Hoofdstuk uit boek 'Dienders onder de Dom' over voetbalgeweld
Gepubliceerd: maandag 20 april 2026 20:57
Het nieuwe boek Dienders onder de Dom, vanaf 23 april verkrijgbaar, is geschreven door de in Wijk C geboren Peter Gieling. De subtitel van het boek is politiewerk in de stad Utrecht, 1975-2010, de periode die Gieling bij de Utrechtse politie intens beleefde. Daarna heeft hij overigens nog andere functies bekleed bij de politie.

In het boek beschrijft Gieling aan de hand van voor Utrechters heel herkenbare gebeurtenissen de ontwikkeling van het politiewerk door de jaren heen. Als opwarmertje mag Nieuws030 exclusief alvast een van de hoofdstukken publiceren. We hebben gekozen voor het verhaal:
Voetbalgeweld
Op 1 juli 1970 fuseren de voetbalclubs DOS, Elinkwijk en Velox en ontstaat FC Utrecht. Al snel verwerft de club een plek in het hart van vele voetballiefhebbers. De supportersschare staat alom bekend om de geweldige hartstocht en liefde voor de club en dat bij voor- en tegenspoed.
Toch roept FC Utrecht-voorzitter Theo Aalbers op enig moment vanuit het diepste van zijn hart: “De Kromme Rijn in met die lui.” Daarmee doelt hij op supporters die zich als vandalen gedragen. Het is een harde kern van enkele honderden zogenaamde supporters die inmiddels berucht is in heel het land. Het zal niet lang duren voor men ook over de grenzen met het nietsontziende geweld van deze groep kennismaakt. Veel daders krijgen door de jaren heen een straf, nog meer komen ermee weg. “Het hooliganisme van de jaren zeventig en tachtig was extreem. Het zou tegenwoordig TBS-waardig zijn”, aldus Ben ten Boden, oud-voorzitter van de supportersvereniging FC Utrecht.
Meereizen
De opkomst en heftigheid van het supportersgeweld bij voetbalwedstrijden verrast velen eind jaren zeventig en landelijk worstelt de Nederlandse politie met een adequate aanpak. Utrecht en haar harde kern zijn koplopers.
De Utrechtse politie werft daarom snel een aantal vaste politiemensen die aan de slag gaat met deze problematiek in het betaald voetbal, waarin vechtpartijen, plunderingen en grove vernielingen de boventoon voeren.
Vanaf 1985 reizen deze politiemensen in burger mee tijdens uitwedstrijden. Het principe van ‘kennen en gekend worden’ voorkomt niet dat nog steeds heftige zaken plaatsvinden, maar door het sneller aanspreken voorkomen ze regelmatig incidenten en de pakkans is achteraf groter.
Een probleem in de beginjaren is dat agenten buiten de stad van aanstelling niet bevoegd zijn om als politieambtenaar op te treden (met uitzondering bij levensgevaar). En dat optreden in de steden die ze bezoeken ook niet door de plaatselijke politie gewaardeerd wordt.
Voorafgaand aan uitwedstrijden wonen agenten van de ‘meereisploeg’ enkele weken tevoren een overleg in de bewuste stad bij. Het blijkt de eerste jaren wennen in het land. Het meereizen is nog geen algemeen geaccepteerde werkwijze. Een van de agenten vertelt later: “We hadden het gevoel dat men geen pottenkijkers wilde. En dat men ons als vriendjes van de supporters beschouwde.”
De supporters weten dat Utrechtse agenten met hen meegaan. En dat ze na het weekend waarnemingen gebruiken om actie te (laten) ondernemen. Niet iedereen waardeert dit, maar er is acceptatie.
CIV
In 1986 wordt het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme opgericht om landelijk een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen. Op aanbod van de korpsleiding in Utrecht krijgt dit een plek op bureau Paardenveld.
Inmiddels is het een niet meer weg te denken coördinatiepunt en reizen Nederlandse politiemensen ook mee met de nationale ploeg tijdens EK’s en WK’s.
Rellen om het rellen
‘Harde kernleden’ zoeken ook naar andere mogelijkheden om ‘los te gaan’. Onderlinge vechtpartijen tijdens het uitgaan, clubhuizen van de tegenpartij vernielen, georganiseerd elkaar in bossen te lijf gaan en noem maar op. Daarbij zoeken ze ook naar enigszins ‘legitieme’ aanleidingen.
Begin maart 2007 trekken supporters van FC Utrecht met een bus en twee personenauto’s naar de Franse stad Sedan ter nagedachtenis van de in Utrecht geliefde en vroeg overleden verdediger David di Tomasso. Ze gaan een wedstrijd van zijn oude club bezoeken en niet zomaar een wedstrijd. Sedan speelt tegen Paris Saint Germain, een confrontatie als FC Utrecht tegen Ajax. Het plan van nogal wat supporters is om Sedan bij te staan in de (hopelijk) komende confrontaties tussen de supportersgroepen.
De politie Utrecht stelt de Franse politie van hun komst op de hoogte, maar het lukt de Fransen uiteindelijk niet om vechtpartijen in de binnenstad van Sedan te voorkomen die middag. Op de heenweg naar Sedan proberen enkele supporters in één van de twee personenauto’s, hen bekende Utrechtse politiemensen die in een onopvallende dienstauto meereizen, van de weg te rijden, Dit mislukt maar net. De chauffeur wordt later aangehouden en veroordeeld.
Uiteindelijk zorgt de Franse oproerpolitie ervoor dat de grote groep oproerkraaiers niet veel ‘ruimte’ krijgt in het stadion om foute dingen te doen. De groep vertrekt daarom eerder want voor het voetbal komt men niet echt. Alles bij elkaar draagt deze dag gevolgen voor de nabije toekomst in zich. Het handelen van de Utrechtse agenten schreeuwt bij de ‘supporters’ om een reactie. In voetbaljargon staan ze met 1-0 achter en er moet snel een gelijkmaker komen.
Een kans daarop komt er acht dagen later. Op 11 maart 2007 schiet een politieman uit zelfverdediging een man neer in de wijk Ondiep. De buurtbewoner overlijdt. Een dag later trekken in de avond zo’n honderd Utrechtse leden van de harde kern de wijk in. Ze willen vechten met de politie. Dit krijgen leden van de meereisploeg ook letterlijk van enkele betrokkenen uit deze groep te horen: “Het is op jullie gericht.”
Twee wijkagenten die op de herdenkingsplek aanwezig zijn, krijgen bij aankomst van deze meute de volle laag. Ze worden bekogeld met straatstenen en vluchten noodgedwongen de wijk uit. De rellenmakers die achterblijven stichten daarna op verschillende plekken brand, richten andere vernielingen aan en bekogelen de ME die ter assistentie komt.
Het grootschalige geweld trekt daarna ook andere relschoppers uit Nederland aan om in Utrecht te komen rellen. Op basis van ervaringen bij vergelijkbare incidenten in Den Bosch kiest burgemeester Brouwer daarom ervoor de wijk, ter bescherming van de bewoners, hermetisch met hekken af te sluiten. Tientallen ME pelotons zijn een aantal dagen druk om de reltoeristen bij elkaar vandaan te houden. Ze voorkomen op die manier grotere en langere onlusten.

Het boek is een uitgave van W-Books en daar te bestellen of te koop via de Utrechtse boekhandels.