Door Joost van Waert - Meer dan een jaar heb ik gezocht naar een door edelsmid Jan Noyons gemaakte plaquette van het Utrechtse kerkenkruis. Volgens een boekje over de Domkerk zou deze in 1981 opgesteld zijn in de Pandhof, maar daar was hij niet te vinden.

Ook de Domgidsen en diverse Utrechtse musea konden mij niet verder helpen. Het spoor leek dus dood te lopen. Tótdat ik erover sprak met Ruurd van der Zee. Die zei 'Je kunt het toch gewoon aan Willem Noyons vragen. Dat is de zoon van Jan en hij is ook edelsmid.'

Dat was de gouden tip! Willem Noyons vertelde mij dat de plaquette nooit in de Pandhof heeft gehangen: 'Hij hangt in de Domtoren, bij de trap naar de Michaëlskapel. En de tekst onder de plaquette is gekalligrafeerd door Joop Moesman, de bekende schilder van surrealistische schilderijen.'

In het trappenhuis van de Michaëlskapel is het erg donker, vandaar dat we hier de hele door Moesman gekalligrafeerde tekst afdrukken:
   

De kerkelijke immuniteiten

In de middeleeuwen vormden de immuniteiten van de vijf Utrechtse kapittelkerken evenals de Paulusabdij besloten gebieden in de stad, ieder met een zelfstandig bestuur en een eigen rechtspraak. De kanunniken of koorheren van de kapittels woonden in claustrale huizen binnen de immuniteit van hun kerk.

De Dom of St.-Maartenskerk en de Oud Munster of St.-Salvatorkerk hadden immuniteiten op het terrein van het voormalige romeinse castellum. Rond dit centrum onstond in de 11de eeuw het kerkenkruis van Bisschop Bernold, dat bestond uit de kapittelkerken van St.-Pieter, St.-Jan en St.-Marie met de abdijkerk van St.-Paulus. De kapittels bleven na de reformatie voortbestaan tot aan hun opheffing in 1811 door Keizer Napoleon. 
  

De tekst op de plaquette.

De Utrechtse edelsmid Jan Noyons (1918-1982) wist het voor ons land unieke kerkenkruis op een heel bijzondere manier uit te beelden een een messing plaat. Op onderstaande foto uit de beeldbank van Het Utrechts Archief zien we Noyons in 1978 bij de bewuste plaquette. 

Met dank aan Frederieke van Utrecht & Partners.

Edelsmid Jan Noyons en de plaquette op de achtergrond. Foto: Het Utrechts Archief