bieden.

Of de gemeente aan een horecavergunning de voorwaarde kan verbinden dat er ook vrouwen in een café of theehuis komen, die vraag hield de raadsleden niet bezig. Evenmin als de vraag of een paar allochtone mannen bij de ingang van het theehuis vermeden moet worden omdat dat “intimiderend” zou zijn voor voorbijgangers en of dat een reden mocht zijn voor een preventief sluitingsuur. Het enige wat de raadsleden wél bezighield was de gemoedstoestand van burgemeester Brouwer. 

De Marokkaanse mannen lieten zich door de raadsleden overtuigen. Ze stelden zich na de hervatting van de vergadering in een kring rond de burgemeester op en keken schuldbewust. Ze zeiden dat het hun heel erg speet dat ze burgemeester Brouwer zo diep hadden gekwetst en ze hoopten nu maar dat de burgemeester hun dat wilde vergeven. Daarop antwoordde Brouwer: "Dat begint erop te lijken."

En de raadsleden klapten voor de burgemeester, want ze waren blij dat mevrouw Brouwer niet meer boos was. En daarmee was de kous af. 

  
Dit was deel 1