GEEN NOODWEER, MAAR ZON

IN ZWARE PYRENEEËNDAGEN

door Jeroen Wielaert - Een van de zwaarste opdrachten van het Projekt 70 is volbracht, Cees van Gemert is de twijfel voorbij. Zondag is de 70-jarige Utrechter afgedaald van de Peyresourde en opgewekt aangekomen in de oude bronbadenplaats Luchon.

Hij was opgelucht na zijn vierdaagse over de legendarische rij Pyreneeëncols met eerst de Aubisque, Tourmalet en Aspin. Op 6 juli 1926 lagen ze op de route van de tiende 326 kilometer lange Touretappe Bayonne-Luchon. Hij is de geschiedenis in gegaan als de zwaarste ooit. Van Gemert had zijn twijfels, maar hij kon fietsen met goed juniweer.

Dantesk, rampzalig, hels. Tussen Bayonne en Luchon ging het in 1926 in hevig noodweer over de klassieke reeks Pyreneeën. De wegen waren nog niet geasfalteerd, de automobielen van de toeschouwers die omhoog waren gereden hadden diepe moddersporen veroorzaakt waar de renners doorheen moesten baggeren. Soms moesten ze hele stukken lopen. De Belg Lucien Buysse kwam na 17 uur 14 minuten en 4 seconden als eerste aan op de Allée d'Etigny in Luchon. Hij had ruim 25 minuten voorsprong op nummer 2, de Italiaan Bartolomeo Aimo. De organisatoren maakten zich grote zorgen over de renners ma hen, die maar niet binnen kwamen. Laat in de avond kwam een hele groep aan in een vrachtwagen.

Cees van Gemert had op de zuidwaartse route door Frankrijk vooral moeten vechten tegen de wind. Nu kwamen dus die geduchte beklimmingen. De eerste was de laagste: de Col d'Osquich, 507 meter hoog. Hier merkte de Utrechter een behoorlijk verschil met de Col de la Faucille, de allereerste berg die hij op zijn 70-daagse over moest, nu alweer anderhalve maand geleden. De eerste week volgde broer Jan hem met de auto en nam zijn bagage mee. Die moest nu mee omhoog, achterop de fiets, een gewicht van 8 kilo. Hoe moest dat op de Aubisque, de eerste klim naar Gourette?

De beleving zelf leerde hem meer. 'Tot 9 procent stijging is het wel te doen met de bagage. Tot 13 procent is het duwen en trekken. Als het maar niet kilometers achter elkaar is.'

In skistation Gourette was vrijwel alle horeca gesloten. Hôtel Boule de Neige staat vlakbij de skilift. Van Gemert zag er de schapen omheen lopen.

Vrijdag de laatste 4 kilometer naar de top van de Aubisque. Lastig. 'Vanuit het ontbijt is het niet echt relaxed, vol aan de bak. Ik kwam redelijk snel boven. Het was er wel leuk. Veel motorrijders, veel fietsers. Ik ben er een tijdje geweest. Ik heb ook uitgebreid geluncht. Je zit niet in een wedstrijd.'

Uitputtend was het niet. 'Nee. Het was wel warm. Met afdalen is het wel uitkijken. Ik zag schapen die op de weg lagen te slapen in de schaduw. Je moet niet roekeloos naar beneden rijden.'

Ongemerkt passeerde Van Gemert zo het punt waar Wim van Est in 1951 in een ravijn was gevallen. Barèges was de halte in de beklimming van de Tourmalet. Er waren wegversmallingen vanwege de nieuwe asfaltering, ze waren er bezig met het afschrapen van het wegdek. Het moet klaar zijn voor de komende Tour de France.

In bed kwamen de twijfels. Sprekende notities in Polarsteps: 'Afgelopen nacht slecht geslapen: zou ik die vermaledijde Tourmalet wel opkomen? Wat als t niet lukte? Was dan het hele projekt mislukt? Wie zou er winnen: de kracht van de natuur of de kracht van de geest?'

In de eerste twee kilometer na Barèges is de stijging direct 9 procent. Lastig, net uit bed, onopgewarmd. Dan de berg die als een muur omhoog stijgt. '10 procent stijging, af en toe voetjes op de grond, maar ik kon hem vrijwel helemaal fietsen.'

Zo kon hij zaterdag ook de Tourmalet afstrepen. En genieten van het magnifieke uitzicht.

De Aspin viel daarna niet mee, hoewel hij niet zo lang is. 'Mijn broer had gezegd dat het een makkie was. Ik vond het een kuthelling. Hij is in het begin heel onregelmatig. Op het laatst is het 8 tot 10 procent. Ik was daar niet op ingesteld. Fietsen is vooral een mentale instelling. Als de kop maar goed is, gaan de benen vanzelf.'

Het gevaar stak in het verkeer van andere liefhebbers. Bij het afdalen werd het zwaar opletten voor tegenliggers op motoren. 'Ze komen niet over hun eigen weghelft omhoog, snijden bochten af. Je kunt niet in de bochten gaan liggen op je eigen weghelft. In plaats daarvan moet je hard remmen. Maar goed, ik ben beneden gekomen, heb een lekker koud biertje genomen in Arreau.'

Zondag kwam de voltooiing met de Peyresourde. De eerste 8 kilometer lekker in de schaduw. Voorbij de boomgrens werd het echt flink heet. Toch hield hij zijn gele jack aan. Hij kwam een stel Belgische motorrijders tegen die hem vroegen waarom.

'Dat doe ik voor jullie, om zichtbaar te zijn.'

'Oh, maar wij blijven op onze eigen afdaling!'

Een goede afdaling verder, met lange, overzichtelijke stukken. In Luchon is het klassieke Hôtel d'Etigny een mooi verblijf voor twee nachten. Zware tapijten op de vloer, een zwembad. Vier dagen voor op het geplande schema: na de geslaagde Pyreneeënopdracht kan een rustdag er wel vanaf. Nee, het is niet rampzalig geworden. Cees, opgelucht aan de telefoon: 'Dit geeft vertrouwen voor Parijs, dat ik die bergen aankan, met bagage. Het is weliswaar zwaar genoeg, maar ik denk wel dat dit gaat lukken. Eerst nog de oostelijke cols in de Pyreneeën.'