Leo van Veen (1946-2026): 'Ik heb het graag voor jullie gedaan'
Gepubliceerd: woensdag 15 juli 2026 05:34
Vorige week woensdag overleed 'mister FC Utrecht' Leo van Veen, 80 jaar oud. Onze man in Vak P, Frank Slijper, staat daar uitgebreid bij stil.
Jaren ’70, het oude Galgenwaard. Na opnieuw een treffer van Leo van Veen rolde het “Leeeeeoo, Leeeeeoo, Leeeeeoo” traag en gestaag van de tribunes, bleef eerbiedig hangen en verdampte geleidelijk boven het stadion. Leeeeeoo… Hij juichte met rechterarm omhoog en wijsvinger de lucht in. Als de treffer wonderschoon was, zoals die fameuze hakbal tegen Excelsior, dan gingen beide armen bij uitzondering omhoog.
Geen sprintjes naar de dug-out, geen rituele dansjes om de cornervlag, geen buikschuivers. Na te hebben gescoord bleef Leo van Veen tevreden glimlachend op de plaats van handeling staan. Medespelers mochten hem met een handdruk bedanken, dat was voldoende. Enige kapsones waren hem volkomen vreemd.
Scoren deed Leo van Veen gedurende 17 seizoenen. Eind jaren ’60 voor D.O.S., tot begin jaren ’80 voor FC Utrecht. Zijn meest memorabele treffer scoorde hij in het geel-zwart van D.O.S. in Groningen. De Utrechters moesten in mei 1970 de laatste competitiewedstrijd tegen G.V.A.V winnen om - voor de zoveelste keer in successie - degradatie te ontlopen.
Een fusie met Elinkwijk en Velox was weliswaar aanstaande, maar de onmisbare subsidie van de gemeente Utrecht (20% van de bruto jaarrecette met een max van 100.000 gulden) kende als voorwaarde dat er in de eredivisie gespeeld moest worden. D.O.S. versloeg G.V.A.V met 1-0. Het historische doelpunt van Van Veen leidde aldus de fusie in.

Gert Kruys: “Als klein jochie ging ik eind jaren ’60 aan de hand van mijn vader mee naar D.O.S. Spits Leo van Veen was mijn held. Heel bijzonder dat ik tien jaar later bij hem in de kleedkamer mocht zitten. Ik keek echt tegen hem op. Leo wist op een rustige manier te vertellen hoe ik me kon verbeteren. Tijdens seizoen 1981-1982 op het veemarktterrein speelde hij als centrale verdediger en ik ’op 10’. Hij leerde mij de juiste posities te kiezen.”
Leo van Veen had nog een andere kwaliteit volgens Kruys. “Wist je dat hij heel aardig kon zingen? Hij had zo’n diepe Motown voice, beetje soul. Op een trainingskamp kroop ik een keer achter de drums, Ton de Kruijk pakte een gitaar en Leo zong. Vergis je niet, best een leuk trio.”
Van 1977 tot 1982 was Hans van Breukelen teamgenoot van Leo van Veen bij de FC. Hij herinnert zich een andere verborgen specialiteit van ‘Die Lange’, zoals Van Breukelen hem steevast noemde: geen meter te veel lopen tijdens de coopertest. Tijdens deze - inmiddels gedateerde - conditietest moet in 12 minuten een zo groot mogelijke afstand worden afgelegd. De minimale afstand die trainer Han Berger zijn spelers oplegde was 3000 meter. Van Breukelen: “Die liep Leo op de meter af.”
Jan Willem van Ede nam in 1982 de plek onder de lat van Van Breukelen over en bevestigt in een documentaire van ESPN de precisie van Leo van Veen tijdens de coopertest: “De spelers zeiden tegen mij ‘Als je nou gewoon achter Leo aanloopt, dan loop je misschien 3001 meter, maar niet veel meer.’ “
Leo van Veen speelde 468 wedstrijden in Utrechtse dienst. Voor het noodlijdende D.O.S. scoorde hij 20 keer, voor FC Utrecht 154 keer. Het is onwaarschijnlijk dat een speler dit aantal voor FC Utrecht ooit zal overtreffen.

In de zomermaanden van 1979 en 1980 voetbalde hij voor de Los Angeles Aztecs, samen met Johan Cruyff. “Een mooi vakantiebaantje”, noemde Van Veen die zomerse perioden. Cruyff verleidde Leo van Veen op zijn 36e om nog een jaartje bij Ajax te komen voetballen. Daarna speelde Van Veen nog een laatste seizoen bij FC Utrecht en sloot als 40-jarige zijn actieve voetbalcarrière af bij RKC. Hij was nadien ook als trainer in dienst bij RKC en FC Utrecht.
In zijn laatste levensjaren kreeg Van Veen te maken met stoornissen in geheugen en gedrag. Zijn olijke pretoogjes verloren geleidelijk glans, de glimlach verflauwde en zijn wereld vervaagde. Leo van Veen overleed op 8 juli in een zorgcentrum. Hij werd 80 jaar oud.
Hans van Echtelt, Utrechts voetbaljournalist in ruste, maakte Leo van Veen jarenlang van dichtbij mee. “Mijn laatste herinneringen aan Leo van Veen dateren van anderhalf jaar geleden. De keren dat ik na afloop van een thuiswedstrijd in Galgenwaard een ontmoeting had met een aantal ‘getrouwen’ zoals Han Berger, Marco Cabo en natuurlijk Leo van Veen. Ik genoot altijd van het weloverwogen en kalme commentaar van de man die in mijn beeld de typering Redder van D.O.S. en Mister FC Utrecht verdiende.”
“Ik was er op 24 mei 1970 bij toen Leo in Groningen van grote afstand de bal achter de legendarische doelman Tonny van Leeuwen poeierde. Na afloop vierden ook Utrechtse journalisten in de kleedkamer het ‘Wonder van het Oosterpark’ mee. D.O.S. kon niets, dus ook niet degraderen! Leo van Veen redde daarmee de fusie die een maand later tot stand kwam. Zoals hij ook daarna talrijke malen met fraaie kopstoten en technisch vaardige doelpogingen de zege voor FC Utrecht afdwong.”
“In die bovenzaal van Galgenwaard herinnerde ik hem geregeld aan de huzarenstukjes die mij als journalist én de FC-fans in vervoering hadden gebracht. Leo keek me dan minzaam aan en zei glimlachend: ‘Ik heb het graag voor jullie gedaan.’ “
