René van Maarsseveen - ‘Kom we gaan even boven lopen’, zegt een collega, wanneer we een after-lunch-wandeling maken. Ik begrijp direct wat hij bedoelt. We gaan naar de overkant van de weg, naar de kant waar de zon schijnt. De uitdrukking kende ik niet in dit verband, maar ik maakte wel direct een link met enkele straten.

De Arnhemse Bovenweg bijvoorbeeld. Dat was ooit onderdeel van de verbindingsweg tussen Utrecht en Nijmegen.

Heerwegen

De Romeinen hadden tijdens hun tijd in Nederland zogenaamde heerwegen aangelegd. Deze vroegste verharde wegen maakten het mogelijk het leger snel te verplaatsen. Het woord ‘heer’ verwijst daar nog naar, want dat is afgeleid van Heir, een verouderd woord voor leger. Eén van die heerwegen liep van Utrecht via Arnhem naar Nijmegen.

Heerwegen waren slim aangelegde wegen. Ze waren zo recht mogelijk, waarbij de weg zodanig liep dat de natuur er weinig vat op had. Na de Romeinse tijd bleven de wegen in gebruik. Onderhouden werden ze echter niet meer, waardoor het al snel modderwegen werden. Met paard en wagen waren ze echter nog goed bruikbaar.

Slecht onderhoud

Door gebrek aan onderhoud werd de bescherming tegen de natuur minder. Regen maakte de weg vaker onbegaanbaar. Toen het verkeer tussen Utrecht en Keulen en de handel in het algemeen toenam, werd er een tweede, hoger gelegen weg aangelegd.

Deze zogenaamde bovenweg werd gebruikt wanneer de oude weg, de onderweg, door regen onder water was gelopen. De onderweg werd voornamelijk in de zomer gebruikt.

Bisdom

Het bisdom Utrecht viel tot 1559 onder het Aartsbisdom Keulen. Tot dat jaar gingen geestelijken regelmatig vanuit Utrecht naar Keulen. Dat kon voor een deel over water; op meerdere plaatsen moest het echter over land. Ze namen dan de heerweg vanuit Utrecht.

Die weg werd nog belangrijker voor de Utrechtse geestelijken, nadat bisschop Godebald in 1122 had besloten een dam in de Kromme Rijn te leggen bij Wijk bij Duurstede. Utrecht was daardoor niet meer bereikbaar vanaf de Rijn.

Arnhemse bovenweg

De Romeinse herenweg liep van Utrecht naar Zeist en via Driebergen, Doorn, Leersum en Rhenen naar Arnhem. De huidige Arnhemse Bovenweg liep daar dus langs. Geleidelijk werden meer waterwegen en wegen aangelegd. En de steden breidden zich uit.

Gemeenten gingen de loop van wegen in en rond dorp/stad aanpassen. Straten kregen andere namen. Veel straten, niet meer per se de hoofdwegen, herinneren op de oude route aan de oorspronkelijke heerweg. In Zeist en Driebergen/Doorn zijn nog een Arnhemse Bovenweg en Oude Arnhemseweg te vinden.

Google Maps

Wanneer je de Arnhemse Bovenweg of Oude Arnhemseweg volgt zie je de afgeleide namen van de straten op verschillende plekken veranderen. Even verder kunnen ze dan weer onder hun oude naam verder gaan. Het valt dan ook op dat je Rijksweg N225 als de oude heerweg zou kunnen beschouwen. In sommige plaatsten heet deze Rijksweg zelfs Utrechtseweg of Arnhemseweg. Boven of onder is daarbij niet meer van toepassing.