Kees van Oosten - Toen ik een paar ambtenaren probeerde uit te leggen hoe de gemeente de woningbehoefte in 2040 berekent, wilden ze dat niet geloven. Begrijpelijk, want het is pure volksverlakkerij.

Hoe gaat dat dan in zijn werk? Heel simpel: berekend wordt hoeveel inwoners Utrecht zou hebben in 2040 als er 60.000 woningen bij zouden komen: 450.000 inwoners. En dát zou dan iets zeggen over de woningbehoefte in 2040! Je gelooft het niet, maar het is echt waar. Het aantal van 450.000 inwoners (de "woningbehoefte") in 2040 is dus gebaseerd op het aantal woningen in 2040. Uit het aanbod woningen wordt de vraag dus afgeleid!

Hoezeer de berekende woningbehoefte rechtstreeks wordt afgeleid uit het aantal geplande woningen blijkt uit het verschil tussen de prognose 2025 en 2026. In de prognose voor 2026 wordt uitgegaan van een toename van 57.368 woningen in 2044 (ipv van een toename van 60.000 in 2040).

De gemeente schrijft:

"Omdat het planningsoptimisme nu is teruggebracht tot een meer realistisch woningbouwvolume, verwachten we dat de nieuwe prognose een betere raming van de bevolkingsgroei geeft dan de vorige prognose. Dit verschil werkt door in het groeitempo van de bevolking."

Het aantal inwoners per 1 januari 2026 was 378.140. Zou je bij de berekening van het aantal inwoners in 2040 alleen uitgaan van het te verwachten aantal geboorten en sterftes van de huidige bevolking, dan zou je te maken krijgen met een bevolking die niet groeit. Dat komt doordat steeds minder vrouwen aan kinderen beginnen en doordat vrouwen steeds minder kinderen krijgen. Het gevolg is 1.22 geboorten per vrouw. Dat weegt niet op tegen het aantal sterftes.

Zou je alleen bouwen om ervoor te zorgen dat de kinderen die in Utrecht geboren worden in Utrecht kunnen wonen, dan zou het aantal woningen nauwelijks uitgebreid hoeven te worden. De enige uitbreiding die nodig zou zijn is die welke verband houdt met de daling van de gemiddelde woningbezetting van 2.10 in 2026 naar 2.04 in 2040. Met wat splitsen van grote woningen valt dat echter ook op te vangen.

Utrecht (dat wil zeggen ambtenaren en politici die goeie relaties hebben in de bouwwereld) wil echter een groeiende stad zijn waar flink aan de bouw van dure woningen en aan hoogbouw verdiend wordt. En aan de aanleg van meer wegen en een nieuwe sneltram natuurlijk. Dat is waarom er zelfs op internationale beurzen tot in Caïro toe reclame wordt gemaakt om in Utrecht te komen wonen en werken. Zie https://healthyurbanliving.utrecht.nl/

Utrecht maakt dus geen plannen voor de eigen woningbehoefte (om jongeren aan woning te helpen die hier zijn geboren en opgegroeid). Die moeten 12 jaar op een lijst staan voor woningzoekenden. Woningbouw in Utrecht is om ruig aan te verdienen. Daarom worden er woningen gebouwd die voor de eigen bevolking onbetaalbaar zijn, worden betaalbare woningen afgebroken en wordt 'berekend' dat er wel 60.000 woningen bij moeten komen per 2040.

Zou je een volkspeiling houden over de vraag of de Rijnenburg polder wel volgebouwd moet worden met 25.000 woningen (en eerlijk vertellen wat dat de gemeente kost, hoeveel belasting wij extra moeten gaan betalen en dat Utrechtse woningzoekenden daar helemaal niet mee geholpen zijn) dan zouden de meeste Utrechters daar tegen zijn. Dat is precies waarom zo'n volkspeiling niet wordt gehouden.

Maar er is toch een groot tekort aan woningen in Nederland, moet Utrecht dan niet helpen om dat landelijke tekort aan woningen weg te werken? Het kabinet heeft recent een aantal bijzondere (hele grote) bouwlocaties aangewezen buiten de Randstad, in het kader van een beter spreidingsbeleid: om de druk op de Randstad te verlichten en de groei op te vangen in verder van de Randstad gelegen plaatsen als Deventer, Maastricht, Weert, Leeuwarden, Alkmaar, Hengelo, Enschede. 

Het kabinet heeft Rijnenburg dus met opzet niet aangewezen als grote bouwlocatie. Niet alleen omdat het in strijd is met dat spreidingsbeleid, maar ook omdat het miljarden kost de Rijnenburgpolder aan te sluiten op het wegen- en OV-net en riool-, waterleiding en electra infra-structuur aan te leggen.

Kortom: Utrecht doet met Merwede 5 al genoeg om de landelijke woningbehoefte op te vangen. Dat Utrecht er toch op gebrand is nog eens 25.000 woningen te bouwen in Rijnenburg heeft noch met landelijke noch met de Utrechtse woningbehoefte ook maar iets te maken. Dat er in Utrecht ruim 60.000 woningen bij moeten komen de komende 10 jaar wordt ingegeven door expansiedrift en commerciële belangen en niet om de eigen bevolking aan een woning te helpen.