Vincent Oldenborg - Van klinkhamer en gloeiende klinknagels naar kwasten met kunsthars en uiteindelijk al stakend de poort uit om nooit meer terug te keren. Dat is heel kort samengevat de geschiedenis van het Utrechtse Werkspoor.

Er is veel meer te zeggen over dit bedrijf dat ooit de trots van Zuilen was. Er zijn films gemaakt en boeken geschreven, maar nog nooit is het verhaal verteld zoals afgelopen zaterdag.

In een van de weinige overgebleven monumentale fabriekshallen, die niet voor niets de Werkspoor kathedraal wordt genoemd, bezongen zes Utrechtse koren en vier zangers van het Nederlands Kamerkoor de geschiedenis van het bedrijf dat ooit met afstand de grootste werkgever van Zuilen was.

Ruben van Gogh had voor elk koor een eigen lied geschreven dat door Bob Zimmerman op muziek werd gezet en zo ontstond een korenopera.

Aan de hand van 4 “directeuren”, de zangers van het Nederlands Kamerkoor, werd het publiek langs zes muzikale  “tableaus” geleid waarin steeds een deel van de geschiedenis werd gepresenteerd.

De ouverture werd verzorgd door het Zuilens fanfarekorps die het publiek ontving met de mars “ijzer en staal”.

Het Zuilense koor “De Hollandse noot” beschreef de komst van de fabriek vanuit het rode en opstandige Amsterdam naar vredige dorpje Zuilen aan de Vecht. Al die Amsterdamers die werk vonden achter de spoordijk langs de tuin van Kol (het latere Julianapark) en gehuisvest werden in Elinkwijk. Als dat maar goed zou gaan.

De Steegzangers namen de oorlog en de wederopbouw voor hun rekening. De, voor eeuwig gebouwde, stalen bruggen, die men hoopte weer op te bouwen na de verwoesting door het oorlogsgeweld. Een hoop die wreed om zeep geholpen werd door de komst van beton.

Popkoor Zuilen nam ons mee in de wereld van al die jongens die via een bedrijfsopleiding van twee jaar aan de Dudok van Heelschool op weg gingen naar volwassenheid en een zeker bestaan als geschoold vakman.

De periode van expansie en buitenlandse opdrachten. Lassen in de tropen en veteerd worden door heimwee naar mijn stadje waar mijn schatje woont. Het koor Bon Ton bezong het allemaal in het lied “Met de blauwe engel”.

Het UCK Popkoor liet ons horen hoe men op zoek ging naar nieuwe markten, nieuwe wensen, nieuwe landen en nieuwe mensen. Van staal naar kunststof. Dromend van en met de meisjes van de polymeer.

De laatste acte was voor De stem des Volks met het lied Staakt, staakt, staakt. Het einde van het bedrijf, het einde van een tijdperk en tevens het einde van de opera.

Het enthousiaste publiek, waaronder veel nazaten van de Werkspoormannen en vrouwen en de deelnemers kunnen terugkijken op een heel bijzondere avond die ze niet snel zullen vergeten.

Volle bak in de voormalige Werkspoorhal. Foto: Werkspoor Opera