Deel 2. “Meer treinen op Utrecht Centraal, dankzij minder wissels is onzin”.

Hoe politici op het verkeerde been worden gezet door deskundigen  

Door Wolfgang Spier  

In deel 1 kon u lezen dat de broeders Van Rossem in hun tv-programma voor de gek werden gehouden met de stelling dat er dubbel zoveel treinen kunnen rijden op Utrecht Centraal omdat daar veel wissels zijn weggehaald. Er werd ook verteld dat Japan op haar spoorwegen 3 keer zoveel treinen kan vervoeren dan Nederland.  

Er werd echter niet verteld dat in de metropool Tokyo (waar op een gebied zo groot als de Randstad veel meer mensen wonen) veel spoorwegen viersporig zijn en snelwegen niet breder zijn dan zesbaans. En geloof het of niet maar viersporige spoorwegen hebben evenveel capaciteit als zesentwintigbaanswegen. De Randstad heeft inmiddels tienbaanswegen, terwijl sneltreinen op tweesporige spoorwegen achter stoptreinen blijven sukkelen. Houten-Hoofddorp is Nederlands enige langere viersporig spoortraject (naast enkele korte viersporige stukjes elders).  

Op dit traject hebben de station Utrecht Centraal en Schiphol extra perrons nodig. Die kan men naast treinstation Schiphol maken, maar in plaats daarvan wil men daar een compleet metrostation maken die aansluit op de tweesporige Noord/Zuidmetrolijn die men parallel met de viersporige spoorweg wil verlengen van Amsterdam naar Hoofddorp, via Schiphol. Hier komt dan een overdosis van 6 sporen terwijl overbelaste spoorwegen tussen grote steden als Rotterdam-Utrecht, Den Haag-Utrecht, Utrecht-Arnhem-Nijmegen, Breda-Tilburg-Eindhoven en Amsterdam-Amersfoort tweesporig blijven.  

Het gevolg is dat talloze stoptreinen vanuit de wijde omgeving (bijvoorbeeld vanuit Utrecht Overvecht) niet verder kunnen rijden dan Amsterdam of Hoofddorp, waar duizenden stoptreinreizigers moeten overstappen op de metro als verder willen richting Schiphol.  

Op Utrecht Centraal wilde men rond het jaar 2000 ook geen extra treinperrons maken, terwijl dat makkelijk kon. Want tussen Centraal en Jaarbeursplein lag een grote open ruimte. Het plan was om daar hoge kantoorgebouwen te maken, waardoor het station ingeklemd zou worden.  

Ondergetekende (Wolfgang Spier) stelde toen in de gemeenteraad voor om die geplande gebouwen op kolommen te plaatsen zodat er in de toekomst onder die gebouwen extra treinperrons kunnen komen, mocht dat onverhoopt nodig zijn. Tot die tijd zou die ruimte gebruikt kunnen worden voor het parkeren van fietsen en auto’s. Hieronder een fragment uit die raadsvergadering. De huidige burgemeester van Den Haag, Jan van Zanen, was toen wethouder. Hij antwoordde dat dit niet nodig was omdat deskundigen met 100% zekerheid wisten dat dit station voldoende capaciteit zou hebben, tot in de verre toekomst:     Helaas kwamen ze er al snel achter dat het station toch te klein was. Daarom moest achteraf met moeite en pijn een perron erbij gemaakt worden. Ook werd met het sneller laten binnenrijden van treinen geprobeerd om de capaciteit verder op te krikken. Extra kosten: 271 miljoen:  

Let wel: voor 271 miljoen kan je bijna 2000 appartementen bouwen en talloze woningzoekenden helpen.  

De enige manier om de capaciteit van dit station fors te vergroten is in de hoogte, boven de huidige perrons. Maar inmiddels hebben deskundigen voorgesteld om daar gebouwen te maken, om veel geld te verdienen. Dit is al voor een klein deel gebeurd op Utrecht Centraal.  

Ze zeggen dat deze vorm van dubbel grondgebruik duurzaam is. Maar als dit boven de rest van het station en het emplacement gebeurt wordt het treinverkeer niet alleen in de breedte, maar ook in de hoogte ingeklemd. Dan kan er nooit meer een extra trein bijkomen. En dan moet steeds meer mensen per auto.  

Terwijl Utrecht Nederlands snelstgroeiende stad is. Alleen al in de eerste twee decennia van deze eeuw kwam exact de helft van het aantal inwoners erbij dat in de 19 eeuwen daarvoor erbij kwam, sinds haar oprichting (dat door de Romeinen Ultrajectum werd genoemd). Met dit tempo zal Utrecht vóór 2050 een half miljoen inwoners hebben. Dit zijn dubbel zoveel mensen dan in 2000.  

Toekomstgerichtheid is niet de beste vaardigheid in onze westerse samenleving. Politici hebben hier geen grip op, want technische discussie worden nooit gevoerd. Ze zijn overgeleverd aan deskundigen die naar de korte termijn kijken.