Door Jim Terlingen

Hij is links vooraan te zien op deze afbeelding, die tot één van de 100 iconische Tweede Wereldoorlog-foto’s is gekozen door het Nederlandse publiek. Nummer 61. Sinds maandagochtend staat de selectie van honderd foto's online. Op een andere plek op die mooie site is ook te zien welke 50 Utrechtse foto’s tot de voorselectie hoorden. Drie daarvan zijn er uiteindelijk in de top-100 gekomen.

Maar terug naar de man links vooraan. Peter Thijssen heet hij. Het bijschrift van de foto op de site schiet met betrekking tot deze man helaas tekort:

Alleerst zijn er fouten. ‘P.J.M.’ moet ‘P.I.M.’ zijn en ‘Thissen’ is ’Thijssen’. Slordig en je mag hopen dat het niet in het begeleidende boek is terechtgekomen. (* zie nagekomen bericht, onderaan). Verder is het opvallend dat de lezer moet gissen aan welke kant van Kerlen deze 'P.J.M. Thissen' zit.

Maar belangrijker nog, vind ik, dat voorbij wordt gegaan aan de reputatie van deze man. En dat is een blinde vlek die veel historici hebben. Ze praten elkaar vooral na over Jan Smorenburg, valt me op. Die krijgt ook in de tekst bij de foto (Smorenburg staat links in de achterste rij) weer veel aandacht.

Mijn stelling is: Peter Thijssen was de ergste. Hij was ‘de schrik van Utrecht’. Uit zijn dossier, in te zien bij het Nationaal Archief, blijkt dat zijn arrestaties gepaard gaan met mishandelingen, aanrandingen van (joodse) vrouwen, machtsmisbruik, afpersing, diefstal en dronkenschap. Hij kreeg er in eerste instantie levenslang voor (de eis was doodstraf) en uiteindelijk 21 jaar en 5 maanden.

Zijn rol is tot nu toe amper onderzocht. Hij figureert in het boek Jodenjacht (Van Liempt en Kompagnie, 2013) slechts met twee zinnen: 'De Utrechter Peter Thijssen probeerde het enige tijd op een priesteropleiding, maar zwaaide voortijdig af om in een fotozaak te gaan werken. In de oorlog bleek hij toch de voorkeur te geven aan politiewerk.' Ikzelf onderzocht hem onlangs in de zijlijn van mijn onderzoek voor m'n nog te verschijnen boek over Utrecht in de oorlog. Lees hieronder meer.

Peter Thijssen

Voor de oorlog (wat feitjes)

Peter (Petrus Ignatius Matheus) Thijssen wordt geboren op 1 november 1890 te Vierlingsbeek, een plaats in de gemeente Boxmeer in Noord-Brabant. Hij is het vijfde kind in een rij van negen.

Hij treedt in 1918 in dienst bij de politie van Heerlen en trouwt een jaar later. In 1927 wordt hij in Heerlen ontslagen wegens een zedendelict. Hij verhuist in 1933 van Boxmeer naar Maastricht, waar hij in 1936 van zijn vrouw scheidt. In 1937 vertrekt hij naar Haarlem, waar hij onder andere een sigarenwinkel heeft en een fotozaak.

Hij wordt in 1939 lid van de NSB. In maart 1940 verhuist hij naar Amsterdam, waar hij in het huwelijk treedt met een 25 jaar jongere Hongaarse. Het huwelijk was een ‘moetje’; in dezelfde maand wordt een dochter geboren. (De afgebroken priesteropleiding ben ik niet tegengekomen, maar mogelijk/waarschijnlijk was dat voor 1918.)

April 1942
(en nu leest u een fragment van mijn dit jaar te verschijnen boek)

Op 20 april 1942, drie weken nadat de Utrechtse burgemeester Gerhard ter Pelkwijk door de bezetter is vervangen door de NSB’er Cornelis van Ravenswaay, vindt er een vergelijkbare ommezwaai plaats bij de Utrechtse politie. Hoofdcommissaris Dirk Schuitemaker moet het veld ruimen en NSB’er Willem Fransen neemt zijn plek in.

Wilem Fransen in 1942 (foto: HUA)

Een dag later, op 21 april, richt Fransen de speciale afdeling ‘Centrale Controle’ op, bestaande uit zes politiemannen die lid zijn van de NSB of op zijn minst pro-Duits. Hij maakt dit in de organisatie bekend met een ‘order’. Fransen suggereert daarin dat zij controle gaan uitoefenen over het personeel, maar hun taak wordt het opsporen en arresteren van joodse onderduikers en verzetsmensen, het assisteren van de Sicherheitspolizei bij arrestaties en het begeleiden van transporten naar Nederlandse kampen.

Order 416, 21 april 1942.

Ook korpsen in andere grote steden krijgen dit soort speciale afdelingen. In Amsterdam heet deze ‘Bureau Joodse Zaken’, in Rotterdam ‘Groep X’ en in Den Haag ‘Documentatiedienst’. Ook daar zijn het fanatieke Duitsgezinde agenten die er komen te werken. De Utrechtse afdeling ‘Centrale Controle’ houdt kantoor op kamer 14 in het hoofdbureau van politie aan het Paardenveld. Bijnamen voor deze afdeling zijn al gauw ‘jodenploeg’ en ‘kamer 14’.

Eind 1942, begin 1943 poseert de jodenploeg met de man die op dat moment de hoogste rol heeft binnen de Utrechtse politie. Gerardus Kerlen, midden vooraan, heeft in juli 1942 deze functie overgenomen van Willem Fransen. Zijn aanspreektitel is dan ‘politiepresident’. Links van Kerlen zit Peter Thijssen en rechts Gerrit van Grootheest. Van Grootheest, bij de Amsterdamse politie nog ontslagen wegens herhaald dronkenschap, is op dat moment de directe chef van deze afdeling. Staand van links naar rechts: Jan Smorenburg, Nico de Jong, Wim Arendsen, Kees van Tricht en Jan-Gijsbert van Cleef. De laatste vijf hebben dan net een bevordering gekregen tot brigadier.

Peter Thijssen, die inmiddels met zijn tweede vrouw naar Utrecht is verhuisd (Oudegracht 146 bis), ontpopt zich binnen de jodenploeg als ‘de schrik van Utrecht’. Zijn arrestaties gaan gepaard met mishandelingen, aanrandingen van (joodse) vrouwen, machtsmisbruik, afpersing, diefstal en dronkenschap.

Dit gedrag is zelfs de bezetter een doorn in het oog. Op aanwijzing van de Duitsers wordt Thijssen, die trouwens ook een half jaar korpschef is van de gemeentepolitie in De Bilt, aangepakt. Eind 1943 wordt hij ontslagen (ook Van Grootheest vliegt er op dat moment uit) en wordt hij door de NSB geroyeerd. De Duitsers arresteren Thijssen begin 1944. In maart wordt hij veroordeeld tot een jaar cel, een straf die hij uitzit in een strafkamp in Danzig (het huidige Poolse Gdansk).

Op 9 mei 1945 wordt Thijssen gearresteerd. In juli 1946 krijgt Thijssen vanwege zijn daden in Nederland levenslang (de eis was: doodstraf). Hij wordt tijdens de rechtszaak voor het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam, die zitting houdt in Utrecht, door de aanklagers ‘een immoreel persoon’ genoemd. En men noemt hem ‘op zedelijk gebied onbetrouwbaar’. Ter verdediging van de verdachte wordt een rapport van een specialist in zenuw- en zielsziekten ingebracht, dr. Tans, waarin staat dat Thijssen verminderd toerekeningsvatbaar is. Dit rapport wordt door de president van de rechtbank, mr. De Boer, terzijde geschoven.

Utrechts Nieuwsblad, 13 juni 1946

Het hoger beroep, een jaar later, wordt verworpen. In 1948 wordt een gratieverzoek afgewezen. Tien jaar later, in 1958, wordt het levenslang op grond van het specialistische rapport alsnog omgezet in 21 jaar en 5 maanden. Wegens goed gedrag mag hij een jaar later de Bredase gevangenis verlaten.

Peter Thijssen leeft dan nog twintig jaar in vrijheid. In 1979 sterft hij op zijn 89e in Maastricht. Hij ligt in een graf samen met een zus van hem op de Tongerseweg aldaar. 

Nieuwsblad van het Noorden, 9 september 1959

* Nagekomen bericht, 5 mei 2020:
In het boek staat gelukkig de achternaam 'Thijssen' goed geschreven. Fijn. Zijn initialen helaas niet: er staat P.J.M. De website blijkt overigens vandaag aangepast. Daar staat nu ook 'Thijssen'. Goed zo. Helaas hecht men daarop nog wel aan het foutieve P.J.M. En dat is toch vreemd. Ik zou zeggen: bekijk de drie plaatjes hierboven of Google anders even.

* Nagekomen bericht, 9 mei 2020:
De site is nu ook op het tweede punt aangepast. P.I.M. staat er nu. Mooi. Ik heb de tips graag gegeven. Vraag: gaat het ook in latere drukken van het boek meegenomen worden? En tot slot, maar misschien overspeel ik mijn hand, ik heb nog een tip: de rol van Thijssen kan natuurlijk op de site en in een latere druk van het boek nog toegevoegd worden.

      

Reageren? terlingenschrijft@kpnmail.nl
Zie ook: www.jimterlingen.nl