VOL ZEN OP DE COL DE PORT,
WEG KWIJT DOOR KOMOOT,
BLIJ BINNEN IN PERPIGNAN

Door Jeroen Wielaert - De Pyrenneeën van 1926 zijn nu ook doorleefde geschiedenis voor Cees van Gemert. De 70-jarige Utrechter reed de elfde Touretappe Luchon-Perpignan (323 kilometer) in vier dagen en moest daarvoor over klassieke cols als de Ares, de Portet d'Aspet en de Puymorens. Hij kwam niet in zware moeilijkheden. Het ergste was dat hij door routeplanner Komoot een weiland in werd gestuurd.

Op donderdag 8 juli 1926 begonnen de renners om 4 uur in de morgen. De Belg Lucien Buysse won in 12 uur 31 minuten en 16 seconden. Hij had ruim 7 minuten voorsprong op zijn achtervolger, broer Jules.

Voormalig theatergroepenleider Van Gemert is zo over tweederde van de uitdaging heen die hij zichzelf oplegde: 70-jaar oud in 70 dagen dat historische Tourtraject van een eeuw geleden afleggen. Het was de monsterlijkste Tour ooit: 5745 kilometer, in zeventien aaneengesloten ritten langs de Franse grenzen. Op de route van de tiende etappe beklom hij in opeenvolgende dagn legendarische bergen als de Aubisque, de Tourmalet en de Peyresourde over. In Luchon nam hij een dag rust. 

Afgelopen dinsdag begon vroeg in de morgen het fietsen weer, eerst naar boven op de Ares. Goed begin, merkte hij: 'Heerlijk. Gemiddeld 4 procent, lekker relaxed. Daarna is de Portet een rare. De eerste 8 kilometer heb je niet in de gaten dat je erop zit. Het is eerst 6 procent, dan 2, nogal onregelmatig. Het is een riviertje over en dan gaat het 9 procent omhoog, zo'n 5 kilometer, een klein stukje zelfs 13 tot 15 procent.'

Cees op de Portet d'Aspet

Zo kwam hij bij het bijzondere monument voor de Italiaan Fabio Casartelli die in de Tour de France van 1995 in omgekeerde richting met het peloton naar beneden raasde en met zijn hoofd tegen een betonnen wegafscheiding smakte. Gruwelfoto in het collectieve geheugen.

Van Gemert stond even stil bij de grote, witte herinneringsschelp. 'Ik kan me nog goed herinneren dat het gebeurde. Indrukwekkend. En me realiserend: doe een helm op in de afdaling. Bij het klimmen zet ik hem niet op.'

Deze dinsdag was het op het laatst nog stevig duwen voor de top en daarna glooiend naar beneden naar Saint-Girons. Er was een appartementje op een camping even buiten het stadje. Het lag toch weer op een hoogte. Even klimmen op een soort Keutenbergje.

Woensdag was de Col de Port de eerste. Aankomst om 11 uur. Het was weldadig stil boven bij een kopje koffie. 'Je hoort helemaal niets, alleen natuurgeluid. Je wordt er heel erg zen van.'

Verdwenen was het enorme motorgeronk van de toeristen die hem op zondag nog hadden laten schrikken in verraderlijke bochten. Nu niets van dat al. Beneden in Tarascon-sur-Ariège een goede lunch. In het vervolg kwam de grootste moeilijkheid.

Het navigatiesysteem Komoot stuurde Van Gemert een moeilijk begaanbaar paadje in dat uitkwam in een weiland. Hij moest zo'n vijftien keer te voet over boomstammen stappen, de fiets op de schouders, door waterplassen heen en doornstruiken die zijn benen striemden. Dit was echt niet de route van 1926, waar deels een snelweg overheen is gelegd. Een boer wees een nabije brug naar de oude hoofdweg. 

Toch niet beter Komoot wegdoen en ouderwets wegwijzers volgen? 'Meestal doe ik het wel. Ik moet dat gaan doen. Het bespaart me een hoop tijd en een hoop ellende. Nu zit ik met kapotte benen vol schrammen.'

Mooi toch, om te kunnen ontspannen in het ouderwetse Ax-les-Thermes.

Ax-les-Thermes

Donderdag, dag 50, kwam op de Col de Puymarens de verrassing van een waarschuwingsbord voor een blokkade vanwege werkzaamheden. Het was 3 kilometer voor de top. Utrechtse Cees nam de best mogelijke beslissing. 'Ik dacht: ze zoeken het maar uit, dus ben ik er gewoon langs gegaan. Op verschillende stukken lag het nieuwe asfalt er al, dus dat viel mee.'

Beneden viel Bourg-Madame tegen als verblijfplaats. Dus dan liever naar het dorp Puigcerdà, pal over de Spaanse grens. Een en al Spaanse gastvrijheid voor de vriendelijke grijzige gast uit Utrecht. 

Dag 51, vrijdag. Er lag nog een laatste Pyrenee: de Col de la Perche. Hij kon hem aanvankelijk niet vinden. 'Eerst is er de Col de Rigat, een klein klimmetje, dan even naar beneden, slingerend en daarna de Col de la Perche.' Weer een ervaring.

Col de la Perche

'In de afdaling, goeie dag, is het een hoop stukken 10 procent hard naar beneden, alleen maar remmen. Het is van 1579 meter hoogte naar 0 in Perpignan. Het was bloedheet.'

Daar was hij nu, in die Franse grensstad die hem zo aan het oude Barcelona deed denken. Geen Baskische vlaggen meer, maar Catalaanse. Na de motoren de luxe cabrio-wagens rond Andorra.

Perpignan

In dik vijftig dagen heeft hij geen lekke band gehad, geen valpartij, geen ongeluk met een tegemoet komende motorrijder. Er was in Normandië alleen een reparatie nodig aan de versnelling. Gezegende zeventiger: hij ligt vijf dagen voor op zijn eigen schema – zo voorspoedig is het gegaan. Zo heeft hij twijfels doorstaan, alles van kerend weer en innerlijk wroeten, zij het niet te zwaar. 

Het blijft een solistisch avontuur, duizenden kilometers lang. Helemaal alleen is hij niet. 'Ik kom bergop wel fietsers tegen die mij inhalen, maar een kilometer verder haal ik ze weer in, staan ze uit te puffen.'  

Hij heeft een afspraak met zijn Julia, een paar rustdagen in Barcelona, heen en weer met de bus, de fiets gestald in Perpignan. Op zaterdag 27 juni komt dochter Mink daar aan, om een aantal dagen mee te fietsen. Dan volgen de Alpen nog, oude reuzen als de Vars en de Izoard, na etappes naar Toulon en Nice. 

Cees, vol verbazing, maar ook opgewekt aan de telefoon in Hotel Nyx in Perpignan: 'Ik ben ruim een week vrij, dan ga ik me vervelen...De cadans kwijt? Ja, daar ben ik bang voor. De benen waren steeds goed. Ik hoop dat het dan ook zo zal zijn. Dan is het eerste stuk vlak. Met Mink zal ik toch ook vroeg op moeten om zes uur. Anders wordt het te warm.'