Willem van Zeeland, directeur Dutch Design Foundation, voormalig hoofdredacteur VPRO en voormalig hoofd programmering Tivoli, Brabo, schreef zijn non-fictiedebuut 'De Trans Brabant Express'.
   

Door Ed Knegtel 

Een paar dagen voor de boekpresentatie in Tivoli vanavond sprak ik Van Zeeland over De Trans Brabant Express - een reis langs Nederlandse visionairs en pioniers. Daarin duidt hij het historisch belang van een aantal bewegingen en landgenoten met aansprekende voorbeelden, ‘fun facts’ en internationale (dwars)verbanden.

Met dé buslijn uit zijn jonge jaren, van Eindhoven naar Nijmegen, voert hij de lezer langs design, kunst, cultuur, wetenschap, economie en geloof. En passant schetst hij hoe maatschappij en wereldbeeld de afgelopen vijftig jaar veranderd zijn. Het is geen ‘vroeger was alles beter’-boek, maar een persoonlijke, milde en open beschouwing - waarin hij bij tijd en wijle man en paard noemt. Hij voert daarbij een aantal interessante gesprekspartners op. 

De Trans Brabant Express is licht te verteren - maar niet ‘lightweight’ - voor jong en oud, van links naar rechts. Bomvol wetenswaardigheden, zonder dat het te veel wordt: een soort Bill Bryson zonder de Engelse humor, al kon ik af en toe een glimlach niet onderdrukken.

Waarom dit boek, waarom nu?

'Omdat ik in een aantal politieke discussies steeds dezelfde cliché’s en karikaturen zie opduiken. Alsof alle problemen opgelost worden als de migranten maar weggaan, even plat gezegd. Ik denk zeker dat migratie een belangrijk thema is, maar de autochtone Nederlanders zijn zelf ook enorm veranderd. Er zijn onderwerpen waar wij het met elkaar veel te weinig over hebben, zoals bijvoorbeeld ontkerkelijking.'
 

… en ontzuiling.

‘Zo denk ik ook dat de tegenstellingen tussen stad en platteland te veel volgens clichématige frames worden aangedikt. Op social media belandde ik vaak in onbevredigende discussies, met anonieme en soms vervelende reacties. Ik wilde een wat langer verhaal maken; daarbij was ik erg benieuwd naar hoe anderen naar Nederland kijken.’
  

Had je al snel het idee van de vertelvorm via een reis met de Trans Brabant Express?

'Niet meteen, maar het was wel de vorm die mijn verhaal nodig had. Al de ideeën die ik had ging ik plotten langs die reis: en het paste of het paste niet. Ik wilde ervoor waken dat het geen eindeloze reis werd - met enige moeite heb ik mijzelf begrensd.  Ik heb mij laten inspireren door mijn tijd bij de VPRO toen ik aan reisseries werkte. Daarbij leek het mij interessant om de blik nu eens niet vanuit Den Haag en Amsterdam te richten.’ 
 

De lezer leert onderweg het een en ander. Ik wist bijvoorbeeld niets van het land van Ravenstein dat tot 1815 een soort Baarle-Hertog was, een zelfstandige enclave, en pas daarna bij Brabant hoorde.

‘Zoiets ja, een soort vrijstaat, katholiek - ik ben daar opgegroeid. In relatie tot de Nederlandse historische identiteit is er veel meer interessants te melden dan alleen die Gouden Eeuw in Holland en het rampjaar 1672, Rembrandt, Willem van Oranje en het calvinisme. In de negentiende eeuw hebben wij in Nederland onze nationale helden bepaald, mannen als Michiel de Ruyter. Andere perioden zijn onderbelicht gebleven. Dat geldt ook voor Utrecht in de Middeleeuwen, toen de belangrijkste stad van Nederland.’

Zonder te veel spoilers te willen geven, we komen ook te spreken over kunstbeweging De Stijl en grote Utrechters als Theo van Doesburg en Gerrit Rietveld.
 

Hoe verliep jouw schrijfproces?

‘Ik heb met kaartjes gewerkt, tien keer tien kaartjes. Ik had dus tien plekken en tien onderwerpen, het moest ook niet meer worden. Vervolgens ben ik op pad gegaan, op reis naar die plekken - die ik natuurlijk niet allemaal op één dag bezocht …’
  

… maar meer zoals het lopen van het Pieterpad?

‘Precies, die interviews plande ik en ben ik daarna gaan uitwerken. Ik kwam erachter dat de reizen en de interviews leuk waren, gezellig vaak, maar als je dat moet gaan componeren tot een leesbaar boek, wordt het toch wel echt werk. Ik heb voor een ‘softe’ aanpak gekozen waar alle geïnterviewden zich volledig konden vinden in hun uiteindelijke verhaal, anders vond ik het niet passen in de sfeer van het boek. Die interviews gingen steeds over één onderwerp, maar we kwamen gaandeweg over van alles te spreken. Er is veel geschrapt: minder bekende namen en te particuliere zijpaden.’

Van Zeeland geeft verder aan dankbaar te zijn voor de begeleiding door goede redacteuren en dat hij het proces ook als een hele leuke schrijfcursus heeft ervaren.

Hoe heb je de research aangepakt?

‘Ik richtte thuis een aparte boekenkast in voor Trans Brabant, met bestaande en nieuw aangeschafte boeken. Op onderdelen schakelde ik meelezers in. Inzake Utrecht in de Middeleeuwen heb ik veel gehad aan René de Kam, conservator bij Museum Catharijneconvent. Ida van Zijl, de nummer één Rietveld-kenner ter wereld, heeft mij over hem en De Stijl veel geleerd.' 

'Ik vind het leuk om verschillende onderwerpen met elkaar in verband te brengen en daar nieuwe inzichten uit te halen, en ik erken dat op al die onderwerpen er experts zijn die veel meer weten dan ik. Het makkelijkste en moeilijkste onderwerp tegelijkertijd vond ik de landbouw. Iedereen heeft er een mening over, terwijl het één van de meest complexe thema’s is, waar economie, natuur, milieu en klimaat samenkomen. Hoe meer je leest, hoe ingewikkelder het wordt - en toch moeten we ons ertoe verhouden.'

'Het is ook een emotioneel onderwerp waar partijen tegenover elkaar staan, bijvoorbeeld de bio-industrie en dierenactivisten. Je ziet dat iedereen het goed wil doen, maar het wordt wel steeds moeilijker om alle verschillende gezichtspunten bij elkaar te brengen.’

Van Zeeland erkent dat sociale media een belangrijke rol spelen, maar stelt dat het positief is  dat iedereen hierdoor een podium heeft.  

‘Vroeger was je veel afhankelijker van de poortwachters, of jij diegene was die een plaat mocht uitbrengen - of een boek - of een documentaire mocht maken.  Nadelen zijn de werking van algoritmes, de anonieme accounts en vaak het gebrek aan goede moderatie.’


   

Ik leg Van Zeeland een aantal citaten voor en vraag hem om een eerste reactie. De keuze van de gesprekspartners werd ingegeven door de locatie en het onderwerp. Het gesprek met Sid Bachrach vond hijzelf één van de mooiste gesprekken. Bachrach komt in de slotconclusie nog éénmaal terug met: ‘Ga met elkaar aan tafel.’
  

Pag 27, citaat auteur:

Het was de kunst om als stad aantrekkelijk te zijn voor bedrijven en werknemers, en TivoliVredenburg zou daarbij weleens het verschil kunnen maken. De creatieve stad en de creatieve klasse waren upcoming, met dank aan het boek The Rise of the Creative Class van Richard Florida. Het is cynisch om te moeten constateren dat het project van de creatieve stad onbedoeld bijdroeg aan de stijgende huizenprijzen, die de stad voor velen onbetaalbaar maakten. Dat het zo erg zou worden zagen we toen niet aankomen. Je zou zo’n rapport nu niet meer met trots presenteren.

‘In de jaren negentig was de situatie in de stad kwetsbaar: we hadden wat achterstandswijken, en drugsproblematiek rondom Hoog Catharijne. Uit een wetenschappelijk onderzoek bleek dat - meer dan een museum, waar vooral toeristen af en toe op afkomen - een muziek/cultuurpodium met (inter)nationale allure een stad vooruithelpt. Dat rapport hielp om geld op tafel te krijgen voor Tivoli Vredenburg. Wij zijn hier slachtoffer geworden van ons eigen succes met die stijgende huizenprijzen.’
  

Pag 36, citaat Bülent Isik:
  
Mijn boerenverstand zegt dat het belang van de samenleving voor veel politici minder interessant is dan economische belangen. Als je de huidige situatie in dit land observeert, voelt niemand zich “probleemeigenaar”. Alles draait om het woord “willen”. Als we willen, kunnen we in dit land alles oplossen. Maar we willen dat niet. We hebben genoeg geld. Halverwege 2025 heeft de Tweede Kamer binnen een maand miljarden euro’s beschikbaar gesteld voor defensie.

‘Vanochtend in de krant bevestigd: wat gebeurt er nu met de veiligheidsbijdrage die wordt gevraagd? Weer worden de middeninkomens het zwaarst belast. We moeten kapitaal meer gaan belasten, en arbeid minder. Alle economen zijn het daar zo’n beetje over eens. Waarom lukt dat nog steeds niet? En kijk naar de situatie rondom het woningentekort; er zijn belastingvoordelen voor huizenbezitters, maar bij jongeren telt studieschuld mee bij een hypotheekaanvraag. En waarom ontvangen oudere miljonairs een AOW-uitkering?’
  

Pag 44, citaat auteur: 
 
Spectaculair aan de huizen van Rietveld is dat je de buitenwereld van binnenuit ervaart. Het is een sensatie om dat met eigen ogen te zien, bijna niet te vangen in foto’s. Precies daarom is het een onzinnig idee om onuitgevoerde ontwerpen van Rietveld te gaan bouwen in een Vinex-wijk. Een echte Rietveld laat zich moeilijk verplaatsen naar een andere omgeving.

‘Dat was ooit een idee om onuitgevoerde ontwerpen van Rietveld te gaan bouwen in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn. Maar dat past niet, die ontwerpen zijn bedoeld voor een bepaalde omgeving en komen ‘out of context’ niet over.
  

Pag 47, citaat auteur: 
 
De stad Utrecht is door zijn kerken geworteld in Jeruzalem, en je zou kunnen zeggen dat Tel Aviv, door zijn architectuur, het Bauhaus en Theo van Doesburg, is geworteld in Utrecht.

‘Ja daar ga ik wel wat ver in hoor. Die uitspraak is tot op zekere hoogte wat gezocht, maar je ziet hier al die kerken verwijzen naar verhalen uit Jeruzalem. Bij het Bauhaus in Duitsland was Utrechter Theo van Doesburg één van de docenten. Dat was de bakermat van het modernisme. Een aantal architecten van het Bauhaus kwam in Israël terecht en Tel Aviv is dé Bauhaus-stad.

Op pagina 47 haalt Van Zeeland een analyse van Harm Scheltens aan, die wijst op het Rijnlandse model van vijftig jaar geleden - met leiders als Den Uyl, Willy Brandt, Helmut Schmidt en Mitterrand.

‘Sinds 1980, de tijd van Reagan en Thatcher, is dat ingeruild voor het neoliberalisme, waarin het belang van aandeelhouders vooropstaat. Terwijl dat Rijnlandse model: een vrijemarkteconomie, gecombineerd met een sterk sociaal stelsel en een overheid die grenzen stelt, eigenlijk heel geschikt was.’
  

Een voorbeeld van waar de auteur man en paard noemt, is de passage over fabriek De Ploeg in Bergeijk, op die beroemde buslijn 21:  ‘Waren er dan echt geen andere oplossingen? De Ploeg laat je niet vallen. Het gebouw blijft uiteindelijk behouden. Er is zelfs nog even het idee van een kenniscentrum voor wiet. Wat best toepasselijk is: hennep is ook een grondstof voor textiel. En vooruit, Brabant is een centrum van de drugshandel en -productie.’
   

Pag 93, citaat Jalila Essaïdi:

Ik wil waken voor het “vroeger was alles beter”-effect, maar in contact zijn met de natuur en de rust en de concentratie vinden om een boek te lezen, dat zijn en blijven heel waardevolle dingen die we zouden moeten koesteren.

(veert op) ‘Ja, het belang om in contact te blijven staan met de natuur en de rust te vinden om een boek te lezen. Dat vind ik een mooie uitspraak. Deze week was nog in het nieuws hoe de geestelijke gezondheid van jongeren in het gedrang raakt door al die snippets aan informatie op de sociale media, waar ze aan verslaafd zijn. Die keuzevrijheid is de luxe van deze tijd en het kostbaarste gooien we bijna weg.'

  
Pag 120, citaat auteur over wetenschap en technologie, die zich ontwikkelen naar een theoretischer en abstracter niveau. Steeds minder mensen zien het hele plaatje, steeds meer mensen voelen zich buitengesloten.  

De kenniseconomie staat voor de grote uitdaging om het vertrouwen te herstellen, door die relatie met het grote publiek op een inspirerende en enthousiasmerende manier nieuw leven in te blazen.

‘Neem de chipmachines van ASML: maar weinig mensen kunnen uitleggen wat ze precies doen, ik ook maar beperkt. Het is belangrijk dat het publiek aangesloten blijft. De opkomst van de TED-talks was daarin een gamechanger: wetenschappers moesten hun werk in tien minuten helder uitleggen.’
   

Ann Maes, designconsultant voor de industrie, stelt dat de grenzen van de groei al in 2008 al bereikt waren (blijkt uit de Earth Overshoot Day die ieder jaar eerder komt). Waar sta jij in die discussie?   

‘Ik geloof dat er nog veel winst te behalen valt uit alternatieve energiebronnen. Denk bijvoorbeeld aan het beter opslaan van zonne-energie en waterstof. Als in de nabije toekomst iedereen thuis zijn eigen batterij heeft, waarmee men buiten het net om opslaat en verbruikt, dan is het huidige probleem van netcongestie ook geadresseerd. We moeten de infrastructuur nog veel meer ontwikkelen. Dat zal een positieve invloed hebben op die Overshoot Day.' 

'Met ‘grenzen aan de groei’ heb ik in zoverre moeite dat de mensen de drive bezitten om te willen groeien. Dan verwijs ik naar de bredere definitie van econoom Arnold Heertje: dat groei goed is, maar dat je die niet altijd moet zoeken in meer geld verdienen.’ 

   
Eén van de mensen die Van Zeeland had willen spreken was Ruud Gullit. ‘Het Europees Kampioenschap van 1988 was misschien wel hét hoogtepunt van de multiculturele samenleving.’ Gullit gaf niet thuis.

Van Zeeland worstelt, net als vele Nederlanders, met migratie, blijkens zijn pleidooi dat als je met een Nederlands paspoort vrijwel de hele wereld kunt bezoeken, je eigenlijk ook de opdracht hebt gastvrij te zijn. Tegelijkertijd stelt hij: ‘Een theatervoorstelling of een voetbalwedstrijd is ook uitverkocht als alle stoelen bezet zijn. In hoeverre kun je nog migranten toelaten als je al een half miljoen woningen tekortkomt?’ Het maakt de auteur menselijk. 

Het maakt De Trans Brabant Express een overtuigend boek.