Door Pim van de Werken - Op school leerde ik bij geschiedenis dat we een bijzonder heldhaftig volkje waren. Bij de jaarlijkse aubade op de ochtend van Koninginnedag werd dat naast de kantine op het voetbalveld nog eens dik onderstreept met het zingen van vaderlandslievende liederen over de blanke top der duinen en de zilvervloot die Piet Hein veroverde op die vermalijde Spanjolen.

Ik vond het altijd wel wat verwarrend dat we daarna in het Wilhelmus weer zongen dat we de koning van Hispanje altijd geëerd hadden. Maar veel tijd om daar dieper op in te gaan was er niet, er moest immers zakgelopen en koekgehapt worden.

Ook in de Tweede Wereldoorlog hadden we ons bijzonder heldhaftig gedragen. Met een enorme gezamenlijke inspanning hadden we ons verzet tegen de Duitse bezetter en zoveel mogelijk joden gered als we konden. Wat een geluk geboren te zijn met zulk dapper bloed in onze aderen.

Bij ons in het dorp was er nog wel een huis waarop de tekst ‘Wir glauben an Adolf Hitler und an den Deutschen Sieg’ stond. Maar dat stond er natuurlijk nog om ons er aan te herinneren aan hoe erg het wel niet was wat de Duitsers ons aan hadden gedaan.

Krantenartikel uit 1993

Eind jaren negentig bezocht ik Yad Vashem, het holocaust herdenkingsinstituut in Jeruzalem. Daar zag ik op een kaartje van Europa voor het eerst de kale statistieken van de geschiedenis. Procentueel gezien was Nederland een koploper in West-Europa wat betreft het uitroeien van joden.

Later bleek ook dat er op de in aubades bezongen daden van onze zeehelden wel het één en ander aan te merken viel. Maar de definitieve klap voor het overgebleven restje volkstrots kwam voor mij elf jaar geleden toen ik gevraagd werd een lied te schrijven over de Utrechtse verzetsheldin Trui van Lier.

Trui werkte samen met Jet Berdenis van Berlekom in Kindjeshaven. Een kinderopvang waar ze joodse kinderen ‘verstopten’ tussen de andere kinderen terwijl er onderduikadressen voor de kinderen geregeld konden worden.

Een zenuwslopende bezigheid op steenworp afstand van de Maliebaan, het nazibolwerk van Utrecht. Kindjeshaven boodt onderdak aan ongeveer 150 Joodse kinderen. Aan het einde van de oorlog werd dit te gevaarlijk, de opvang ging dicht en Trui moest zelf onderduiken.

Na de oorlog kreeg ze natuurlijk gelijk de eer die haar toekw… onee toch niet. Een ambtenaar ontdekte dat de boekhouding van Kindjeshaven niet klopte. “Jaja mevrouw, joodse kindjes zegt u? Daar staan niks over in het protocol” Vervolgens kon ze kiezen tussen een boete van 3000 gulden of een half jaar de gevangenis in.

Niemand zat na de oorlog te wachten op dit soort verhalen, er moest immers opgebouwd worden. De vacatures van nationale helden waren al vergeven aan onze zeehelden en daar waren ook al voldoende liedjes over om te zingen tijdens aubades en andere koninklijke festiviteiten.

Begin jaren zeventig kwam er eindelijk een vacature beschikbaar voor een nieuwe oorlogsheld. Maar dat moest dan wel iets zijn met schieten, tieten en helicopters. Niet van dat ongemakkelijke lijden en trauma en concentratiekamp gedoe. Oja, en de helikopter was nog niet echt een ding dus maak daar maar iets van met vliegtuigen en/of boten.

Het maakt ook niet uit of de kandidaat in kwestie daadwerkelijk iets voor elkaar gekregen heeft of na de oorlog geprobeerd heeft een staatsgreep te plegen en onze democratie omver te werpen om te voorkomen dat Indonesië onafhankelijk zou kunnen worden. Er is vast wel iemand te vinden die narcistisch genoeg is om de eer naar zichzelf toe te trekken. En weet je wat, waarom alleen een lied als we er ook een hele fucking musical van kunnen maken!

Trui van Lier en velen met haar die wel belangrijk werk verricht hadden tijdens de oorlog en jarenlang leefden met het risico opgepakt en vermoord te worden kwamen getraumatiseerd uit de oorlog. 

In een interview in 1985 zei ze:

Ik heb het uit overtuiging gedaan. Niks heldhaftigs, niks bijzonders. Maar soms denk ik dan: een beetje erkenning is toch ook niet weg.”

Ik denk dat de helden die je als volk vereert iets zeggen over wie je bent als volk. Wij vereren graag mannen met een grote bek. Een goed verhaal is daarbij belangrijker dan inhoud of daadwerkelijk iets voor elkaar krijgen. Menselijkheid zit daarbij in de weg. Vooral niet laten zien wat het kost om daadwerkelijk dapper te zijn. 

Op vrijdag 10 april presenteert Jim Terlingen het boek dat hij schreef over Trui van Lier in de bibliotheek op de Neude tijdens een Historisch Café van Vereniging Oud-Utrecht. Voor die gelegenheid heb ik het lied opnieuw opgenomen. Nu online te beluisteren (Apple / Spotify).

Ik zal het lied ook ten gehore brengen bij de boekpresentatie.
   


   

Het verhaal van Kindjeshaven

Mocht je ooit van plan zijn om iets dappers te gaan doen
Luister naar het verhaal van Kindjeshaven
Trui van Lier had door wat de Duitsers wilden doen
En zo begon ze Kindjeshaven

Zoals Mozes in zijn mandje van de dood werd gered
Redde Trui de kindjes in haar haven
Ze schreef op wat nodig was om te doen wat ze deed
Tante Trui, held van Kindjeshaven

Want regels zijn regels, held of niet
Regels zijn regels, held of niet

Vlak na de oorlog inspecteerde een ambtenaar
De papieren van Kindjeshaven
Hij zag wat Trui had ingevuld om te doen wat ze deed
Voor de kindjes van Kindjeshaven

Zoals Judas zijn Heer verried voor een zak met wat geld
verried hij alsnog Kindjeshaven
Drieduizend gulden of een half jaar in de bak
Voor de held van Kindjeshaven

Want regels zijn regels, held of niet
Regels zijn regels, held of niet

Trui had graag willen zitten voor dat wat ze deed
Voor de kindjes van Kindjeshaven
Maar omdat ze zwanger was betaalde ze het geld
En gaf haar kind een veilige haven

Zoals Jezus bereid was om te sterven voor wat hij zei
was Trui dat voor Kindjeshaven
Laat de kindjes tot mij komen en verhinder ze niet
Was de regel van Kindjeshaven

En regels zijn regels, held of niet
Regels zijn regels, held of niet

Mocht je nog steeds van plan zijn om iets dappers te gaan doen
Denk aan het verhaal van Kindjeshaven
Doe het net als Trui niet voor erkenning of voor roem
Maar voor de kindjes in je haven