12 en 19 september: open dagen op onze historische begraafplaatsen
Gepubliceerd: zaterdag 5 september 2026 02:31
“IK ZAL DE HALMEN
NIET MEER ZIEN
NOCH BINDEN OOIT
DE VOLLE SCHOVEN
MAAR DOE MIJ IN
DEN OOGST GELOVEN”
A. Roland Holst, De ploeger
Door Ed Knegtel - Op de Utrechtse begraafplaatsen Soestbergen, Kovelswade, Tolsteeg en Daelwijck zijn mensen van alle gezindten welkom, gelovig en ongelovig, ‘alive or dead’. Het zijn plekken van afscheid en herinnering, maar ook van ontmoeting, geschiedenis en natuur. Wie dat zelf wil ervaren, is de komende weken welkom op Soestbergen en Kovelswade, tijdens twee bijzondere open dagen.
Op zaterdag 12 september is er in het kader van de Utrechtse Open Monumentendag een ochtendprogramma op Soestbergen en een middagprogramma op Kovelswade.
Deze 40e editie van de Utrechtse Open Monumentendag heeft als thema: ‘‘Veerkrachtig erfgoed – in tijden van onzekerheid’ (zie voor meer info het eerdere artikel op Nieuws030).
Nergens komen leven en dood, verleden en heden zo vanzelfsprekend samen als op een begraafplaats. Hier krijgt de tijd een andere maat. Graven, bomenlanen en monumenten bewaren verhalen van generaties. Bezoekers krijgen niet alleen bijzondere monumenten te zien en verhalen te horen, maar betreden plekken waar het verleden deel uitmaakt van het heden.
Kom kijken, wandelen en luisteren. Naar de verhalen van de mensen die hier begraven liggen, naar de geschiedenis van de begraafplaatsen - en geniet ook van de stilte.
Een week later, op zaterdag 19 september, is er op Kovelswade de open dag Natuurgraf in de stad. Op een laagdrempelige manier worden presentaties gegeven en kunt u met de medewerkers van de begraafplaats in gesprek. Over alles wat u zou willen weten en tot nu toe misschien niet hebt durven vragen.
De geschiedenis van de Utrechtse algemene begraafplaatsen begint in 1830 bij Soestbergen. De ‘nieuwste generatie’ is Daelwijck. Daelwijck is zakelijk ingericht: rechte lijnen, lage hagen, graven op rijtjes. Soestbergen daarentegen heeft kronkelige paden, oude bomen. Je waant je in een statig park. Kovelswade en Tolsteeg zitten daar qua inrichting en jaar van oprichting tussenin.
Dat Tolsteeg, ondanks een originele muurschildering van M.C. Escher in de aula, niet meedoet aan Open Monumentendag heeft te maken met personele bezetting. Dat het een mooi park is wordt naast de vaste bezoekers door de buurt ook erkend.
Op de vraag welke begraafplaats de Utrechtse Père-Lachaise is, antwoord Tanja, bedrijfsleider Begraafplaatsen van de gemeente Utrecht, volmondig: 'Soestbergen'. Daar liggen mensen als Nicolaas Beets (auteur, predikant), Gerrit Rietveld, Jeanne Merkus (de Nederlandse Florence Nightingale – zoek haar eens op bij tante Wiki), schilder Joop Moesman en kunstenaar Dolf Zwerver. En laten we kinderboekschrijver W.G. van de Hulst niet vergeten. (De lijst is langer).
Vroeger zou de gemeente een graf aanbieden en lag het voor de hand dat bekende Utrechters op Soestbergen werden begraven. Die vanzelfsprekendheid is verdwenen.
Deze verslaggever bedacht tijdens zijn wandeling dat Utrechters als Anton Geesink en Herman Berkien hier eigenlijk ook horen te liggen. Maar die zijn respectievelijk in 2010 en 2005 gecremeerd. Dat is natuurlijk een persoonlijke keuze.
Tanja: 'Het moet geen publiekstrekker worden – daar doe ik het werk niet voor, maar ik vind het wel jammer als zulke iconische Utrechters hier geen graf hebben waar iedereen naartoe kan.’
Twee eeuwen geschiedenis
Oorspronkelijk zijn onze begraafplaatsen buiten de stad aangelegd en inmiddels heeft de stad ze letterlijk in haar hart gesloten. In een stad die heel veel groter en heel veel drukker is geworden. De term 'stadsparken' is te 'los' – het is niet de bedoeling dat je er gaat frisbeeën of barbecuen – maar het zijn plekken van contemplatie. Zo is Soestbergen ook aangelegd, naar ontwerp van Jan David Zocher. Je kunt er rustig zitten, nadenken en misschien geraakt worden door een spreuk op een graf.

De oude Utrechtse begraafplaatsen hebben een verrassend grote biodiversiteit. Tanja noemt de groene spechten op Tolsteeg en eekhoorns en konijnen op Kovelswade. Daar worden zelfs sporen van reeën gevonden die waarschijnlijk van Amelisweerd afkomen. Er wordt ecologisch beheerd: zonder agressieve bestrijdingsmiddelen en met oog voor wat er op de bodem gebeurt. Herfstbladeren bijvoorbeeld achter de graven, zodat ze daar kunnen dienen als compost en schuilplaats voor insecten.
Tanja: ‘Als je begraaft, krijgt de plek een grotere betekenis dan alleen het graf. Je ontmoet anderen die ook rouwen. Ik vind het heel mooi dat mensen die dagelijks een graf verzorgen tijdens hun vakantie een buurvrouw inschakelen om de plantjes water te geven.’
Een van de belangrijkste verschillen tussen cremeren en begraven is dat iedereen dat graf kan bezoeken: de oude schooljuf, een verhuisd familielid dat toevallig in Utrecht komt. Het op zo’n begraafplaats zijn, de sfeer – er is een bepaalde eerbied.
Waarom zou iemand op een zaterdag vrijwillig naar een begraafplaats gaan?
Tanja Medema:
'Wij hopen een breed publiek aan te spreken en dat mensen misschien ook een beetje uit hun comfortzone stappen. Om te beginnen hebben wij twee begeleide wandelingen op Soestbergen en een open grafkelder die bezichtigd kan worden. Mensen kunnen iets leren over begraven – vroeger en nu, waarom is het zó gebouwd, hoe werkt dat eigenlijk? Wij beantwoorden alle vragen. Vragen als: 'Vinden jullie dit werk niet eng, of moeilijk?’
Op Soestbergen is voor de kleintjes de knuffelspeurtocht. We sluiten daarbij aan op het thema van weerbaarheid en erfgoed, de bescherming daarvan in de stad. Knuffels bieden ook bescherming. We zeggen daarmee: 'Iedereen is welkom.'
We verstoppen de knuffels natuurlijk niet op een graf van iemand, maar in het groen, of op de Ring van Zocher. Zó kan iedereen op een speelse manier kennismaken met de begraafplaats en met de geborgenheid die je er kan vinden.’
Op Kovelswade komt een zangeres mantra's chanten in de Rijksmonumentale aula (die zou iedere Utrechter eens moeten zien). Bezoekers worden van harte uitgenodigd om ontspannen in het nu te zijn. Daarnaast is er: ‘Vraag het de grafdelver’. Daarbij gaat het om het hier en nu.
Kortom: alles wat je over dat werk zou willen weten en tot nu toe misschien niet hebt durven vragen.
Kunnen wormen eigenlijk bij een graf komen?’
Waarom liggen graven op die diepte?
Wat gebeurt er onder de grond?
We geven bijzondere aandacht aan natuurbegraven, waar wij op Kovelswade mee zijn begonnen. Mensen die op zaterdag 19 september de open dag Natuurgraf in de stad niet kunnen bezoeken mogen gerust op 12 september hun vragen stellen.’
Over je graf heen regeren
Bij een natuurgraf is zorgeloosheid de norm: nabestaanden bepalen voor hoeveel jaar het graf aangekocht wordt en wie erin begraven worden. Naderhand volgt nooit een verzoek tot verlenging of een nieuwe factuur. Mensen krijgen de gelegenheid om 'over hun graf heen te regeren' en zorg weg te nemen bij hun nabestaanden. Natuurbegraven is aan bepaalde regels gebonden, niets ingewikkelds, maar denk bijvoorbeeld aan dat een monument biologisch afbreekbaar moet zijn.

Op Kovelswade bestaat de mogelijkheid om ook iets zelfgemaakts of –gekocht te plaatsen, zoals bijvoorbeeld een houten paddenstoel (met in de rand naam en data), een egelhuisje, bijenhotel et cetera. Daarin onderscheiden zij zich van andere natuurbegraafplaatsen – waar meestal een boomschijf de standaard is.
De manier waarop mensen nadenken over hun uitvaart en hun laatste rustplaats is aan mode en de tijdsgeest onderhevig. Vroeger zou gemeente Utrecht (bekende) Utrechters een graf aanbieden. Dat is veranderd. Er is ontkerkelijking, gezinnen worden kleiner en zijn vaak samengesteld, 'tweede leg', waarbij een nieuwe dynamiek ontstaat met nabestaanden - dingen als 'wie wordt bij wie begraven'.
We leven ook niet meer ons hele leven in Utrecht, maar waaieren door studie of werk wereldwijd uit. Vragen als: 'Wie gaat dat graf verzorgen?' komen op. Mensen zijn minder bezig vanuit het geloof met wederopstanding. Lange tijd was cremeren daarop een antwoord.
Nu zie je dat er steeds vaker wordt gekozen voor natuurbegraven, omdat men het toch fijn vindt om een plek te hebben. Daar hoeven we niet meer de stad voor uit, dat kan tegenwoordig heel goed in Utrecht.
Rondom begraven bestaan overigens een paar hardnekkige misverstanden. Zo wordt nogal eens gedacht dat de Utrechtse begraafplaatsen bijna vol zijn. Dat klopt helemaal niet, zegt Tanja.
En nee: overledenen worden niet opgegeten door wormen: die zijn vegetariër en zitten bovendien niet zo diep als gegraven wordt.
Begraven is duurder dan cremeren, maar daar staat volgens Tanja ook iets tegenover: ‘Je krijgt er meer voor.’ Een plek om naartoe te gaan, om te herinneren, om eventueel andere rouwenden te ontmoeten.
Misschien is dat wel precies wat de oude Utrechtse begraafplaatsen zo bijzonder maakt: het zijn niet alleen plekken waar mensen eindigen, maar ook plekken waar de stad, de natuur en het leven gewoon doorgaan. De troost van de cirkel van het leven.