Nieuwe struikelstenen in het 'jodenwijkje' van Utrecht
Gepubliceerd: zaterdag 28 maart 2026 23:28
Door Jim Terlingen - Deze zaterdagochtend werden er drie struikelstenen geplaatst voor het adres Justus van Effenstraat 13 in de wijk tussen de Catharijnesingel en het spoor. Bewoners van het pand vroegen de steentjes aan.
Ze zijn voor de in 1939-1940 naar Nederland gevluchte Duitse joden die hier woonden:
- Julius Silberschmidt (1876-1943)
- Adele Silberschmidt-Cohen (1874-1944)
- en hun zoon Ernst Silberschmidt (1906-1944)
Een broer van Ernst, Hermann, overleefde de oorlog. Ook de vrouw waarmee Ernst in april 1940 in Utrecht huwde, Henriette Ilse Sara Isaacson, overleefde. Na de oorlog huwden Hermann en Henriette met elkaar.
Dit blijkt uit het verhaal dat bewoner Wilbert Bitter voorlas:
Het Utrechtse verhaal van de familie Silberschmidt begint bij Hermann Silberschmidt. Hij wordt in 1904 geboren in Bocholt, net over de Duitse grens in de buurt Dinxperlo, waar zijn vader een slagerij heeft en volgt een opleiding als dierenarts. In 1933, als de Hitler aan de macht komt, besluit hij zijn opleiding voort te zetten in Nederland bij de beroemde Veeartsenijschool in Utrecht. Hier is hij een actief lid van de Utrechtse joodse gemeenschap.
In juni 1939, een paar maanden na de kristallnacht, komt zijn broer zoon Ernst met zijn verloofde Ilse ook naar Nederland, al snel gevolgd door vader Julius.
Ze wonen dan op een geven moment samen in het pension Schröder van der Kolkstraat 17. Begin 1940 komt als laatste moeder Adele ook naar Nederland en betrekken ze de woning Justus van Effenstraat 13 bis.
24 april 1940, ruim twee weken voor de oorlog begint trouwen Ernst en Ilse hier in Utrecht.
De ouders Julius en Adele krijgen in september 1942 een oproep om zich te melden in Westerbork. Daar verblijven ze tot april 1943. Via Amsterdam worden ze naar Theresienstadt gedeporteerd. Dat het oudere echtpaar, ze zijn dan bijna 70, niet naar een vernietigingskamp gestuurd wordt, komt omdat Julius in de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger gediend. Julius overlijdt in Theresienstadt op 11 november 1943. Adele sterft bijna een jaar later op 21 augustus 1944.
Ernst en Ilse duiken onder in Utrecht. Zij worden echter op 11 november 1943 opgepakt op hun onderduikadres Berkelstraat. Ernst en Ilse blijven tot maart 1944 in Westerbork. Dan gaan ze op transport naar Auschwitz. Na aankomst wordt beide geselecteerd om te gaan werken in Monowitz; daar staan fabrieken van Krupp en IG Farben. Ernst houdt het niet lang vol, want al op 1 april 1944 overlijdt hij. Ilse overleeft de oorlog in het werkkamp en wordt daarna gerepatrieerd naar Nedrland.
Dan nog de dierenarts Hermann Silberschmidt. Ook hij duikt onder, ook in Utrecht. Zijn laatste onderduikadres is een pension F.C. Dondersstraat. Op 20 maart 1945 wordt hij daar opgepakt. Na verhoor wordt hij opgesloten in de Utrechtse gevangenis Wolvenplein, en enkele dagen daarna overgebracht naar de gevangenis in Amsterdam. Daar wordt hij op 6 mei 1945 vrijgelaten.
Vrij snel na de bevrijding keert hij terug naar Utrecht, daar ontmoet hij zijn schoonzus Ilse. Samen ontdekken ze dat de drie anderen niet zullen terugkeren. Ze wonen in die periode onder andere tijdelijk op de Hartingstraat.
Ze besluiten te emigreren naar de Verenigde Staten. In januari 1948 vertrekken zij met de Nieuw Amsterdam naar New York, waar ze trouwen. Ze overlijden kinderloos in 1988 en 1993, hun levens getekend door de oorlog.
De witte rozen die gelegd zijn, zijn voor de vermoorde mensen. De twee andere voor de overlevenden.
Joodse wijk
De Utrechtse onderzoekers Pieter Akkermans en Victor Frederik zijn al flinke tijd bezig met een onderzoek naar de joodse mensen die in de oorlogsperiode in de buurt achter het voormalige Academisch Ziekenhuis.gewoond hebben (en wat er van hen is geworden).
In een zojuist rondgestuurde nieuwsbrief schrijven de onderzoekers:
In de vijf straten met 180 adressen die we onderzoeken, vonden we tot nog toe ruim 500 joodse bewoners, waarvan ruim 300 die er in de oorlogsjaren woonden. Voor de stad Utrecht, waar maximaal een kleine 2000 joden hebben gewoond, is dat een grote concentratie. De helft van alle woningen heeft een of meerdere joodse bewoners gehad. Maar ook woonden in één op de vijf woningen mensen die gecollaboreerd hebben of daar in ieder geval van verdacht werden. Op 26 adressen vonden we een verzetsverhaal.
De onderzoekers willen komen tot een publicatie:
We staan nu voor de grote opgave hoe we de gevonden informatie op een goede en toegankelijke manier kunnen publiceren. We richten ons in de eerste plaats op een website. We zorgen dat er per adres informatie te vinden is over de vroegere bewoners. Aan de hand van enkele tientallen thema’s willen een bredere context geven.

Zie ook: 3e en 4e struikelsteentje in 'de jodenwijk' van Utrecht (december 2024)