Wielaert - Wat nou Rembrandt? Van Honthorst is de man!
Gepubliceerd: zaterdag 25 april 2026 12:43
Door Jeroen Wielaert - Als kunstschilders waren ze tijdgenoten van naam en faam, Rembrandt en Gerard van Honthorst. De een werkte voornamelijk in Amsterdam, de ander in Utrecht, maar ook in het buitenland. Door de eeuwen werd Rembrandt wereldberoemd. Van Honthorst bleef daar sterk bij achter.
Dat dat volkomen onterecht is, blijkt uit de tentoonstelling Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt. Het heeft ruim een miljoen euro gekost. Directeur Bart Rutten hoopt op veel publiek en terecht. Het is een geweldige openbaring, om alles van de Utrechter voor het eerst bij elkaar te zien in het Centraal Museum.
Voor conservator Liesbeth Helmus is het de voltooiing van een trilogie. Ze begon eind 2018 met de prachtige tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa. In 2023 volgde het spektakel van de beruchte Bentvueghels. De tentoonstelling over Van Honthorst is Helmus' laatste voor haar pensioen na dertig jaar bij het Museum. Het is ook haar mooiste.

Wie de eerste expositie heeft gezien, herinnert zich Van Honthorst (1592-1656) als collega van de Utrechters Hendrick ter Brugghen en Dirck van Baburen. Zij ondernamen tussen 1600 en 1630 de reis naar Rome en aanschouwden daar hoe briljant Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) taferelen vol licht en donker had geschilderd. Van hem namen ze ook het schilderen van het alledaagse over, doeken met muzikanten, kaartspelers, koppelaarsters en hoeren. Van Honthorst was een bescheiden en nette man die in Rome toch een relatie kreeg met een sekswerkster. Hij deed met haar aan fare carnalmente, geslachtsverkeer.
Niet Caravaggio, maar Rembrandt is nu door Helmus gekozen om Honthorst, zoals ze hem zelf constant noemt, mee te contrasteren. Ze waren allebei zeventiende-eeuwse meesters. De elf jaar jongere Rembrandt stak het nodige op van het licht en het donker van de Utrechter. Het is goed om beiden in hun tijd te zien, toen ze moderne, populaire kunstenaars waren in de tweede helft van de Tachtigjarige Oorlog.
Tot 1650 behoorde Van Honthorst meer dan Rembrandt tot de vooraanstaande schilders uit de Noordelijke Nederlanden. Hij had het tot hofschilder gebracht in onder andere Engeland, maar ook in Den Haag. Hij werd miljonair, waar Rembrandt failliet ging door een slordige levenswandel. Hij was in veel, maar niet alles anders dan Rembrandt.
In de negentiende eeuw kwam een eigenaardige rangschikking tot stand, een canon met de Grote Drie: Rembrandt, Johannes Vermeer en Frans Hals. Het had te maken met de vorming van een Nederlandse identiteit, waarbij de Nachtwacht werd opgehemeld tot het beste vaderlandse schilderij, terwijl het vergelijkenderwijs beslist niet het beste laaglandse schilderij uit zijn tijd is.
Het was goed voor de marketing van dat trio, maar wie de tentoonstelling over Van Honthorst ziet, kan niet anders dan constateren dat het een grove versimpeling is. Helmus beaamt dat: 'Ja, natuurlijk. Daar ben ik al jaren mee bezig.'
Rembrandt is als grootheid de norm geworden, erkent Helmus. Ze ziet de tentoonstelling ook niet als een wedstrijd, maar is wel heel blij om Honthorst dit tribuut te kunnen geven. Wat door de tijd heen sterk moet hebben meegespeeld, is dat Utrecht achterop raakte als voorname stad en daarmee ook de stedelijke kunstenaars. Van Honthorst verwierf een internationale reputatie, maar werd vanwege de invloed van Caravaggio bij de Italiaanse schilders gevoegd.

Van Honthorst was meer dan een Caravaggist. Het is te zien in de openingszaal, op een groot doek met het zelfportret van een keurige kunstenaar uit 1655. Het ontbeert de rock&roll van de Bentvueghels volledig. Van Honthorst wilde graag laten zien hoe voornaam hij was, in een loopbaan waarin hij grote buitenlandse vorsten en vorstinnen had geschilderd, zoals Maria de Medici, koningin van Frankrijk, koning Karel 1 van Engeland, de Nederlandse stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. De Utrechter schilderde haar nota bene, nadat een portret dat Rembrandt van haar maakte was afgekeurd – te lelijk. Van Honthorst voldeed graag aan de wensen van de riant betalende hoogheden en zo kwamen ze op doek in hun beste kleding, maar ook ronduit stijfjes.
Heel anders is dat met de Luizenjacht, zijn laatste nachtstuk, uit 1628. De ronde borsten van de naakte dame in bed trekken de volle aandacht. Ze is een prostituee die door een koppelaarster met een opgeheven kaars onder het laken wordt onderzocht op luizen. In het halfduister links kijken twee breed glimlachende klanten toe. Vlakbij hangt het schilderij van een jongeman die een zakje met kleine kazen omhoog houdt, een duidelijke verwijzing naar testikels. Ernaast hangt de Jongen met vijgen, ca 1615, met zijn duim tussen de wijs- en middelvinger – fica, bekend neukgebaar. Dergelijke beelden waren heel populair in die platte dagen.
Van 1617 is het licht- en schaduwrijke schilderij De bespotting van Jezus, realistisch werk in Bijbelse traditie, naar de banale gebeurtenis voor de kruisiging. Vier ruwe kerels, een met een toorts treiteren de naakte Jezus die door een vijfde een doornen kroon krijgt opgezet. Van Honthorst schilderde het tafereel twee keer. Het is veel ernstiger van aard dan het overbekende muziekgezelschap uit 1618 en de vrolijke vioolspeler met zijn beker uit 1623.

Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van de gevarieerde religieuze, dan weer wereldse thematiek van de Utrechter. Geweldig, hoe hij eerst kon uitpakken met Christus' leed en dan weer uitbundig loos ging met muzikanten en stijlvolle snollen. Het moet veel emotie hebben gewekt bij het publiek van toen. En dat doet het nu nóg.
Liesbeth Helmus is trots op het grote altaarstuk De bewening van Jezus. De heer met vijf wonden lijkbleek van het kruis gehaald. Voor hem liggen de spijkers op de grond, met een paar huilende naakte jongens aan zijn voeten. Van Honthorst schilderde het in 1633 als opdracht voor de Sint-Baafskathedraal in Gent. Het doek was vervuild geraakt, de conservator is er trots op om het na de restauratie in Utrecht te kunnen laten zien. Het hangt tegenover een vergelijkbaar doek van Anthony Van Dyck.

Zo is er veel meer, van bruiklenen uit de hele wereld en dat maakt het in totaal zo imponerend, inclusief de recentelijk ontdekte tekeningen. Frappant ook dat Helmus in de laatste zaal met de statieportretten het doek Suzanne en de ouderlingen heeft geplaatst, schilderij dat is overgekomen uit de Galleria Borghese in Rome.
Een jonge baadster met kleine borsten wordt belaagd door twee geile oude heren met tulbanden. Een van hen probeert het doek van haar heupen te trekken, terwijl ze het zelf in heftige schrik vast heeft gegrepen ter hoogte van haar vagina. Het is MeToo uit 1655, sterk contrasterend met de omringende keurigheid.

Wat nou Rembrandt? Van Honthorst is de man! Een groots totaal van kunstschatten. Komt de tentoonstelling eigenlijk niet verbazend laat? Waarom is dit allemaal zo lang verborgen gebleven? Prikkelende vragen voor Helmus. Ze antwoordt: 'Misschien komt het ook op tijd. Het is de ideale finale. Men heeft behoefte aan iets anders.'
Anders gezegd: wie uitgekeken is op Rembrandt, kan in het Centraal Museum zijn hart ophalen bij het zien van al het fraais van het Utrechtse fenomeen. Het brengt Helmus tot een diepe verzuchting: 'Ik vind het heel jammer dat Utrecht Van Honthorst niet eert met een standbeeld. Een Van Honthorstplein met een standbeeld van Van Honthorst erop. Waarom niet?'
De expositie 'Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt' in het Centraal Museum is te zien tot en met 13 september 2026. Daarnaast is bij uitgeverij W-Books het boek De wereld van Gerard van Honthorst verschenen, geschreven door Liesbeth Helmus. Het is te koop bij het Centraal Museum en in de boekhandel.
