Cees van Gemerts Tour van 1926 (12)
Gepubliceerd: maandag 20 juli 2026 01:20
TIJD OVER OP WEG NAAR PARIJS
Door Jeroen Wielaert - Parijs is niet ver meer, al is het nog 420 km voor Cees van Gemert. Bijna een makkie. Na zijn magistrale passage van de Galibier in het vorige weekend waren de grootste moeilijkheden wel voorbij op het totale traject van de monsterronde van 1926: 5745 kilometer.
In zijn 'Projekt 70' legde hij binnen een week de 15e etappe van toen af: Briancon-Évian (303 kilometer). De rit werd op 16 juli 1926 gewonnen door de Belg Joseph van Dam in 12 uur, 9 minuten en 8 seconden. Van Gemert had zelf een probleem: hij was een beetje te snel binnen gereden in Évian.
De rit over de Galibier was schitterend geweest. Van Gemert kreeg er veel complimenten voor. Die hielpen hem niet, toen hij maandag erna de Col des Aravis op moest, de eerste moeilijkheid in de etappe naar Évian. Voorbij was de euforie van de Galibier. Een dal bergop. Het telefonische commentaar was duidelijk:
Ik was niet vooruit te branden. In Saint-Jean-de-Maurienne ging het nog wel. Toen werd het ontzettend warm, de laatste kilometers waren het heetst van de dag, vol in de zon. Ik ging helemaal dood.

Daags erna kreeg hij op 14 juli, de Franse nationale feestdag, zowaar twee motoren bij zich op het laatste stuk van de Aravis.
Op PolarSteps:
Begeleiding door 2 motards op het laatste stukje naar de top geeft je het echte Tourgevoel!

Nog leuker werd het op woensdag, met de terugkeer in Évian:
DE POLARSTEPS KETTING IS GESLOTEN. Ofwel: de cirkel is rond. 30 april: etappe 1 vertrek uit Évian. 15 juli etappe 63 terug in Évian (en passant de 5000 km gepasseerd).
Hij plaatste graag nog eens de foto van zijn ontmoeting met de mannen van de lokale wielervereniging.

Hij hoopte op een ontmoeting met de burgemeester, maar dat kwam er niet van. Donderdag was een rustdag, genoeg om te ervaren dat hij daar helemaal niet van houdt. Aan de telefoon:
Je wandelt wat naar het meer, steekt een teen in het water en dat is het dan. Niks aan. Ik ga liever fietsen.
In de nacht naar de vrijdag brak er ook nog een noodweer uit.
Op PolarSteps:
Vannacht onweer, weerlicht, stortbuien en storm in Évian. “Het is kermis in de hel” zou mijn moeder hebben gezegd. De regen werd onze hotelkamer in geblazen.
Eenmaal weer op de fiets was het weer beter, maar voelde hij hoeveel vocht er nog in de lucht hing. Er waren veel takken op de weg gevallen, dus was het uitkijken, ook voor ander verkeer, om niet van de weg af te raken.

Zaterdag wachtte nog de onbekende Col de Berthiand, onvergelijkbaar met de Pyreneeën en de Alpen, maar nog pittig genoeg met stukken van 10 procent. Eerst ging het door Nantua: 'Zo'n dorpje waar de tijd verglijdt en je je op een terrasje met een espresso bij de bar-tabac onderdeel van de stilstaande tijd voelt.'
Chalon sur-Saône was de halte op zondag. Geen zware dag om te fietsen:
Alsmaar rechtdoor, vlak, niet echt moeilijk, wel veel wind uit het noorden.
Hij werd er herinnerd aan zijn beste dagen als theaterleider van de Lunatics.
Zo schreef hij het in PS:
Aan de oever van de Saône speelden we in 2001 de voorstelling Sandman. Met dit spektakel werden we in Chalon 'ontdekt' en reisden we daarna de wereld over: van Brazilië en Venezuela tot Zuid Korea en van Zuid Afrika tot Mexico en de USA.
Het festival bestaat nog steeds. Ook voor het straattheater van een fietsende solist.

Een week nog voor de etappe 17e etappe Dijon-Parijs, destijds 341 kilometer. Cees moet het naar zijn eigen gevoel wel erg langzaam aan doen, om op 26 juli te finishen in de Franse hoofdstad.
Nu ik uit de bergen ben, begin ik de dagen wel af te tellen. Het vlakke is niet heel erg inspirerend. Het wordt 80 kilometer per dag. Dan houd ik nog een dag over. Ik kan het kasteel van Versailles nog gaan bezoeken.
