Wielaert - Buizen, Balken en Beton, groot Utrecht theater in Otterlo
Gepubliceerd: zaterdag 13 juni 2026 15:06
Door Jeroen Wielaert - Twee Utrechtse grootheden komen samen op een locatie die er al lange jaren voor bestemd was. Nu is het zover: de expositie Ruud Kuijer in het Rietveldpaviljoen, in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum in Otterlo (Ede). Het wordt een theatrale setting genoemd.
Gelet op de robuuste materialen zou een andere titel passen: Buizen, Balken en Beton. Vrijdagmiddag was de opening. De Utrechtse scene was ruim aanwezig, inclusief een voormalige wethouder, de huidige burgemeester van Ede: René Verhulst.

Kuijer is vooral bekend om zijn Waterwerken aan het Amsterdam-Rijnkanaal bij Lage Weide, een rij betonkolossen die hij in 2013 voltooide. In de stad is meer van hem te zien, zoals bij de Veilinghaven. De tentoonstelling in het Rietveldpaviljoen doet meer recht aan zijn hele oeuvre. Het gaat om sculpturen van 1990 tot 2025. Een selectie uit de series Staan/liggen/hangen/leunen, Beton en gegalvaniseerd ijzer, Monolitische sculptuur in beton en Grote H-balksculpturen.

In grote verscheidenheid is het herkenbaar als origineel Kuijeriaans. Vanaf zijn Academietijd wilde hij wegblijven van marmer en brons. Zijn materialen geven hem in wat hij ervan maakt: beton, steen, gevonden buizen, gaas en roosters en dan begint het gieten, boren, buigen, zagen, lassen, knopen. Hier is een kunstzinnige smid, timmerman en betonvlechter tegelijk aan het werk, met assemblages in de traditie van de Amerikanen David Smith en Mark di Suvero, de Engelsman Anthony Caro en Nederlander André Volten.
Het werk wordt in mooi Frans ook wel omschreven als bricolage, creatief knutselwerk, door de Franse filosoof Claude Lévi-Strauss omschreven in zijn La Pensée sauvage als improviseren met beschikbaar materiaal.

Alles staat stil, maar toch is het een en al beweging, voor wie het bekijkt in een rondgang rond de uiteenlopende structuren. Daar hoort ook het theater bij, alsof het er speciaal voor is bedacht. Barbara Hepworth stond 23 jaar in het Rietveldpaviljoen, nu is ze verplaatst naar een plek dichtbij in het park – ook al een beweging, waardoor het nu het thuis is van de speelse opvoering van Ruud Kuijer. Rietvelds muren gaan in materiaal en kleur perfect samen.
Op een banier bij de ingang, maar ook in het boekje staat: 'het Rietveldpaviljoen is het podium, de beelden acteurs en rekwisieten. Plaatsing is alles. Als bezoeker verhoud je je in de ruimtelijke ontmoeting direct tot de sculpturen. De sculpturen zelf komen het menselijk lichaam bovendien nabij: in maat en schaal maar ook in vorm, want hoewel abstract, hebben de beelden 'romp', 'hoofd' of 'ledematen'.
Bij het aanlopen gaat het eerst langs Melancholie, een soort zwarte meteoor van Armando. Dan staat er Sprong van Kuijer, een driepoot van buizen en beton, nog niet onder dak. Eenmaal binnen, tussen de transparante muren, begint de afwisselende, bonte voorstelling van harde metalen, beton en hout.
Kuijer heeft twee jaar geleden directeur Benno Tempel benaderd, die toen net een jaar vanuit het Kunstmuseum Den Haag was overgestapt naar het Kröller-Müller. Hij zei simpelweg: 'Ik zou iets willen doen.' Tempel had er wel zin in. In zijn openingstoespraak zei hij: 'De beeldentuin is monumentaal maatgevend. Het blijft alleen levendig als er nieuwe dingen gebeuren. Ruud is natuurlijk een beeldhouwer die past bij de klassiek moderne traditie. Hij is een van de belangrijkste levende sculpturisten in Nederland en dat moet getoond worden. Dit is een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre. Het is behapbaar. Wie het grote werk wil zien, moet naar Utrecht voor de Waterwerken, die toch ook een soort lichtheid hebben en een zekere speelsheid.'
René Verhulst herinnerde zich wat hij als wethouder in Utrecht heeft geleerd van Kuijers andere capaciteit als cultureel ondernemer. Hij zei: 'Ruud zei wel eens: “Als ik gewoon iets vraag aan mensen, heb ik altijd wel iemand die iets kan doen, bijvoorbeeld in het transport.” Dat heb ik in de politiek ook geleerd: gewoon iets vragen. Niet vijf, zes uur over iets vergaderen.'
In Otterlo heeft Kuijer drie sessies gehad met Tempel en hoofd tentoonstellingen Jannet de Boer. Daarna ging het snel. Het is een dynamiek die ook Tempel wel past, nu ze ook plannen hebben voor een forse uitbreiding van het museum.
Het beste is toch de gedeelde speelsheid van Rietveld en Kuijer. De voorstelling duurt geen 23 jaar, maar het zou langer mogen dan tot 4 oktober. Dan is in ieder geval bekend welk werk er zal blijven.



