Hans Versnel is op 5 april jl. overleden. Hij werd 87 jaar oud. Versnel was oud-ambtenaar bij de gemeente Utrecht en lange tijd prominent lid van de Partij van de Arbeid. Zijn vrouw was de in 2019 overleden Machteld Versnel-Schmitz die voor D66 nog in de Tweede Kamer heeft gezeten. Hans Versnel wordt 15 april begraven op Den en Rust in Bilthoven.

Begin november 2025 verdedigde Versnel nog zijn proefschrift over de verbetering van kampongs en stedelijk bestuur in Indonesië. Op de vraag of hij de oudste promovendus ooit is, antwoordde hij toen: “Nou, ik ben niet de oudste hoor, er was ooit iemand van 89, dat heb ik uitgezocht. Maar het voelt bijzonder.” 

In 2008 had journalist Ton van den Berg een interview met de toen 70-jarige Versnel voor het blad Ons Utrecht. Dat gesprek ging over de geschiedenis van zijn Indische familie waarover hij een boek schreef. Hieronder dat interview.

   

'Een familiehistorie in boek opdat niets vergeten wordt'

Terwijl de peuter Hans Versnel leert lopen in Singapore is zijn vader Fred Versnel, die machinist is op de grote vaart, in september 1940 met onbekende bestemming vertrokken. Zijn schip, de Nieuw Zeeland, is gevorderd door de Engelsen voor de oorlog in Europa en Versnel gaat mee. Waarheen, dat is geheim. Een vertrek sans destination (met onbekende bestemming) heet dat. Na elf maanden keert hij weer terug bij zijn vrouw Meeltje en zijn drie zoons die inmiddels verhuisd zijn naar Batavia waar het gezin voorheen ook had gewoond. Wat heeft Fred Versnel in die elf maanden meegemaakt? Pas in 1985 zou zijn zoon Hans Versnel er de details van te weten komen.  En weer veel later zou dat het begin zijn van een boek over de familiegeschiedenis van Versnel dat toepasselijk de titel: ‘Een Indisch leven met onbekende bestemming’ kreeg.

In zijn woning in de Parkstraat in Utrecht bladert Hans Versnel door een oud fotoboek. “Kijk, hier zie je mijn ouders op een fiets. Ze zijn verliefd, nog niet getrouwd. Dit is in het Parapattan Weezengesticht waar mijn grootmoeder, die ‘maatje’ Schutte werd genoemd, de leiding had. Meeltje is haar dochter. En mijn vader? Die was er komen te wonen nadat zijn vader na het overlijden van zijn moeder was hertrouwd en er nadat hijzelf overleed was er geen plek meer voor hem bij zijn stiefmoeder.”

Een andere foto laat zijn grootouders zien. Deftige mensen in traditionele Indische kledij die op een veranda een kopje thee drinken. Verderop in het album foto’s van zijn vader Fred aan boord van diverse schepen waarop hij voer voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM).

Versnel: “Die fotoboeken en allerlei ander materiaal van mijn familie ben ik pas na de dood van mijn moeder in 1993 gaan archiveren. Mijn vader overleed in 1985 en van hem had ik slechts een tekst die op twee velletjes papier was getypt. Die kreeg ik van hem op een dag in het voorjaar van 1985. Het was een paar maanden voor zijn overlijden. Ik moest direct naar Dordrecht komen, waar hij en mijn moeder woonden. Toen ik daar kwam gingen we naar de ABN-bank want er zat van alles in een kluis. Het bleken documenten te zijn en foto’s die in een aktetas waren gestopt. Thuis ontdekte ik pas die twee velletjes. Het was zijn verhaal over wat hij op de Nieuw Zeeland had meegemaakt bij een troepentransport naar Kreta in mei 1941 kort voor de Duitse invasie daar. Hij had dat in 1948 moeten opschrijven om zo in Nederland in aanmerking te komen voor een hoge onderscheiding die hij ook echt gekregen heeft: het Kruis van Verdienste. Die twee velletjes en wat aantekeningen over Japanse gevangenenkampen in een zakbijbeltje, dat was het enige wat hij ooit op papier had gezet over zijn leven. Brieven van hem aan mijn moeder had ze vernietigd. De enveloppen heb ik nog wel. Maar vooral die twee velletjes zouden het begin zijn voor mij om de familiegeschiedenis van de familie Versnel in Indonesië uit te pluizen en op papier te zetten.”

Flarden

Zelf was hij nog veel te klein om zich van alles te herinneren uit zijn Indische tijd, voordat hij, geboren in 1938 in Batavia (nu Jakarta), met zijn ouders en broers in 1946 voor het eerst naar Nederland kwam. Flarden weet Versnel nog. “Ik weet nog dat we veel God in huis hadden. Ik bedoel, mijn moeder was vaak aan het bidden en ging ook veel naar de kerk. Ze was nogal gelovig en zorgde ervoor dat Hij altijd aanwezig was. Ik zeg altijd: God leefde met ons.”

Gevangschap in een Jappenkamp blijft de jonge Hans bespaard. Na de bezetting van Batavia door de Japanners in maart 1942 weet zijn moeder Meeltje de autoriteiten aan de hand van allerlei familiebloedlijnen te overtuigen dat het gezin meer Indisch dan Nederlands bloed heeft. Helaas wordt zijn oudste broer vanwege zijn leeftijd, 16 jaar, wel weggevoerd en maakt de ontberingen in een gevangenkamp mee. Hij overleeft die hel, net als vader Fred die door de Jappen krijgsgevangen is gemaakt. “Van mijn vader heb ik in die tas met documenten nog een medisch dossier uit die tijd waarop staat dat deze 1.85 meter lange man nog maar 36 kilo woog.”

Als de oorlog voorbij is begint de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs die zich los willen maken van het Nederlandse koloniale bewind. In die periode, de Bersiap, is het voor iedereen met Nederlandse roots, ook al is het van een paar generaties terug, onveilig. Het gezin Versnel vlucht in 1946 naar Nederland waar ze als repatrianten worden onthaald. “Gek was dat eigenlijk voor ons want wij waren helemaal geen repatrianten. Wij keerden niet terug naar Nederland, we kwamen uit Indonesië waar we zijn geboren en waar we weg moesten. We waren feitelijk vluchtelingen.”

De familiegeschiedenis eindigt met de vlucht uit Nederlands-Indie. “Ik wilde vastleggen wat daarvoor was gebeurd. Eerst wist ik nog niet dat ik zoiets zou gaan doen, maar dat is zo gegroeid. Het begon met dat archiveren en die twee tekstvelletjes van mijn vader toen ik via mijn vrouw Machteld, die toen in de Tweede Kamer zat, in contact kwam met Huib Versnel in Dronten die een familiestamboom aan het maken was. Voor hem maakte ik een eerste aanzet voor een verhaal over mijn vader. Dat kwam op een website die, het is ongelooflijk dat internet, reacties opleverde van mensen die mijn vader hadden gekend en anderen die weer meer konden vertellen over het schip de Nieuw Zeeland. Dat was het schip waarop mijn vader voer als machinist. Toen het door de Engelsen was gevorderd is hij aan boord blijven werken. Dat is iets waar ik nog steeds heel trots op ben. Dat die man dat lef had als burger de oorlog in te gaan. Vanuit Australië brachten ze soldaten naar Kreta, nog tot een week voordat het eiland door de Duitsers bezet werd. Hij maakte er bombardementen mee, dat beschrijft hij op die twee velletjes, maar de Nieuw Zeeland werd niet geraakt. Na een transport is het schip in november 1942 door een Duitse onderzeeboot in de Middellandse Zee getorpedeerd en gezonken. Mijn vader was daar niet bij. Die was toen terug in Indië om vanuit in Batavia met een ander schip transporten te verzorgen.” Het verhaal over de ondergang van de Nieuw Zeeland kreeg Versnel van Piet Smit ook machinist die had overleefd. Hij woonde tot zijn dood een paar jaar geleden op Terschelling.

Alles rond de Nieuw Zeeland, de gevechten op en rond Kreta en de troepentransporten heeft Versnel boven water weten te halen via binnen- en buitenlandse archieven en bezoeken aan het eiland zelf. “Ik weet zelfs welke U-boot het geweest is en wie er als bemanning op zat.” Maar op dat moment is het nog steeds niet de familiegeschiedenis die het uiteindelijk wordt. “Het begon tot me door te dringen dat ik veel mooi materiaal had over mijn vader en wat hij op de grote vaart had meegemaakt. Maar ik had nog veel meer in huis. Dat waren de dictaatcahiers van mijn moeder waarin ze haar herinneringen aan Indie had opgeschreven. Ze was die in 1981 op verzoek van Machteld en mij gaan opschrijven nadat ze tijdens een bezoek aan ons in Indonesie, waar ik toen werkte, vertelde dat ze niet zoveel te doen had in haar aanleunflat in Dordrecht. ‘Memoires vanaf mijn geboorte Batavia 12 mei 1901 voor Hans. Op verzoek van Hans’, zo noemde ze het. Unieke documenten.”

In de nalatenschap van zijn ouders vond Versnel bij het ordenen ervan nog meer aantekeningen van zijn moeder die ze in 1976 op schrift had gesteld. “Ik ben afgestapt van het idee alleen maar dat maritieme verhaal rond mijn vader te maken. Dit moest een familiegeschiedenis worden. Ik kwam steeds meer zaken tegen ook waarvan ik dacht ‘Dit moet ik voor mijn eigen kinderen opschrijven’. Zaken die bijna vergeten dreigen te raken. Wie kent nog de Bloedige Zaterdag, een bombardement van de Chinezen op Sjanghai in 1937? Mijn vader was erbij die dag aan boord van de Tasman, ook een schip van de KPM, die hals over de kop is weggevaren. Hij maakte foto’s van de branden in de stad. Veel van wat er die dag gebeurde heb ik van Rinus de Kloe op Terschelling. Dat is iemand die alles over de KPM verzamelt en ook via het internet reageerde op mijn eerdere artikelen. Het internet, wat een fantastisch medium is dat toch!”

De familie Versnel bij elkaar Kerstmis 1938. In de stoel links Meeltje, de man achter haar is Fred Versnel. Rechts in de stoel Ma Schutte met in haar armen, een maand oud, Hans Versnel. Foto: familie Versnel

Precies zeventig jaar na zijn geboorte presenteert Hans Versnel voor zijn familie en vrienden het boek ‘Een Indisch leven met onbekende bestemming’ in het Museum Maluku in Utrecht. Het komt niet in de boekhandel maar krijgt binnenkort wel een plek op het internet zodat het als pdf te downloaden is voor iedereen die interesse erin heeft.

“De afgelopen vijf jaar, sinds mijn pensioen, ben ik met het archief van mijn ouders aan het werk geweest. Machteld en ik hebben ook bezoeken gemaakt aan Indonesië om de plekken op te zoeken uit mijn jeugd. Het gebouw van het Parapattan Weezengesticht in Batavia is er nog en is nu in gebruik als ministerie. Binnenkort gaan we weer die kant op. Naar Surabaya waar een oude Nederlandse begraafplaats is en waar de moeder van mijn vader begraven ligt. De mensen die er in de buurt wonen kennen de historie van de begraafplaats niet en ze begrijpen niet waarom er mensen begraven liggen met Nederlandse namen. Nu is het plan er een klein museum te vestigen waar mensen tekst en uitleg krijgen over de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en Indonesië. Daar willen wij graag aan meewerken. Het gaat om een belangrijk stuk erfgoed dat net als familieverhalen niet verloren mag gaan.”