Henk Westbroek - Ik mag graag een interview aan een schoolkrant geven. In de eerste plaats komen scholieren meestal gezellig met een man of vier en in de tweede plaats hebben ze hun huiswerk altijd gedaan.

Zo waren er onlangs een paar op bezoek die ik als antwoord op een directe vraag vertelde dat ik op soepgebied een voorkeur voor tomatensoep heb. ”In een vorig interview vertelde u anders dat u het liefst erwtensoep eet, jokte u toen of jokt u nu?”, liet de tienjarige Nienke me keihard weten. 

Ik probeerde duidelijk te maken dat mijn soepvoorkeur in herfst en winter anders is dan in de lente en zomer. Godzijdank werd dat een acceptabel antwoord gevonden. De volgende vraag luidde: ”Wie vindt u de aardigste Utrechter en aan wie heeft u de grootste hekel?”

De aardigste Utrechter vind ik Edu Nandlal, want dat is iemand waar werkelijk geen  grammetje kwaad in schuilt. Mocht u hem niet kennen; hij was profvoetballer en zat samen met andere Surinaamse voetballers van het Kleurrijk Elftal in het vliegtuig dat in 1989 bij Paramaribo neerstortte. Er kwamen 176 mensen om het leven, maar Edu hoorde bij de elf overlevenden. Hij hield er een gebroken rug en een gebroken voetballoopbaan aan over.

Edu wou geen uitkering maar zijn eigen brood verdienen en begon een schoonmaakbedrijfje. Een man met een gebroken rug die moeizaam een trap opklimt omdat hij zijn brood met ramen zemen wil verdienen en dan ook nog eens iemand die uitsluitend medewerkers in dienst neemt die vanwege een misstap in hun verleden niet aan werk kunnen komen; aardiger dan Edu Nandlal worden Utrechters niet geschapen.

De vier vertegenwoordigers van de schoolkrant beloofden onmiddellijk dat ze de directrice van de school zouden vragen om al het schoolse schoonmaakwerk in het vervolg door Schoonmaakbedrijf Voordorp te laten doen.

“En wie is dan de man of vrouw waar u de meeste hekel aan hebt?“, vroeg Eefje voor de tweede keer. Ik had er zo een paar met naam en bijnaam kunnen noemen, maar de grootste hekel heb ik aan mensen die geen naam mogen hebben omdat ze uitsluitend anoniem een grote bek durven opzetten. Omdat ze te schijtlijsterig zijn om met open vizier te strijden.

Ooit pende in het Stadsblad een enorme oetlul elke week onder de schuilnaam Stadshaantje een zwik leugens en smerige insinuaties over vrijwel alles en iedereen bij elkaar. Hij was te laf om onder zijn eigen naam te liegen en zelfs de beroemde Utrechtse schrijver Ed van Eeden - die weet wie die zakkenwasser is-  neemt zo’n anonieme strontgooier dan in bescherming door zijn naam verborgen te houden. Maar dat lulletje is de enige Utrechtse zakkenwasser niet hoor.

Pas werd in het Algemeen Dagblad de GroenLinks-wethouder van cultuur, Margriet Jongerius, door een aantal raadsleden volkomen gevierendeeld en door het slijk gehaald. Ze kon in grote lijnen eigenlijk helemaal niks, beweerden die gemeenteraadsleden. Het akelige van de kritiek vond ik dat de raadsleden die de vloer met haar aanveegden niet met hun naam in de krant wilden en durfden staan. In het geheim een grote bek hebben, achterbakser kan niet.

Wethouder Jongerius. Foto: Ton van den Berg

En dat soort anonieme lafbekken moet de stad besturen, dat is toch vreselijk? Als gemeenteraadslid moet je een wethouder die in jou ogen niks kan, onmiddellijk naar huis willen sturen. Maar dat wilden al die anonieme volksvertegenwoordigers niet, die wilden hun werk niet goed doen, maar uitsluitend met vuil gooien! En dan maar grossieren in termen als 'transparantie en eerlijkheid'. Het is - om het met de legendarische woorden van wijlen Anton Geesink te zeggen - om een plak van hier tot Japan op te kotsen“.

Weet u echt niet hoe die mensen heten?’’, vroeg Eefje. Ik beloofde haar dat zo gauw ik de namen wist de vloer met ze aan zou vegen en de plintjes met ze zou afstoffen. Onder mijn eigen naam vanzelfsprekend.

(Dit artikel werd eerder op 26 mei gepubliceerd in De Oud-Utrechter en is met toestemming van de auteur overgenomen.)