IN HET GEEL BIJ DE ARC DE TRIOMPHE 

Door Jeroen Wielaert - Een Utrechter in het geel in Parijs. Zeldzame, emotionele belevenis. Even na half elf op zondagmorgen 26 juli 2026 was het zover. De 70-jarige Cees van Gemert uit de Griftstraat sloot zijn 70-daagse af over de route van de Tour de France van 1926, de langste en zwaarste ronde uit de geschiedenis. Op de Avenue de la Grande Armée kwam hij aan, de Arc de Triomphe in de rug en omhelsde zijn vrouw Julia, kinderen en andere aanhang uit Utrecht.

De laatste etappe van de Tour van 1926 voerde over 341 kilometer van Dijon naar Parijs. Hij werd op 18 juli gewonnen door de Belg Aimé Dossche, in 14 uur 56 minuten en 5 seconden. 

Van Gemert kwam op maandag aan in Dijon. Daar had hij een behoorlijke moeilijkheid met de indeling van die laatste rit. Met het tempo dat hem eigen was, een gemiddelde van rond de 80 kilometer per dag, zou hij vroeger dan gepland in Parijs aankomen. Het moest zondag worden, een paar uur voor de aankomst van de Tour de France van deze zomer. Het werd geen wielrennen, maar langzaam aan fietsen voor de Utrechter.

Donderdagavond zei hij in Montereau-Fault-Yonne, na een tocht van ruim 70 kilometer over fietspaden langs de rivier de Yonne:

Het schiet niet echt op. Ik wil eigenlijk doorfietsen, maar het mag niet. Ik was al om half 2 bij het hotel. Ik ben maar wat gaan eten. Er was een mooie Touretappe op de televisie.

Evry was vrijdag de volgende halte.

Het is verschrikkelijk hier, je wilt er niet wonen. Om 11 uur ben ik uitgebreid koffie gaan drinken in Melun. Ik kwam bij het hotel om 1 uur, mocht er meteen in. Met de handrem op fietsen, ik doe het maar. Ik heb naar de Tour gekeken en me geërgerd aan Lenny Martinez die maar geen kop wilde overnemen op de Alpe d'Huez.

Op zaterdag was hij om 11 uur in Versailles.

Het is een mooie, rijke stad, maar in de voorsteden waar je eerst doorkomt is het allemaal armoede. Daarna gaat het dan weer door bos en groen.

De laatste rit was het kortst van allemaal: 18 kilometer. De finish in Parijs was vastgesteld bij een vluchtheuvel op de Avenue de la Grande Armée, ter hoogte van het metrostation Argentine. Die halte bleek om veiligheidsredenen gesloten te zijn vanwege de naderende aankomst van de Tour de France.

Familie, aanhang en vrienden kwamen daarom wat later. Van Gemert had er appjes over gekregen en draaide maar wat rondjes bij de Arc, voor hij aan zijn laatste 200 meter begon onder een grijze wolkenlucht.

Bij de vluchtheuvel stonden ze met spandoeken en teksten op papier. Daarna kwamen de omhelzingen, de zoenen en de gele trui.

Met het gloednieuwe tricot om zijn schouders werd het terugblikken op de tocht die in Évian begon op 30 april. Van Gemert was enigszins getekend, de trui tekende scherp af, maar gesloopt was hij niet. Opgelucht:

Het was al met al heel leuk. Ik heb geen enkele dag gehad dat ik dacht: waar ben ik aan begonnen. En ook niet dat ik geen zin had. Dat komt heel erg, omdat ik niet verder keek dan een dag. Na 80 kilometer, dan ben ik er. Niet nadenken over die duizenden kilometers die nog komen.

De trajecten door het noorden en langs de Atlantische regio waren het lastigste.

Veel wind, regen, koud. Ik had eigenlijk veel goed weer. Voorbij Cherbourg werd het heel warm. Na Perpignan, waar mijn dochter Mink voor een week begon mee te rijden, was het bloedheet. Het is belangijk, hoe het weer is. Vanmorgen in Parijs was het voor het eerst echt koud.

Na Normandië kwam voor het eerst het gevoel dat het Project 70 ging slagen. In de aanloop naar de Tourmalet kwamen de zorgen, of hij die hoge col wel over kon komen met 8 kilo bagage. Toen hij er goed overheen was, wist hij zeker dat alle volgende cols kon halen. Het was even anders dan voor het vertrek uit Utrecht.

In heb begin denk je dat er drie dingen heel erg kunnen misgaan: malheur aan de fiets, of het lichaam, weer dat slecht wordt, of de bergen. Die bergen bleken de moeilijkheid niet. Met de fiets heb ik een lekke band gehad en moest een ketting en een kabeltje vervangen worden. In Lille was ik een beetje grieperig en ik had last van mijn zitvlak, maar het werd geen steenpuist.

Hij maakte ook geen enkele valpartij mee, hoewel het soms link werd met voorbij rijdend vrachtverkeer.

8 op de 10 houden rekening met je, maar die 2 rijden te dicht langs je heen. Ik wilde altijd 15 centimeter ruimte rechts van me hebben.

Is het aan te raden voor zeventigers?

Ik vind van wel, dat meen ik serieus. Ik ben geen ontzettend goeie fietser, ik heb geen ontzettend goeie conditie. Het fietsen is voor 60 procent mentaal en 40 procent fysiek. En wat Mink zei: “gewoon doortrappen.” Daarom zijn haarspeldbochten zo leuk: je fietst tot daar en dan zie je wel weer. Alleen motoren zijn erg, die rijden over je weghelft. En veel slecht wegdek. Ik ben geen moment gevallen, nee. En weinig lekke banden, omdat ik heel goed kijk.

En dat dus over een afstand van 5745 kilometer.

Maar wel in 70 dagen! Ik sliep goed, stond vroeg op. Ik was maar een paar keer helemaal kapot. Vooral toen het heel heet was geweest.

En nu, nieuwe uitdaging?

Nee. Mijn fiets verkopen. Deze kan ik niet meer overtreffen. Misschien nog een keer van het oosten naar het westen van Amerika. Ik denk dat dit het wel was, maar pin me er niet op vast.