DE GALIBIER ALS LAATSTE OP EEN REEKS BEROEMDE ALPENCOLS

Door Jeroen Wielaert - De oudste, de hoogste, de meest geduchte moest nog genomen worden: de Galibier. Op een warme zondag in juli was het te doen voor Cees van Gemert, met goede 70-jarige benen uit Utrecht. Het was het mooie slot van de week waarin hij de veertiende etappe van de monsterronde aflegde, op 14 juli 1926 van Nice naar Briançon, 275 kilometer over meer geduchte Alpencols. De Italiaan Bartolomeo Aimo won de rit destijds in 11 uur, 59 minuten en 55 seconden.

De Col d'Allos was woensdag de eerste beroemde Alpenbeklimming. Met de goede moraal uit de Pyreneeën was het begin goed te doen voor de Utrechter, nu weer solo, nadat zijn dochter Mink een week was mee gefietst. Met percentages van 7, piekend naar 9 procent kwam hij boven. 

Toen werd het schrikken:

Die afdaling, jeminee. Omhoog zie je overal ski-liften, maar je kijkt ook zo een ravijn in, 1500 meter diep. Het gaat over een slecht wegdek, reparaties sluiten er niet goed aan, het is smal en bochtig. Ik vond het een gevaarlijke afdaling, zonder vangrail. En een vliegen! Als je op de Allos even in de schaduw ging zitten, kwamen er zo vijftig op je af. Alleen niet in de zon.

Donderdag ging het in een relatief korte rit op en af over de Col de Vars. 'Het was een fantastische afdaling, ook al was het in de laatste kilometers heel pittig.' 

Hij kwam beneden in Guillestre, de oprit naar de Col d'Izoard, een opdracht voor twee dagen.

Vrijdag was het een kleine 25 kilometer steeds omhoog op de Izoard. In Polarsteps: 'Begin van deze tocht was geweldig mooi: door een smalle 'gorge' met tunneltjes en nauwe doorhangen tussen de hoge rotswanden. Waande me even een toerist ipv Tourfietser!' Bij aankomst in Arvieux op 7 kilometer van de top voelde hij na dagen van grote hitte voor het eerst zalige regendruppels.

Zaterdag dan de top van de Izoard, met de doortocht van het maanlandschap daar, de Casse Deserte. Cees uit Utrecht was er niet alleen.

Er liep een hele grote kudde schapen en die hadden veel bekijks. Op de top was het een grote drukte met motorrijders en geen bijzondere refuge om even e stoppen. De afdaling is dan op het eerste stuk heel mooi en breed. Je kunt goed vaart maken en dan glij je zo Briançon binnen.

Inmiddels was broer Jan aangekomen als goede ondersteuning. Dat maakte een essentiëel verschil voor de zondagse beklimming van de Galibier. Daarom klonk zijn relaas verbazend simpel.

Eerlijk zeggen: het scheelt zoveel als je geen bagage op de fiets hebt. De Pyreneeën zijn qua percentage steiler dan de Alpen. De Galibier heeft ook stukken van negen procent. Eerst was het de Lautaret op. Daar hebben we drie kwartier gerust. Op de Galibier bij de tunnel is ook een gelegenheid om iets te nemen.

Het was een fantastische klim en druk! Veel motorrijders en fietsers, allemaal met een lang weekend vanwege de aanstaande 14e juli, de nationale feestdag. In Valloire beneden hebben we ook even gerust. Daarna nog de Telegraphe en dan in de bloedhitte met wind naar beneden tot Saint-Jean-de-Maurienne. Het was een leuke dag.