MET EEN LEKKE BAND TUSSEN DE KREKELS

Door Jeroen Wielaert - Terug op de route van de historische Tour van 1926 kwam voor het eerst de pech. Cees van Gemert (70) had in Barcelona een paar leuke rustdagen beleefd met zijn Julia. In Perpignan was daarna dochter Mink (20) aangekomen met fiets en al om met hem een paar etappes mee te rijden.

Het eerste stuk ging op een hete zondag over de route van de twaalfde etappe van zaterdag 10 juli 1926: Perpignan-Toulon (427 kilometer. Ze waren een paar uur onderweg in stijgende warmte, toen Van Gemert merkte dat de lucht uit zijn achterwiel verdween. 

Cees en Julia

In Barcelona was er het weerzien met Julia. Ze hadden elkaar voor het laatst gezien in Lille, halte voor het slot van de derde etappe Metz-Duinkerken, halverwege mei. Cees was de Pyreneeën goed over gekomen. In Barcelona namen ze samen de tijd om de fameuze Casa Milà (La Pedrera) van Gaudí te bezoeken op de Passeig de Gràcia. Het was er verder zo warm dat ze verder liever het strand opzochten. Het was jammer dat Julia door de hitte last kreeg van misselijkheid.

Er was al genoeg te zien over de Grand Départ van de komende Tour de France (zaterdag 4 juli).

Barcelona

Van Gemert had tijd genoeg voor contemplatie over zijn 70-daagse op de route van de Tour van 1926.

Het was verbazend. Mensen zeiden dat ze het zo geweldig vonden dat ik het deed, zo van: oi,oi, oi! Eigenlijk is het me reuze meegevallen, zelfs de Pyreneeën. Ik had geen pijn in mijn benen, al kregen de spieren toch veel te verduren op meer dan 3000 kilometer. Ik kwam erachter: het is helemaal niet zo zwaar. Verder heb ik veel geluk gehad met het weer. Behalve zo'n Mistral, deze zondag dat we weer begonnen. Harde wind opzij, maar we trapten toch 90 kilometer weg. Met Mink erbij is het wel gezellig.
  

Mink

Dochterlief, studente American Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen had slecht geslapen. Kon ze het wel? Dat bleek. Ze was reuze behulpzaam toen vader voor het eerste een lekke band kreeg, direct de eerste rit dat ze samen waren.

We waren om 6 uur vertrokken uit Perpignan. De eerste uren ging het geweldig, de zon kwam hoger en hoger. Om 12 uur wilden we een plekkie zoeken voor de lunch. Ik voelde m'n band langzaam leeg lopen. Het was in de volle zon, geen boom te vinden.

Ik ben gewend om op gehoor een band te plakken, maar dat ging nu niet, met duizenden krekels. Ik had een reserveband bij me. Mink wist hoe het wiel eruit moest, met schijfremmen en al. Tassen eraf, het duurde een half uur.

Toen konden we door tot Narbonne-Plage. Ik had een goedkoop hotelletje gereserveerd. We konden erin om 5 uur. Dus eerst maar de zee in, we zijn lekker afgekoeld.

Hij is nog niet klaar met dit Project-70, of hij heeft zich al afgevraagd wat een volgend plan kan zijn.

Uitgaande dat ik dit wel haal, wat is dan de volgende uitdaging? Misschien mijn fiets verkopen, want dit overtref ik niet. Nu eerst maar eens hiervan genieten. Ik realiseer me dat ik een gelukkig mens ben, zowel relationeel, maar ook dat ik dit nog aankan. Het kan zijn dat er nog theaterklussen komen.

In september ga ik met Julia met de rugzak rondtrekken door Bolivia en Peru. Met lokaal vervoer, ter plaatse regelen. Tot oktober is de agenda vol, daarna helemaal leeg.

Onderweg is zijn bewondering voor de renners van 1926 sterk toegenomen.

Dat die mannen dat vroeger konden, in vergelijk met het materiaal wat ik heb. Zij hadden zwaardere fietsen, reden over veel slechtere wegen. Ze zaten 17 uur op de fiets, met gemiddelden van 25 kilometer per uur. Dat is toch heel bijzonder. Van de zotte eigenlijk.