Wielaert - De blijvende bezieling van Tivoli
Gepubliceerd: zondag 8 maart 2026 11:20
Door Jeroen Wielaert - Van stemmig documentatiecentrum naar opwindende rock&roll hall of history. Zo is het met de expositie Terug naar Tivoli. Geen middeleeuws perkament, maar moderne concertposters zijn de kern van de nieuwe tentoonstelling in het Utrechts Archief, gewijd aan de roemruchte concertzaal aan de Oudegracht, vanaf de kraak in 1979, tot de sluiting in 2014.
De opening werd vrijdag een heuse reünie van de pioniers van het eerste uur en hun naaste opvolgers. Jerry Goossens: 'Muziek was het enige wat er was en Tivoli was de tempel.'
Voor mij persoonlijk was het in de kern een late Utrechtse inhaalslag van de Sixties, samengaand met de explosie van punkbeweging. Een confrontatie die een kleine vijftig jaar later nog heftige, maar ook dierbare herinneringen oproept, zoals vrijdag bleek.

In de vorderende jaren zeventig ging de Utrechtse subcultuur van de muziek in de slag tegen de gevestigde orde, in een stad die stevig verloederd was. Er kwam wel opmerkelijke nieuwbouw gereed: eerst Hoog Catharijne en daarna, eind januari 1979 het Muziekcentrum Vredenburg. Dat was tegen de zin van de anarchistische jeugd die dat allemaal veel te elitair vond. Er ontbrak iets in Utrecht, een eigen Paradiso.
Utrecht was in de jaren zestig zowaar het zenith van de popcultuur geweest met de opeenvolgende Flights to Lowlands' Paradise (1967, 1968). Daar werd vorig jaar al uitvoerig op terug gekeken, met een boek van Patrick Bakkenes en een tentoonstelling in TivoliVredenburg, in het bijzijn van de pioniers van toen: kunstenaar Bunk Bessels en activist Robert van Gemert. De kern was en bleef jong zijn. Maar wat was iedereen ouder geworden...

Zo is het ook met Terug naar Tivoli. Het Utrechts Archief boog zich al langer over alle archiefstukken van Tivoli. De grondige rangschikking heeft geleid tot een tentoonstelling die de bezoekers terug brengt in die tumultueuze jaren zeventig en de roemruchte decennia erna – het Tijdperk Tivoli.
In alle nostalgie, bij het uitvoerig ophalen van de herinneringen, was het vrijdag alsof ook de oude, jeugdige energie weer loskwam in de compactheid van de theaterzaal, de gangen en de expositieruimten.
Het begon met een bijeenkomst voor Utrechtse cultuurbobo's, geleid door Cees Grimbergen. Er werden beelden getoond van de stevige rellen op de Oudegracht, juni 1981, ter hoogte van het in 1979 gekraakte NV-Huis dat Tivoli moest worden. Politiemannen met platte petten werden bekogeld met straatstenen en een man probeerde de werpers tot stoppen te dwingen: de nog heel jonge advocaat Bernard Tomlow. De beelden waren gemaakt door Martijn Schroevers.
Ook voor mij was het allemaal als de dag van gisteren. Ik haalde voor Cees' microfoon de herinnering op hoe ik op een vrijdagavond laat in januari 1979 met Martijn hoog in het U-huis aan het Lepelenburg zat, met goed zicht op het houten Tivoli-gebouw. Hoe wij telefonisch aan de in RASA verzamelde krakers van Tivoli Tijdelijk konden melden dat de kust politievrij was, hoe de opmars over de Kromme Nieuwegracht begon en hoe Dick van der Peijl met een stormram door de glazen deuren van Tivoli heen stortte, vlak voor de ogen van radioverslaggever Grimbergen.
Back to '79. And later.
'Zeg je Utrecht, dan zeg je Tivoli,' klonk het in Het Archief.

Terug naar eerder. In de loop van 1979 kreeg Schroevers een tip van een van de mensen van Kibrahacha, de Caribische club die muziekavonden organiseerde op een verdieping van het voormalige weeshuis, diep verscholen aan de Oudegracht. Met de onverschrokken Tivoli Tijdelijk-kameraden Wilbert de Greve, Wim Koppenol en stoere meid Wies Immens brak Martijn een muurtje open, ze beklommen het dak en schoven een open luik opzij. Ze aanschouwden een wonder beneden. Een zaal vol bestofte stoelen en een podium waarop al lang niet meer was opgetreden.
Het Utrechtse Paradiso was ontdekt. Nu eerst de kraakacties nog.
Er was meer nodig. Martijn Schroevers werd 'de man met het koffertje.' Samen met Wilbert de Greve voegde hij zich na raadsvergaderingen bij de nazit van raadsleden in Café Jansdam, vooral van de PvdA: met name Barry de Vos. Hij kwam onder de indruk van de onverzettelijkheid van Tivoli Tijdelijk. Schroevers, vrijdag op het podium in Het Utrechts Archief: 'We waren vastbesloten om niet op te geven en dat wist de gemeente ook. Het was de democratie van de grote bek.'

Er kwam een gemeentelijke subsidie voor Tivoli van 200.000 gulden per jaar. Tivoli Tijdelijk werd een vereniging, waarin gelijkheid en democratie heel prominente begrippen waren. Ze vormden een grote, rommelige familie Tivoli, met tientallen vrijwilligers die vast besloten waren om iets moois te maken van de voormalige theaterzaal van de spoorvakbond.
Er rees wrevel bij de overgang naar een stichting, een professionaliseringsslag naar de betaling van Tivoli-mensen. Barry de Vos werd voorzitter en kreeg een bijzondere bijnaam: Mister Tivoli. Hij overleed in 2017, 70 jaar oud.

Ontelbaar, de concerten later in het officiële Tivoli, de herinneringen in het Archief. Jerry Goossens haalde het optreden van de Marxistische Redskins uit Londen op, voorprogramma van Billy Bragg. Zij wekten de woede op van nazi radicalen in de zaal. Ze waren ver in de minderheid. Vanaf het podium werd de rest van het publiek, een kleine duizend man, aangemoedigd om hen naar buiten te dringen, naar buiten, terug de Oudegracht op.
Het is niet alleen geschiedenis, maar ook een blijvende geest. Directeur programmering Margriet van Kraats van TivoliVredenburg legde in Het Utrechts Archief uit hoe enorm alles is uitgegroeid sinds 2014, naar het Muziekpaleis van nu. Het past in de bezieling van toen: 'Eigenwijs en eigenzinnig, je niet de les laten lezen. Eigenzinnig en trots op Utrecht.'
Goed voor het hart van een oude kraker.

Terug naar Tivoli is heel het jaar te zien in Het Utrechts Archief aan de Hamburgerstraat; voor meer info klikhier.