85 jaar geleden: joodse kinderen mogen niet meer naar eigen school
Gepubliceerd: dinsdag 1 september 2026 06:00
Op 1 september 1941, vandaag 85 jaar geleden, mochten joodse kinderen in Utrecht niet meer naar hun eigen school. Dat verbod kon alleen worden uitgevoerd omdat de scholen zelf hadden opgegeven wie die kinderen waren. Het project Joodse school Utrecht, herdenkt deze dag en publiceert het levensverhaal van een van de kinderen die het overkwam. Victor Frederik, de man achter het project, vertelt over de achtergronden van deze beladen datum.
Door Victor Frederik
De uitsluiting begon niet op 1 september 1941. Al in het najaar van 1940 moesten alle ambtenaren, ook onderwijzers, de zogenoemde ariërverklaring invullen; joodse leraren werden geschorst en daarna ontslagen. Dat gebeurde middenin het schooljaar, voor de ogen van hun leerlingen, en leidde op verschillende plaatsen tot protest.
Bij de leerlingen koos de bezetter een andere weg: de zomervakantie.
De circulaire van 16 augustus 1941
Op 16 augustus 1941 stuurde Jan van Dam, secretaris-generaal van het departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming, op last van rijkscommissaris Seyss-Inquart een circulaire aan alle gemeentebesturen, alle onderwijsinspecteurs en alle schoolbesturen. Daarin stond dat "op korten termijn maatregelen getroffen zullen moeten worden om de schoolkinderen, die van Joodschen bloede zijn of als zoodanig worden beschouwd, in afzonderlijke scholen bijeen te brengen".
Vervolgens werd om cijfers gevraagd, en om meer dan cijfers. Het departement wilde weten om hoeveel leerlingen het ging, per school, "zonder vermelding van hun naam". Aan het gemeentebestuur moesten de namen wél worden doorgegeven, met geboortedatum en adres. Ook scholen zonder joodse leerlingen moesten antwoorden: "Negatieve opgaven moeten zoowel aan mijn Departement als aan de Gemeentebesturen wel worden aangeboden."
Boven de circulaire stond in kapitalen: "NIET VOOR PUBLICATIE IN WELKEN VORM DAN OOK BESTEMD."

De Utrechtse scholen gaven op
De Utrechtse scholen hebben die opgave gedaan. Hoofden van openbare en bijzondere scholen vulden de lijsten in met de namen van hun eigen leerlingen, hun geboortedatum en hun adres, en stuurden ze naar het gemeentehuis. Geen enkele Utrechtse lagere of middelbare school weigerde.
Pas daarna kon de brief aan de ouders de deur uit. Wie zijn joodse kind na de vakantie weer naar school stuurde, kreeg het bericht dat dat niet langer mocht. De kinderen waren niet uit de klas gehaald; zij waren tijdens de vakantie verdwenen. Onrust bleef uit, zoals bedoeld.
Zes weken niets
In de circulaire was beloofd dat de joodse kinderen "niet langer dan vier weken" zonder passend onderwijs zouden zitten. In Utrecht duurde het langer. De joodse school opende pas half oktober 1941, aan Ondiep 63. Tot die tijd zaten de kinderen thuis. De school heeft ruim anderhalf jaar bestaan; eind april 1943 was zij leeg, omdat de leerlingen waren gedeporteerd, gevlucht of ondergedoken.
Het waren 193 kinderen, van de lagere school en de ulo, die in hetzelfde gebouw waren ondergebracht. Hun namen en adressen stonden, sinds augustus 1941, op lijsten bij de gemeente.
Eén van hen: Siegfried van Delft
Op joodseschoolutrecht.nl staat sinds deze week het levensverhaal van Siegfried van Delft, geboren op 1 juli 1929 in Groningen, wonend op Kapelstraat 23 bis. Hij was twaalf toen hij niet meer naar zijn eigen school mocht. Op 13 juni 1942 werd hij bar mitswa; zijn ouders kondigden het aan in het Joodsch Weekblad, met de woorden "Bar-Mitswoh van onzen jongsten zoon Siegfried".
Twee maanden later werd het gezin opgeroepen. Op 22 oktober 1942 werd Siegfried bij aankomst in Auschwitz-Birkenau vermoord, samen met zijn moeder. Hij was dertien jaar. Van het gezin Van Delft – vader, moeder en drie zonen – kwam niemand terug.
Zijn levensverhaal is het 127e van de 193 levensverhalen die het project in totaal wil schrijven.

De Holocaust krijgt een gezicht
Juist de school maakt deze geschiedenis herkenbaar: niets brengt de oorlog zo dichtbij als de eigen stad, de eigen klas en de eigen leeftijd. Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding Eddo Verdoner heeft ervoor gepleit lessen over de Holocaust te verbinden aan persoonlijke verhalen van mensen uit de omgeving van de school, bij voorkeur van dezelfde leeftijd als de leerlingen.
Ook elders in het land wordt deze geschiedenis zichtbaar gemaakt: Het Vergeten Lyceum van Stichting Sanderling over het Joods Lyceum Rotterdam, de tentoonstelling Lege stoelen in de klas in Amsterdam en het platform Verdwenen Joodse Scholen. Samen laten die projecten zien dat wat op 1 september 1941 gebeurde, zich voltrok in klaslokalen door heel Nederland – en dat het overal begon met een lijst.