Cees van Gemerts Tour van 1926 (6)
Gepubliceerd: zondag 7 juni 2026 21:44
OVER DE HELFT IN BORDEAUX,
DICHTER NAAR DE PYRENEEËN
Door Jeroen Wielaert - Zaterdag is Cees van Gemert op zijn solotocht op de route van de Tour van 1926 aangekomen in Bordeaux, de stad waar nogal wat Nederlandse renners etappes hebben gewonnen. Het was de voltooiing van de achtste etappe van honderd jaar geleden, Les Sables-d'Olonne – Bordeaux. Destijds won de Belg Joseph van Dam in de sprint de relatief korte rit van 285 kilometer in 12 uur en 8 seconden. De 70-jarige Utrechter is anno 2026 een stuk dichter bij de Pyreneeën gekomen op zijn tocht van 70 dagen.
Begin afgelopen week is Van Gemert eerst verder gegaan met de zevende etappe Brest-Les Sables d'Olonne (412 kilometer). Hij was al gevorderd tot Auray in het zuiden van Bretagne, het was niet ver meer naar de badplaats aan de Atlantische Oceaan. Hij moest eerst over de Pont Saint-Nazaire, de brug over de Loire, met een smalle strook voor fietsers.

Het weer was enigszins stormachtig, maar met de westenwind had de Utrechter verder niet veel last in het vervolg van de route. Het ging deels door moerasgebied in de Vendée. In Sables-d'Olonne trof hij eerst een breed strand. In de fraaie oude badplaats bleven de meeste mensen binnen vanwege het barre weer. (In 1926 werd de rit gewonnen door Luxemburger Nicolas Frantz, in 16 uur, 20 minuten en 54 seconden).

Ook woensdag was het heftig, rond 100 kilometer zuidwaarts naar La Rochelle. Van Gemert, in zijn dagboek op Polarsteps: 'Wat een feest vanochtend om 7:00 in de baai van Les Sables-d'Olonne: storm! En de vogels hadden t grootste plezier: ze doken, ze scheerden over de golven en maakten 'n kabaal dat het een lust was. Zonder mensen was het hun terrein. Ze vierden de vrijheid in de natuur (gadegeslagen door 1 enkel menselijk wezen). Iets verderop was het riet niet aan het wuiven, nee, het riet juichte flink heen en weer.'
Van Gemert vloog over het wegdek, met 75 kilometer wind in de rug. Op een gravelpad door een moerasgebied stond een op een poedel lijkend paardje dat iedere fietser aanhield voor wat eten.

Voort ging het langs winderige, nog verlaten campings op een lang stuk naar het oosten, met het laatste eind westwaarts, pal tegen de wind. Om 12.30 aankomst in La Rochelle, bij guur weer. Hôtel les Gens de Mer staat aan leuke straatjes buiten het centrum. Met een slechte weersvoorspelling werd het tijd om een rustdag te nemen. Het kon, met een dag voorsprong op het schema. Het wordt dag 36.
Of het eenzaam is, steeds weer alles solo doen? Cees, opgewekt aan de telefoon: 'Nee, absoluut niet. Onderweg kom ik veel fietsers tegen. Als ze even stoppen, is er altijd wel een praatje: waar ga je naartoe?'
La Rochelle is een mooie stad voor een pauze. En voor een selfie op de plaats van de controle van 1926, voor de oude stadspoort, met een voorbeeld uit het verhaal uit 2017 in wielertijdschrift De Muur: De Langste Tour.


Vrijdags gaat het weer een stuk het binnenland in, omdat Tourdirecteur Henri Desgrange dat zo had bepaald in 1926. Andere fietsers gaan langs de Gironde zuidwaarts. Langs de rechte weg via Saintes naar Pons ligt niet het meest aantrekkelijke landschap, gelet op de notities in Polarsteps: 'Boring saai: velden met afwisselend mais en koren, eindeloos lange rechte weg, dus leek Pons ook verder weg dan t werkelijk was.'
Pons is als ongekende halte wel weer een verademing. Lekker hotelletje met een goed restaurant tegenover een mooie middeleeuwse donjon.



Op zaterdagmorgen ligt na 8 kilometer het dorp Belluire, op de D137. Het is precies het midden van de Tour van toen: 2877, 5 kilometer, op dag 38.

Dan is het nog een kleine 100 kilometer naar Bordeaux. In een kleine supermarkt in een nog kleiner gehucht kon Van Gemert nog net genoeg proviand halen om een ram van de honger voor te zijn. Voor de aankomst bij Montempô Appart'hôtel Bordeaux Belvédère is er een verrassing: de plaats van de finish van de komende Touretappe op 10 juli, Hagetmau-Bordeaux, pal voor de klassieke Place Quinconces met het reuzenrad.


Mooi dan, het panorama van het centrum vanaf de overkant van de Garonne, maar het is ook leuk om rond te wandelen in de wijk Darwin, opgewekte vrijplaats met de vernieuwbouw van oude fabriekshallen, vol ateliers, barretjes restaurants, een strandje.

Zondagmorgen uitslapen en uitgebreid ontbijten en dan toch een begin maken met de negende rit van 1926, Bordeaux-Bayonne. Het was toen de kortste: 189 kilometer. Door Les Landes gaat het, de laaglandse regio vol naaldbomen, maar met weinig overnachtingen.
Hotel l'Aparté in het dorp Salles is mooi voor een eerste tussenstop, om dan bij Saint-Vincent-Tyr een voordelig nieuw hotel te vinden, niet ver van Bayonne. Het zijn van die puzzels, onderweg naar de Pyreneeën, naar zware dagen met historische cols. Cees, weer aan de telefoon: 'Ik zit op een gezellig terras bij mooie platanen. Het is een lazy Sunday afternoon.'
