Dichter Baban Kirkuki laat met taal bloemen bloeien in dor leven
Gepubliceerd: zondag 8 maart 2026 10:30
Door Louis Engelman
‘Ik stop alles in poëzie. Liefde, afstand, afscheid en dood. Voor mij is dat allemaal even groot. In mijn gedichten zie je dat duidelijk terug. Als een kind wordt gepest is dat voor mij net zo ingrijpend als wanneer iemand in een oorlog wordt vermoord. De pijn ervan raakt me even diep. Voor mij is er geen grote en kleine pijn.’
In het gesprek met de van oorsprong Koerdische schrijver-dichter Baban Kirkuki is een filosofische overdenking nooit ver weg. Hij praat graag in metaforen, ook als hij de werkelijkheid beschrijft. Zelf wijt hij dat aan zijn oosterse achtergrond die zo sterk verschilt van de westerse. ‘Het Midden-Oosten en Europa lijken als twee andere planeten.’
In zijn dichtkunst laat Baban de ervaringen uit beide werelden bewust terugkomen. ‘Oosterse gedichten’, zegt hij, ‘zijn klassieker en directer in het beschrijven van gevoelens. Zoals bij pijn. Die wordt daarin van alle kanten bekeken. Terwijl in het westen de pijn maar een gedeelte is van het gedicht en associaties oproept naar andere dingen. In mijn werk sta ik daar eigenlijk tussenin. Ik voeg het samen. Meestal gaat dat vrijwel automatisch, want ik vind het allebei mooi.’
Oorlog
Baban groeide op in Kirkuk in het Koerdische deel van Irak. In een groot gezin. Zijn ouders omschrijft hij als ‘lieve mensen’ die hun kinderen binnenshuis zoveel mogelijk warmte gaven. Want ‘buiten’ was het vanaf zijn zesde jaar gevaarlijk als gevolg van de oorlog die begon tussen Irak en Iran in 1980.
‘Ik weet nog dat ik op een plein vlakbij ons huis aan het voetballen was met mijn buurjongens. Opeens vloog er een heel groot vliegtuig over. We wisten niet of het van Irak of Iran was, maar we voelden meteen de grimmige situatie, ook omdat de sirenes begonnen te loeien. Mijn moeder kwam naar buiten om mij naar huis te brengen. Het was oorlog geworden. En dat heeft acht jaar geduurd.’
‘Altijd was er angst’, vertelt hij. ‘Vanwege de bombardementen. Ook bij ons in de buurt. Kirkuk is een oliestad dus richtten ze hun aanvallen op de olievelden. Soms konden we daardoor niet naar school. Eén keer moesten we tot in de avond in de schoolkelder blijven. Dat was echt moeilijk.’ Uit die tijd herinnert Baban zich dat als de sirenes loeiden en de bommen vielen er geen vogel in de lucht was te zien. ‘Die waren ook bang.’
Onderwijs
Hij vertelt zijn ouders er nog altijd dankbaar voor te zijn dat ze hem sterk hebben gestimuleerd zich te ontwikkelen. ‘Mijn moeder had nooit de kans gehad te studeren, zij was niet geschoold. Mijn vader was koopman en kon wel een beetje lezen. Maar allebei wisten ze dat mijn toekomst in het onderwijs lag.’

Omdat Baban al vroeg op de middelbare school zijn liefde voor taal ontdekte – hij schreef op dertienjarige leeftijd zijn eerste serieuze gedichten - was het logisch dat hij zich later aanmeldde voor een studie taal en letterkunde. ‘Dat moest wel in het Arabisch. Als Koerd was het in die tijd verboden in mijn eigen taal te studeren. Nou ja, gelukkig vond ik Arabisch ook wel mooi.’
Al van jongs af aan voelde hij de aantrekkingskracht van taal. Mede door toedoen van een oom, de broer van zijn vader. ‘Die kwam bij ons op bezoek, vertelde mooie verhalen en declameerde gedichten van Koerdische dichters uit zijn hoofd. Ik leerde van hem dat je met woorden iets tot leven kunt brengen. Dat je taal kunt gebruiken om de werkelijkheid op een andere manier te benaderen waardoor er bloemen gaan bloeien in een dor leven.’
Maar onder het regiem van Saddam Hoessein bleek ook die indirecte manier van schrijven niet zonder gevaar. Baban: ‘In mijn gedichten over zijn dictatoriale beleid maakte ik een omweg door meer met beelden te werken. Dat hoort volgens mij ook bij de functie van een gedicht. Dat je de realiteit je eigen vorm geeft.’
Door publicatie van zijn werk in kranten en literaire tijdschriften begon hij echter steeds meer bekendheid te krijgen. Wat tot gevolg had dat medewerkers van Saddam hem benaderden. Hij zou zijn dichtkunst met propagandistische teksten in dienst van het regiem moeten stellen. Daar voelde hij niets voor.
Maar er was meer, vertelt hij. ‘Door de oorlogen – eerst Iran, later Koeweit - leek het alsof het licht in de stad werd uitgedoofd. Het werd donker, onze vrijheid steeds meer beperkt. Voor mij werd het echt gevaarlijk daar te blijven.’
Vlucht
Daarom nam Baban in 1999 het besluit Irak te ontvluchten. Via een lange reis door Europese landen kwam hij in Nederland terecht. En uiteindelijk in Utrecht waar hij de liefde vond en inmiddels de trotse vader is van twee meisjes.
Bijna even trots is hij erop sindsdien vier dichtbundels in de Nederlandse taal te hebben uitgebracht. In 2006 vond zijn debuut plaats met ‘Op weg naar Ararat’. In het jaar van zijn uitgave ‘Territorium’, 2011, kreeg hij het CCS Crone Stipendium voor veelbelovende Utrechtse schrijvers.
Publicaties
Op weg naar Ararat (2006)
Lontananza (2009)
Territorium (2011)
Licht onbekend (2013)

'Ik begreep in het begin helemaal niets van het Nederlands’, zegt hij. ‘Maar in het AZC kreeg ik wat weekgeld. En daar spaarde ik van om woordenboeken te kopen van het Arabisch naar Nederlands. Op die manier probeerde ik de taal te ontcijferen.’
Sindsdien slaagde Baban erin het vwo af te ronden, volgde hij een tolk-opleiding en is sinds enige jaren een gewaardeerd lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde. Hij bezoekt scholen voor poëzieworkshops, leest op festivals voor uit eigen werk en liet zich in het project ‘De letters van Utrecht’ vereeuwigen in het poëzielint langs de Oudegracht.
Hoewel hij zich steeds meer thuis voelt in ons land is zijn geboorteland nooit ver weg. In zijn gedichten komen daardoor twee elementen vaak terug: weemoed en hoop. Zelf zegt hij daarover: ‘Weemoed als een litteken van Koerdistan met alles wat daar bij hoort. En hoop als niet opgeven, doorgaan, ontdekken. Het is steeds een strijd tussen die twee dingen, zoals tussen donker en licht.’
Van Louis Engelman verschenen op Nieuws030 deze kunstenaar-interviews:
- Baban Kirkuki - maart 2026
- Jan van der Haar - november 2025
- Dorien Dijkhuis - september 2025
- Vrouwkje Tuinman - mei 2025
- Ruben van Gogh - februari 2025
- Ingmar Heytze - november 2024
- Els van Stalborch - juli 2024
- Alexis de Roode - april 2024
- Malon Bakker - december 2023
- Anne Broeksma - april 2022