Het Utrechts Geveltekenfonds (UGTF) wil de geschiedenis van het kolonialisme en de slavernij in Utrecht zichtbaar maken door de plaatsing van een gevelsteen voor Sitie.

Sitie was een tot slaaf gemaakte vrouw van Celebes, door een lokale vorst geschonken aan Joan Gideon Loten (1710-1789), gouverneur van Makassar. In 1778 keerde Loten terug naar Utrecht en nam hij Sitie mee, waar zij in zijn huishouding werkte.

In Utrecht woonde Loten aan Drift 27, een pand dat nu onderdeel is van de universiteitsbibliotheek. Op die plek wil de UGTF een gevelsteen voor Sitie plaatsen.

De Universiteit Utrecht heeft zijn toestemming gegeven, beeldend kunstenaar Max Kisman heeft een voorlopig ontwerp gemaakt en beeldhouwer Toon Rijkers staat klaar om het plan uit te voeren.

Het enige dat nog ontbreekt zijn voldoende middelen. Daarom is er een inzameling gestart bij VoordeKunst. Het UGTF wil 10.000 euro bij elkaar hebben. Daarvan is nu al 2.000 euro binnen. De actie loopt nog 36 dagen.

Links zicht op de woning van Joan Gideon Loten op de Drift, eind 18de eeuw

Meer over Sitie
Van Sitie is geen geboortedatum, sterfdatum, achternaam of portret bekend. Dat is vaak het lot van tot slaaf gemaakten.

We is zeker dat Sitie haar 'eigenaar' overleeft. Loten sterft in Utrecht. Ze wordt vermeld in zijn testament:

‘Ik verzoek mijn echtgenote vriendelijk om voor mijn Indische vrouwelijke bediende Sitie te willen zorgen, dat zij verdere instructie ontvangt in de Christelijke religie en dat zij haar loon van vier pond per jaar blijft genieten, waar door ze van haar kant verplicht is, indien nodig, haar tot haar tevredenheid te dienen.’

Vier pond is nu ongeveer €400 per jaar. Het testament laat zien dat Loten erg aan Sitie gehecht is en haar na zijn dood niet aan haar lot wil overlaten. Aan de andere kant toont het aan dat Sitie geen vrije vrouw was; ze krijgt dan wel wat geld, maar moet huisbediende en christelijk blijven. Opnieuw wordt er voor haar besloten. Sitie is waarschijnlijk in Utrecht blijven wonen tot haar dood, ze heeft Celebes nooit meer gezien.

Bronnen: UGTF en Utrecht Time Machine.

(JT)