Ernst Verloop (1927-2025): een biografische schets
Gepubliceerd: dinsdag 18 augustus 2026 16:45
Door Jim Terlingen
In alle stilte - zonder enige media-aandacht - is vorig jaar op 98-jarige leeftijd Ernst Verloop overleden. Verloop werd geboren als kleinzoon van de bekende Utrechtse hoogleraar scheikunde Ernst Julius Cohen, die vanwege zijn joodse identiteit in Auschwitz werd vermoord. Verloop was zelf als tiener actief in het Utrechtse verzet, bouwde daarna een internationale carrière op bij Unilever, en zette zich op latere leeftijd actief in om de herinnering aan zijn grootvader levend te houden.
Herkomst en jeugd
Verloop groeide op in Utrecht, waar hij de lagere school en het Stedelijk Gymnasium doorliep. Zijn laatste schooljaar, 1944-1945, viel grotendeels stil doordat de school vanwege de oorlogsomstandigheden gesloten was.
Zijn moeder, Emma Johanna Cohen (1896-2000), was een dochter van Ernst Julius Cohen uit diens eerste huwelijk, met Louise Gompertz. In 1917 trouwde zij met Hendrik Willem ("Hein") Verloop (1886-1946); het echtpaar kreeg drie kinderen: Louise, Ernst en Wim.
Via zijn moeder was Ernst Verloop dus kleinzoon van een van de vooraanstaande Nederlandse natuurwetenschappers van het begin van de twintigste eeuw: Cohen was vanaf 1902 hoogleraar in Utrecht, in 1903 eerste voorzitter van de Nederlandse Chemische Vereniging en in 1915-1916 rector magnificus van de Utrechtse universiteit.
Oorlogsjaren
In 1941 werd het huis van Ernsts overgrootmoeder — de schoonmoeder van Ernst Julius Cohen, wonend aan het Wilhelminapark 26 in Utrecht — door de bezetter gevorderd, eerst voor de Wehrmacht. Later werd het de dienstwoning van de beruchte NSB-burgemeester van Utrecht, Cornelis van Ravenswaay; na de oorlog deed het pand nog dienst als post voor politie en luchtbescherming.
Ook het huis van grootvader Cohen zelf, Pelmolenplantsoen 6, werd gevorderd: hij moest vertrekken en zijn woning met inboedel gedwongen verhuren aan de Wehrmacht, zonder de huur zelf te mogen ontvangen — die ging naar de buurman op nummer 7, een notaris.
Cohen genoot aanvankelijk enige bescherming dankzij zijn ‘gemengde huwelijk’ met zijn derde, niet-joodse vrouw. Toch werd hij in februari 1943 opgepakt, tijdens een razzia op de universiteit, en pas na een gevangenschap in Amsterdam en kamp Vught in juni van dat jaar weer vrijgelaten, onder bescherming van een Duitse functionaris. In februari 1944 werd hij echter opnieuw gearresteerd. Via kamp Westerbork werd hij gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij in de nacht van 5 op 6 maart aankwam en direct na de eerste selectie werd vergast — één dag voor zijn 75e verjaardag.

Ook Ernsts broer werd in deze periode opgepakt, als lid van een Delftse studentenverzetsgroep, en naar Duitsland gestuurd; hij overleefde de oorlog.
Ernst Verloop zelf sloot zich in het laatste oorlogsjaar aan bij de Utrechtse KP (knokploeg), onderdeel van het gewapend verzet. Burgemeester Sharon Dijksma wees er bij een latere herdenkingsplechtigheid op dat hij in 1945 pas 18 jaar oud was, en noemde hem een van de jongste verzetsmensen van de stad.
Na de bevrijding kostte het de familie grote moeite om beide huizen terug te krijgen. Vooral de teruggave van het pand aan het Wilhelminapark leidde tot een langslepend en pijnlijk conflict met de gemeente Utrecht, dat pas in de loop van de jaren zestig werd afgehandeld.
Studie en de stap naar het bedrijfsleven
Na de oorlog studeerde Verloop rechten aan de Universiteit Utrecht. Als voorzitter van de Utrechtse Studentenraad mocht hij tijdens zijn studietijd meewerken aan de onthulling van het monument voor de gevallenen van de universiteit, bij de ingang van de Aula. Na zijn afstuderen volgden bijna twee jaar militaire dienst.
Verloop startte daarna een lange internationale bedrijfsloopbaan. Na enkele jaren in Rotterdam werkte hij in Toronto (Canada) en Milaan (Italië). In 1966 werd hij voorzitter van de directie van het margarinebedrijf Van den Bergh en Jurgens in Rotterdam, een van de Nederlandse bedrijven aan de basis van Unilever. In 1968 keerde hij terug naar Milaan, ditmaal in de leiding van Unilever-Italië, en in 1974 kwam hij terug naar Rotterdam als lid van de raad van bestuur van Unilever N.V. en Ltd. — daarmee bereikte hij de top van een van de grootste ondernemingen van Nederland.
Bestuurder na het pensioen
In 1989 ging Verloop bij Unilever met pensioen, maar zijn bestuurlijke werk ging door. In Utrecht was hij onder meer voorzitter van de raad van commissarissen van de Nederlandse Spoorwegen, van de artsenorganisatie VVAA, van het Centraal Museum en van een woningcorporatie. In Amsterdam vervulde hij een vergelijkbare rol bij warenhuis De Bijenkorf, en internationaal was hij actief bij onder meer Ferrero (Turijn), de bank IMI (Rome) en — vanaf 1998 als bestuurslid — Richemont in Genève, het moederbedrijf van onder andere Cartier, naast diverse andere ondernemingen in Zwitserland, Duitsland en Italië.
Bewaarder van de herinnering aan Ernst Julius Cohen
De oorlog en het lot van zijn grootvader hebben Ernst Verloop nooit losgelaten. In 2010 schonk hij aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht een door zijn grootvader zelf geschreven verslag van diens gevangenschap tussen februari en juni 1943. Dit document vormde in 2011 de basis voor de publicatie Ernst Cohen, 1869-1944. "Ik had mij vast voorgenomen, niet over mijne toekomst te denken…", uitgegeven bij gelegenheid van het 375-jarig bestaan van de Universiteit Utrecht.
In het kader van Open Joodse Huizen hield Verloop meermaals lezingen over zijn grootvader in diens voormalige woning aan het Pelmolenplantsoen, onder meer in 2015 en 2017. Ook was hij jarenlang betrokken bij de Utrechtse Dodenherdenking op 4 mei, waar hij in 2017 als kranslegger optrad.
Op 7 maart 2023 - de geboortedag van zijn grootvader - was de inmiddels 96-jarige Verloop, zichtbaar geëmotioneerd, met veel van zijn nazaten aanwezig bij de plaatsing van een struikelsteen voor Ernst Julius Cohen aan het Pelmolenplantsoen.
Burgemeester Sharon Dijksma sprak bij die gelegenheid over Verloops eigen rol in het verzet en over zijn jarenlange strijd voor herstel van het onrecht rond de geconfisqueerde familiehuizen. Namens de gemeente Utrecht erkende zij het onrecht dat hem en zijn familie was aangedaan.
