Wielaert - Tijdreis door veranderende Utrechtse natuur en verder
Gepubliceerd: maandag 13 oktober 2025 12:36
De Kromme Rijn, Amelisweerd, het bos, de paden, de landhuizen en de boerderijen. Als vanzelf moest ik eraan denken bij het bekijken van 'Getekend, de Natuur', een nieuwe, indrukwekkende tentoonstelling in het Centraal Museum. Het gaat om de relatie tussen mens en natuur en hoe die in de laatste vier eeuwen is veranderd, met nadruk op de ontwikkelingen in de provincie Utrecht. Het is een indringende tijdreis.
Door Jeroen Wielaert
Terug naar Abcoude, Harmelen, Zeist, Lopik, Veenendaal en Utrecht in de zeventiende en achttiende eeuw. Als precieze tekenaars waren Pieter Saenredam, Willem Writs, Cornelis de Grient, Dirk Verrijk en Jacobus Stellingwerff de briljante fotografen van die tijd. Wat ze zagen, wilden ze vastleggen in beelden voor later, zoals nu, 2025. Opvallend is hoe leeg het was, nog niet zo dicht bebouwd.
't Dorp Zeyst dat Nicolaas Wicart tekende, bestond uit niet meer dan een paar huizen in een bosrijke omgeving. Heel intrigerend, het slot bij Abcoude van Writs, later afgebroken. Saenredam tekende het koor van de Domkerk in 1634. Verrijk moet ongeveer op de plek van de latere Berenkuil hebben gestaan toen hij zijn gesigt op de Bilt-straat buiten Utrecht tekende in 1786. Er staan rijen bomen, links zijn vissers bezig met hun sleepnetten, de Domtoren staat op de achtergrond.


Dan gaat het de zaal in met het thema In Angst voor de Natuur – directe confrontatie met het leed dat de mensen eeuwen geleden trof. Overal loerde de dood, hij vertoonde zich in uiteenlopende, fatale gedaantes: watersnood, gevaarlijke beesten, ziekten. Aandoenlijk, de beelden van jong gestorven kinderen. Kindersterfte kwam vier eeuwen geleden nog veel voor. Het werd beschouwd als straf van God. In de kerk zochten de benarde gemeenteleden steun uit de hemel. Dus zijn er 11 prenten met dergelijke geloofshuizen te zien.
Niet God, maar de natuur zelf maakte de mensen angstig. Ze hadden de natuur ook nodig voor hun overleving, om te eten, te drinken en onderdak te krijgen. Op de Utrechtse Heuvelrug moesten ze de bossen in om wolven onschadelijk te maken – ook toen al. Het is te zien op de tekeningen van Theodor de Bry en Etienne de Lauwe.
Nooit houdt het op, rampspoed blijft onvermijdelijk. Dat is de boodschap van het schilderij Night Camp uit 2023 van de New Yorkse Katherine Bradford. Voorin staat een individu tot de heupen in het water bij een half overstroomd huis waarnaast een hevige brand is uitgebroken.
Zo wordt nog niet eerder getoonde moderne kunst gekoppeld aan werken uit de enorme collectie van de Atlas Munnicks van Cleeff, de verzameling van de Utrechtse arts Gerard Munnicks van Cleeff (1797-1860). Hij bevat rond de 1500 landschapstekeningen en prenten. Op de tentoonstelling zijn er voor het eerst honderd te zien.
Het Centraal Museum trekt hier de historische, op Utrecht gefocuste lijn voort en toont daarmee andermaal grote educatieve kracht, na expositie als Dromen in Beton, De Ommuurde Stad en De Gezonde Stad. Ook nu is het op een prettige manier niet belerend, maar wel heel indringend. Het is meer dan alleen van oude landschappen genieten. Er gaat een waarschuwing van uit waar ook voor klimaatontkenners geen ontkomen aan is.
Zo is het ook met het thema Heersen over de Natuur. Dat begint aan het eind van de zeventiende eeuw, in het samenspel van Verlichting en wetenschap. Dan sta je zomaar voor de vijf molens van Jacob Maris uit 1878, maar ook bij de turfstekers die met hun werk zorgden voor de Loosdrechtse plassen – leermomentje. Om balanceren ging het, er was al regelgeving om de natuur niet uit te putten. Boeren die dat toch deden veroorzaakten zanderige grond bij Ede, waar het lelijk kon stuiven.
Recreatie hoorde er ook bij, al was dat vroeger louter weg gelegd voor de elite. In de open natuur lieten ze trotse burchten bouwen. Het is te zien in een volgende reeks prenten: 't kasteel te Montfoort, kasteel de Haar, Huys te Doorn, Huys te Amerongen en, misschien wel het mooist: het kasteel bij Wijk bij Duurstede.
De jacht was ook een privilege voor de adel. Het is te zien op het doek Jachtweelde van Gerard Hoet van rond 1730. Mevrouw Cornelia Splinter van Loenersloot staat in luxe gewaad tussen haar jagers. De gewone mens kon met zijn vee en huisdieren ontspannen in de Utrechtse Singel. Willem van Drielenburch schilderde na 1650 het indrukwekkende tafereel met het water onder de Wittevrouwenpoort met de robuuste torens en de hoge muren. We zagen er al veel van in Ommuurde Stad, dit is opnieuw een fraai beeld van de stadsgeschiedenis.
Kijk, daar staat een imposant rood paard. Het is van de Fransman Louis Auzoux, een anatomisch model uit 1897. Het is een voorbeeld van het beheersen van de natuur door het vastleggen ervan. Destijds was het een hulpmiddel voor studenten diergeneeskunde, gericht op de verbetering van de gezondheid van het dier, om het beter inzetbaar te maken voor de mens. Bijvoorbeeld als trekdier voor het nieuwe gemak van vervoer per trekschuit.

In de negentiende eeuw duiken naast oude bomen de hoge schoorsteenpijpen van fabrieken op. Ook in Utrecht laat de industrialisatie zich gelden in stad en omgeving. Die pijpen staan op de achtergrond op het kleurrijke doek Gezicht op Utrecht met appelboom, in 1917 geschilderd door Charley Toorop. Een onbekende maker zette in 1840 al een fabriekspijp op een ander doek van een verdwenen stadspoort, de ook al imposante Catharijnepoort boven een bevroren Singel met schaatsers.

Ander thema is Het Tegenwicht,voorbij de doorloop met het zicht op de Singel van nu – pure stadsnatuur in 3D. Nu gaat het over de behoefte om de wildernis in te gaan, of nog iets van natuur te beleven in de door mensenhand gemaakte natuur. De mensen haalden in hun industriestad toch graag nog een dorpsydille in huis. Ze werden bediend door Nicolaas Wicart met zijn gezichten op Vinkeveen, Vleuten, Montfoort, Leersum en Odijk – bomen aan lege landwegen, een enkele voorbijganger, een kerk in de verte.
Heel wrang en confronterend is dan weer de film O Peixe/The Fish van de Braziliaan Jonathan de Andrade. In 1982 draaide hij vissers in het Amazonegebied, liet zien hoe ze hun vangst eerst in de arm namen en knuffelden, een merkwaardige vorm van eerbied voor de natuur, waarin de beesten in ademnood kwamen en stierven. Verstikkende omhelzing.

Het is even bijkomen van die liefdevolle wreedheid bij het zien van het Berkenbosje van Piet Mondriaan, zijn natuurlijke lijnenspel uit 1904. Dan gaat het de slotruimte in met de kolossale houtskooltekeningen die Raquel Maulwurf, de Nederlandse Anselm Kiefer maakte van recente verwoestingen door olielozing en bosbranden, een fataal samenspel van mensen als veroorzakers en de natuurkrachten die er het gevolg van zijn. Zo ver gaat het nog steeds.
Goed om over na te denken bij een serene wandeling door Amelisweerd.
'Getekend, de Natuur' is te zien tot 29 maart 2026
