Door Ton van den Berg - “Een markante Utrecht in onze buurt is overleden”, dat bericht kreeg ik een paar dagen geleden op mijn vakantieadres. En degene die het mij schreef vermeldde er bij: “Misschien kun je er nog een stukje over schrijven…”.

Nou gaan er heel vaak markante Utrechters dood, maar ik ken ze echt niet allemaal en dan is het lastig om er een stukje over te schrijven. Cor van Zijl, over wie het gaat, kende ik niet echt. Hij was voor mij zo’n Utrechter wiens hoofd ik kende. Dat heb ik vaker: Utrechters die ik ken omdat ik hun hoofd vaak heb gezien.

Toen ik in de jaren tachtig in de Kraanstraat woonde zag ik Cor vaak even verderop voor zijn huis aan de Hopakker waar hij er een witgoedonderneming op nahield. Met name wasmachines stonden buiten opgesteld. Het leek mij niks om er op die manier een te kopen, maar het verkocht. Cor kon ze voor een appel en een ei aanschaffen en zo ook weer voor goedkoop prijsje doorverkopen (op een deukje moest je niet kijken) en daar was een markt voor onder kamerbewoners en anderen die elk dubbeltje een paar keer moesten omdraaien.

Bij het hoofd hoorde ook dat ik al snel wist dat hij een muzikaal duo vormde met zijn vrouw Toos. Hij op het orgel en zij op de drums. Het was in de tijd dat wie een beetje snobberig dacht dat ie van betere muziek hield, zoals ik, z’n neus ophaalde voor de bruiloften en partijen-muziek zoals het duo Toos en Cor maakte: zeurnummers. En in mijn brute vooronderstelling ging ik er ook vanuit dat dit duo er niks van kon. Wij noemden ze thuis vanzelf: duo Koos en Tor en gezien de reacties deze week op het overlijden van Cor waren we niet de enige.

Maar het duo scoorde dus mooi wel een hitje: Ik mis me slippie, dat een Nederlandstalige cover was van het Engelstalige zeurnummer Missisippi van de Limburgse zangeressen die opereerden onder de naam Pussycat. Waar het in mis me slippie over gaat heb ik Cor nooit kunnen vragen. Hij bleef voor mij iemand op afstand, iemand die ik kende uit het Utrechtse door Ik mis me slippie  en doordat ie altijd met z’n wasmachines voor de deur zat.

De Paling, daar moet ik in een keer aan denken, Henk van der Hoeff, was ook zo iemand. Die verkocht, zittend voor z’n deur, aan het eind van de vorige eeuw ordners in een uitdragerij aan de Springweg en dat maakte hem ook tot een markante Utrechter want velen, vooral studenten die toen nog ordners nodig hadden, kenden hem.

Ik was al weg uit de Kraanstraat toen Toos overleed in 2002, maar ik kreeg wel mee dat Cor een nieuwe vrouw vond in de straat waar ik gewoond had en waar ik hem vaak voorbij had zien komen. En aan de Bemuurde Weerd vond hij later een nieuwe plek voor zijn witgoedonderneming, die hij niet kon loslaten.

Nooit zag ik een optreden van het duo Toos en Cor en ik was dan ook verrast toen ik in 2021 en in 2022 was uitgenodigd voor een burenbijeenkomst in de Kraanstraat en hem beide keren achter een orgel zag zitten. Dat had ik ook wel eens gezien op de Hopakker tijdens de Vrijmarkt op Koninginnedag, maar in die gevallen liepen we altijd snel door want we waren bang dat we het ook zouden moeten gaan aanhoren hoe Ik mis me slippie live klinkt.

Nu was ik wel nieuwsgierig. Ik zou Cor, die markante Utrechter, voor het eerst aan het werk zien met een orgel. En het werd zoals ik had verwacht: het was niet best. Ik ben geen muziekkenner maar hij zong een beetje vals en het orgelwerk was vooral geprogrammeerde stukkies aanzetten. Maar hij genoot en de straat genoot met hem mee. Een artiest die mensen weet te beroeren is een echte artiest. De markante Utrechter kon dat.

Na die tijd zag ik hem vaak voor z’n deur zitten aan de Bemuurde Weerd. Dan zwaaide ik en hij zwaaide terug en ik zag hem denken: “Wie is dat in godsnaam?”

De laatste keer dat ik hem zag was op 26 april jongstleden. Hij zat in de gang van zijn woning/winkel om de straat te bewaken want Koningsavond zat er aan te komen. Ik maakte nog een foto van hem en vroeg of dat nou wel zo’n goed idee was om een geldautomaat aan je gevel te laten installeren. Hij mompelde iets vaags: “Waarom niet?!” Het was het langste gesprek dat ik ooit met hem heb gehad.

En wat is mijn mooiste herinnering aan deze markante Utrechter?! Of eigenlijk aan het duo! In de jaren tachtig dus, ten tijde van Ik mis m’n slippie woonde een andere markante Utrechter Henk Westbroek ook in de buurt, aan de Weerdsingel en die was radio-deejay bij de VARA. Henk had Toos en Cor vaak op straat gezien. Soms ook bij de haringkraam van de Muis op de hoek bij de Hopakker.

De VARA had toen jaarlijks een dag voor het goede doel. De hele dag allerlei gedoe op Radio 3 om geld mee te verdienen en wat had Westbroek bedacht: laat het duo Toos en Cor in de studio optreden en ze stoppen alleen, echt alleen als er héél véél geld is overgemaakt. Cor en zijn Toos vonden het niet denigrerend, ze vonden het prima, ze waren die dag diverse keren live op de radio en het bracht nog geld op ook voor het goede doel. Kijk, zo word je een markante Utrechter en verdien je een stukkie want Cor (én Toos) worden niet vergeten.

Lees ook: klikhier

en zie hieronder kort stukje optreden in de Kraanstraat in 2022.

Cor van Zijl op 25 september 2022 in de Kraanstraat. Foto: Ton van den Berg