Door Jim Terlingen - Vanochtend werden voor het adres Kievitdwarsstraat 29 twee struikelsteentjes geplaatst voor de joodse Utrechters Simon Groenberg (1873-1943) en Klaartje Groenberg-Joosten (1880-1943). Het stel is vergast in Auschwitz.

Bij de struikelsteenlegging waren in totaal zo'n veertig aanwezigen, waaronder familieleden. Er was naast toespraken onder meer vioolspel van Naomi van Hessen, het kaddisj (joods gebed) door Hans van Herwaarde van de Liberaal Joodse Gemeente en joods gezang. Een achterkleindochter en een achter-achterkleinzoon plaatsten de steentjes.

De struikelsteentjes worden geplaatst (foto: JT)

Kievitdwarsstraat 29 is het adres waar Simon en Klaartje gingen wonen na hun huwelijk in 1906 en ook de receptie hielden.

Pijnlijk detail is dat deze stenen niet welkom waren voor het huis waar het gezin Groenberg in 1913 ging wonen (en de laatste dertig jaar in Utrecht gewoond heeft). Dat adres ligt aan de Vondellaan. De gemeente Utrecht hanteert de regel dat de huidige bewoners toestemming moeten geven. In dit geval gaven de bewoners aan "niet geinteresseerd" te zijn.  

Een ander pijnlijk moment beleefden nazaten onlangs toen ze ontdekten dat de naam van Klaartje onjuist staat vermeld op het Joods Monument op de Johan van Oldenbarneveltlaan (voor het Spoorwegmuseum). Er staat 'Klaarte'. In 2016 was dit een van de eerste ontdekte fouten op het monument. Inmiddels is het aantal correcties al over de honderd gegaan. Nazaten van Simon en Klaartje zijn ontstemd over deze fout.

Vandaag
Bij de struikelsteenplaatsing vandaag was ook wethouder Susanne Schilderman aanwezig. Zij hield een bevlogen toespraak waarin ze waarschuwde voor onverschilligheid.

We mogen niet vergeten dat vrijheid nooit vanzelf komt. Niet vanzelf blijft bestaan. Juist nu beseffen we dat misschien beter dan ooit. Want de realiteit van nu is dat de wereld verdeelder is dan ooit. En ook in onze land de tegenstellingen groot zijn. Bijvoorbeeld over wie hier wel en niet welkom zijn. De discussie wordt met de dag scherper, onvriendelijker, giftiger.

En als we niet oppassen er een dag komt dat we terugglijden naar de zwartste bladzijdes van ons geschiedenisboek. Die vrees kan ik mij voorstellen. Ook ik maak me zorgen over een klimaat waarin haat en uitsluiting verder wortels schieten. Niet alleen antisemitisme. Maar ook het vluchtelingendebat. Het toenemende geweld tegen mensen uit de regenbooggemeenschap. De zaag die steeds dieper in de stoelpoten van onze rechtsstaat wordt gezet.

We kunnen ons er nu misschien nog niets bij voorstellen, maar onverschilligheid is vaak de volgende stap naar acceptatie. Wat we niet willen, is terugkeren naar een samenleving waarin groepen mensen stelselmatig en systematisch werden vervolgd, verwijderd en vermoord.

Wethouder Susanne Schilderman vanochtend tijdens haar toespraak (foto: JT)

Verder was er een toespraak over het leven van Simon en Klaartje uitgesproken door Doete Regts. Zij heeft voor nazaten die de struikelsteentjes hebben geregeld gedetailleerd onderzoek gedaan. Zij organiseerde ook de bijeenkomst.

Doete Regts tijdens haar toespraak (foto: JT)

Doetes toespraak:

Toen ik begin juni sprak met kleinkinderen Marleen en Rob, vertelden zij mij dat zij zeer weinig wisten over hun grootouders. Er werd over hen niet gesproken door hun ouders. Vandaag zal ik wél over hen spreken en zal jullie vertellen wat ik ontdekte over Simon en Klaartje. Mensen die nauwe contacten onderhielden met hun familie, vrienden en buren. Op bijna alle adressen waar zij woonden, kwam ik familieleden van hen tegen.

Simon Groenberg werd op zaterdag 15 november 1873 geboren in Winschoten. Zijn ouders waren koopman Izaäk Nathan Groenberg (geb. 1838) en naaister Sophia van Gilpen (geb. 1839). In die tijd was de Joodse gemeenschap in Winschoten één van de grootste en meest levendige van Nederland, na Amsterdam. Winschoten groeide in de 19e eeuw uit tot een belangrijk handelscentrum in Oost-Groningen.

Simon was het zevende kind van in totaal dertien kinderen. De oudste zoon van dit gezin overleed na een jaar en twee zonen werden dood geboren. Simon groeide daardoor op in een gezin van tien kinderen.

Toen Simon 6 jaar oud was werd 21 kilometer verderop Klaartje Joosten geboren - op donderdag 11 maart 1880 in Termunten, dat ook in Groningen ligt. Haar ouders waren koopman Arend Joosten (geb. 1837) en Rebecka de Jonge (geb. 1840). Rebecka was de tweede vrouw van Arend. Zijn eerste vrouw overleed jong.

Samen kregen zij acht kinderen, waarvan Klaartje het zesde kind was. Eén van de kinderen overleed na zes dagen en daarom groeide Klaartje op in een gezin van zeven kinderen.

Familie Joosten, linksvoor Klaartje Joosten.

In Termunten zat een kleine Joodse gemeenschap. Joodse families uit Termunten gingen voor religieuze diensten, feestdagen, begrafenissen en sociale bijeenkomsten vaak naar Winschoten. Mogelijk hebben de families Groenberg en Joosten elkaar daar leren kennen. Hun beide vaders waren ook nog eens koopmannen.

Simon slaagde voor zijn hbs-examen en toen hij bijna 18 jaar oud was verliet hij Winschoten en ging 200 kilometer verderop in Utrecht wonen. Zijn eerste adres in de Domstad was de Lange Smeestraat 22. Twee dagen na aankomst trad Simon op 14 september 1891 in dienst bij de Staatsspoorwegen (SS), wat later onderdeel werd van de Nederlandse Spoorwegen. Simon ging werken in het hoofdgebouw HGB I aan het Moreelsepark. Het eerste half jaar werkte hij zonder vaste aanstelling, zo kon hij ervaring opdoen. Na een half jaar kwam hij in de functie van derde klerk en in de loop van de tijd kreeg hij een vaste aanstelling.

Na negen maanden verhuisde Simon naar Springweg 19, waar hij drie maanden woonde. Daarna verhuisde hij naar Oudegracht 54 (naar het pand met de naam Schinckelenborch, tegenwoordig Oudegracht 125). Hier woonde hij acht jaar. Vlak voor de eeuwwisseling kwam zijn jongere broer Nathan (geb. 1881) bij hem wonen, die ook bij de Staatsspoorwegen ging werken.

Links het pand Schinckelenborch, tegenwoordig Oudegracht 125. Foto rond 1900 (HUA)

Simon was secretaris van het Comité voor een Werklozen-Statistiek dat in 1898 werd opgericht. Het Comité had als doel om betrouwbare en systematische gegevens te verzamelen over werkloosheid. In die tijd was werkloosheid een groeiend maatschappelijk probleem, er bestond echter nog geen landelijke, gestandaardiseerde registratie van werklozen, waardoor het moeilijk was om de omvang en aard van het probleem in kaart te brengen.

Simon was actief in de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. De SDAP zette zich in voor de belangen van de arbeidersklasse en streefde naar sociale rechtvaardigheid, betere arbeidsomstandigheden, algemeen kiesrecht en een eerlijkere verdeling van welvaart.

Simon was lid van het bestuur van de Utrechtse Coöperatieve Volksbroodbakkerij en Verbruiksvereniging ‘De Eendracht’ die in 1901 werd opgericht. Een door arbeiders en consumenten opgezette coöperatie die brood (en vaak andere levensmiddelen) van goede kwaliteit betaalbaar produceerde of inkocht en te verkopen aan haar leden. Eén van de doelstellingen van de coöperatie was de arbeiders economisch en politiek sterker te maken.

De broers Simon en Nathan verhuisden in juni 1900 samen naar Lange Smeestraat 35 bis. Een aantal dagen later kwam ook zus Hendeltje (geb. 1870) bij hen wonen. Nathan vertrok en kort daarna kwam zus Elize (geb. 1870) bij Simon en Handeltje wonen. Elize stond ingeschreven als winkeljuffrouw.

Na vijf jaar gewoond te hebben in de Lange Smeestraat, verhuisde Simon samen met zus Elize naar Haverstraat 20. Handeltje keerde terug naar Winschoten.

Al deze adressen, die ik net genoemd heb, bevinden zich binnen 12 minuten loopafstand en ook allemaal vlakbij het Moreelsepark waar Simon werkte. Ook liggen alle adressen vlakbij de synagoge in de Springweg.

Op 23 april 1906 trouwde Simon Groenberg met Klaartje Joosten in Termunten en ze gingen hier wonen in de Kievitdwarsstraat 29. Twee weken later volgde in dit huis de huwelijksreceptie. Van dit adres was Simon op de fiets in 7 minuten op kantoor. Hij was inmiddels opgeklommen van derde klerk naar eerste klerk. Een jaar later werd hun zoon Isko Arend geboren. Isko Arend werd vernoemd naar zijn twee grootvaders.

Toen Isko ruim een jaar oud was verhuisde het gezin naar Oosterstraat 27 in wat we tegenwoordig Oudwijk noemen en waar zij vijf jaar woonden. De ouders van Simon woonden vier maanden bij hen in en konden volop genieten van hun twee jaar oude kleinzoon. Daarna verhuisden Simons ouders naar Assen.

Zoon Isko met moeder Klaartje

Vanaf 1909 verschenen er berichtjes in de krant waarin Simon en Klaartje vragen om dagmeisjes en werksters. Een aantal wonen in bij het gezin.

In mei 1913 verhuisde het gezin Groenberg naar de Roemer Visscherkade 5 in de Croeselaanbuurt. Deze kade lag aan de Kruisvaart, een zijtak van de Oudegracht, die later gedempt werd. In 1931 veranderde dit adres van naam naar Vondellaan 49 en nog weer later werd het huisnummer veranderd in 23. Simon en Klaartje woonden bijna dertig jaar in deze woning.

Ook dit adres ligt vlakbij het Moreelsepark, waar de hoofdkantoren van de spoorwegen liggen. Simon klom op van klerk naar commies. Dit was een administratieve functie van middelbare rang. Simon hield zich bezig met administratieve-, boekhoudkundige- en kantoortaken. Op 1 februari 1935 werd hij eervol ontslagen op 61 jarige leeftijd, na ruim 43 jaren trouwe dienst. Het ontslag kwam eerder dan de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar en houd waarschijnlijk verband met het feit dat Simon Parkinson had; een chronische, progressieve neurologische aandoening die het zenuwstelsel aantast.

15 jaar lang woonde Rebecka, de moeder van Klaartje bij het gezin in huis. Zij overleed in 1938 op 98-jarige leeftijd.

Zoon Isko behaalde zijn hbs diploma in 1924. Het eerste half jaar van 1930 woonde hij op kamers in Rotterdam, waar hij ingeschreven stond als handelsbediende. Daarna keerde hij terug bij zijn ouders en oma aan de Roemer Visscherkade.

Isko kreeg verkering met apothekersassistente Antje Groen. De ouders van Antje zagen Isko niet zitten als partner voor hun dochter. In augustus 1933 trok Antje, waarschijnlijk na een conflict met haar ouders, in bij Isko en zijn familie. Een half jaar later, op 22 februari 1934 trad Isko in het huwelijk met de zwangere Antje en gingen zij wonen aan de Sweder van Zuylenweg 14 in Zuilen. De ouders van Antje waren niet aanwezig bij de huwelijksplechtigheid.

Antje en Isko

Zes maanden na de huwelijksvoltrekking werd zoon Hans Simon geboren. In mei 1938 gevolgd door dochter Klaartje Johanna. Zo werden Simon en Klaartje grootouders en zagen zij hoe hun namen voortleefden in de namen van hun kleinkinderen. Isko en Antje hadden een drogisterij in Zuilen.

Simon met kleindochter Klaartje Johanna

In Nederland en zeker onder de Joodse bevolking was de dreiging vanuit Duitsland voelbaar.

Isko en Antje vingen Hannelore Thal op, een meisje dat na de Kristallnacht uit Duitsland naar Nederland was gekomen en zonder haar ouders in Nederland verbleef.

Hannelore Thal (1927-1943)

Isko schreef in de oorlog een dagboek waaruit ik citeer:

“Toen, in de meidagen van 1940 ons land door de Duitsers werd bezet, besefte het Joodse deel onzer bevolking, dat hun zware beproevingen te wachten stond. Dat een Nazistische mogendheid zich echter zou vergrijpen aan leven en bezit van een bevolkingsdeel in een bezet gebied op zulk een wrede wijze, als nog nimmer in de geschiedenis is voorgekomen, zullen slecht weinigen hebben kunnen vermoeden.”

Met de naderende deportaties besloot Isko samen met een vriend te vluchten via Spanje naar Engeland, maar ze werden opgepakt in Frankrijk. Omdat niet bekend was dat zij Joods waren, werden ze vrijgelaten en keerden terug naar Nederland. Isko, zijn vrouw Antje, hun kinderen Hans en Klaartje en pleegdochter Hannelore Thal doken op verschillende adressen onder.

Simon en Klaartje werden gedwongen geëvacueerd naar Amsterdam. Eerst in een pension. Simon lag een tijdje in een ziekenhuis. Daarna woonden zij op kamers bij Roos Groenberg, de zus van Simon, in de Eemsstraat 59 I.

Simon Groenberg voor het laatste adres in Amsterdam: Eemsstraat 59 I.

Er is wat post bewaard gebleven uit die tijd.

Schoondochter Antje wilde nog graag een vest voor Klaartje breien. Klaartje schreef haar:

“Nu lieve meid, wat betreft een vest, vind ik heel aardig dat je aan mij denkt, doch ik heb voldoende, brei je er maar een rokje van, is wel leuk. Neen ik doe niets, geen hier in huis breid of naait, ik verveel mij ook nooit, hoewel je de stem van mijn man haast niet hoort, die leest of slaapt”.

Simon kon kleine afstanden lopen, wat volgens de dokter goed was tegen de stijfheid.

Oude buren uit de Vondellaan schreven dat het zo vreemd was om andere klanken te horen nu er nieuwe mensen naast hun wonen.

Simon en Klaartje schreven over familieleden die niet meer in Nederland waren. Steeds meer moesten er vertrekken naar het buitenland.

Goeie vrienden bleven hen bezoeken in Amsterdam.

Klaartje schrijft met Mien, een buurvrouw in de Vondellaan. Ze had haar naaispulletjes aan Mien gegeven toen ze naar Amsterdam moesten vertrekken. Ze schrijft:

“En nu is het ergste, ik heb zo zeer nodig, ben omreden wij ons gereed moeten maken voor mogelijk de zwaarste stap die ons wacht. Garen, naaigerei moet mee, stopgaren enz. Band om ons naam er op te schrijven met merkinkt, om op ons kleren te naaien. En nu heb ik een verzoek Mien ik weet niet of je mij er aan kan helpen, maar dan in een geval maar te sturen uit die naaidoos de inhoud, je weet wel welke ik bedoel, schaar is niet nodig, je stuurt maar ongefrankeerd.”

20 Jan 1943, half drie
“Liefsten Allerliefsten. Lieverds wij zitten in de trein die staat op de Rietlanden en gaan hedenavond acht uur door naar Westerbork. Onverwachts kwam hedenmorgen een auto voorrijden. Mijn man is per brancard erin en eruit gedragen. Wij zijn heel flink en zullen ons lot moedig dragen, als jullie maar beloven ook flink te zijn met de volle overtuigen wij elkander, zo God wil, weder zullen zien. Moed en vertrouwen is ons devies. Leef wel lieverds. Geen angst en zorgen over ons, sterk hoor. Beloof ons dat, dan zijn wij gerust.”

Simon en Klaartje werden samen met de zus van Simon, Roos Groenberg, naar Westerbork gebracht. Daar werden ze op 21 januari 1943 ingeschreven.

5-2-1943
“Lieve schatten, nog even weer een levensteken van ons. Met mijn man Simon gaat het, ligt in het ziekenhuis (barak 83) en is net als altijd goed te spreken, ondanks zijn ziekte. Elke dag van half 5 tot 5 uur ga ik hem bezoeken, mag ook elke avond van 7-8 uur. Met mij hetzelfde. Tante Roos is dinsdag vertrokken, dat zulks erg was begrijpt je, gisteren was ze 77 jaar. Nu lievelingen een hartelijke groet met zoen voor alle, van je steeds in gedachten met meelevende flinke schatten.
Klaartje Groenberg-Joosten, Westerbork Hooghalen, Barak 55" 

9-2-1943
“Tante Klaar en Oom Simon zijn vertrokken.
Kurt Joosten, Barak 62, Kamp Westerbork"

Die dag gingen Simon en Klaartje op transport naar Auschwitz. De reis duurde drie dagen. Simon en Klaartje werden direct na aankomst op 12 februari 1943 vergast in Auschwitz- Birkenau. Simon was 69 jaar en Klaartje was 62 jaar oud.

Van Simon Groenberg zijn 35 familieleden niet teruggekeerd na de oorlog en van Klaartje Joosten kwamen 41 familieleden niet terug.

Hun zoon Isko, zijn vrouw Antje en hun twee kinderen Hans en Klaartje overleefden in de onderduik de oorlog. Hun pleegdochter Hannelore Thal werd helaas gepakt en vermoord op 9 juli 1943 in Sobibor. Zij was 15 jaar oud. Na de oorlog kregen Isko en Antje nog drie kinderen: Anneke en - vandaag aanwezig bij deze steenlegging - Rob en Marleen. 

  

Na-oorlogs fotomapje van drogisterij-fotohandel Groenberg, gerund door Isko en Antje op Sweder van Zuylenweg 14. De drogisterij en fotohandel werd later, tot 2001, voortgezet door hun zoon Rob aan de Amsterdamsestraatweg 524 (‘De Kamil’).

Marleen, die de steentjes voor haar grootouders aanvroeg, geeft bloemen aan de huidige bewoonster van het pand (foto: JT)

  
Hier staan al m'n Nieuws030-artikelen over struikelstenen
Reageren?  terlingenschrijft@kpnmail.nl