Oud-Elinkwijker Wim de Jongh is op 94-jarige leeftijd overleden. Een memorabele leeftijd van deze memorabele voetballer, die vrijwel zijn hele loopbaan bij Elinkwijk speelde en bij deze club erelid was, samen met o.a. Michel Kruin en Humphrey Mijnals. 

Wim de Jongh woonde vrijwel zijn hele leven in Nieuwegein, waar hij ook is overleden. Als eerbetoon dit artikel van Ton de Ruiter.

    

Wim de Jongh en het kunstje van Henk Schouten 

De Volewijckers heeft in het seizoen 1955 – 1956 verreweg de zwakste defensie. De verdediging van de arbeidersclub uit Amsterdam-Noord incasseert 126 tegentreffers in 34 wedstrijden. Van een offday kun je dus eigenlijk niet spreken als Feyenoord op 2 april 1956 in de Kuip de dubbele cijfers op het scorebord schiet. Het wordt 11-4 en Henk Schouten maakt negen doelpunten. Een record in het Nederlandse betaalde voetbal dat nooit meer wordt verbeterd.

 Die zondagavond smaken de aardappels Wim de Jongh niet. De aanvalsleider van Elinkwijk voert de lijst van topscorers aan met Coen Dillen van PSV en Dirk Lammers van DOS als naaste belagers. De dag dat de Feyenoorder uit zijn slof schiet maakt hij één doelpuntje tegen MVV. Wim de Jongh debuteert vijf dagen later in het Nederlands B-elftal tegen België. De negenklapper van Schouten is hij nog niet te boven. De Belgische verdediger Roland Storme heeft hem in de achterzak, het blijft 0-0 en een tweede kans krijgt de Elinkwijker niet meer. Henk Schouten wordt gekroond tot schutter van het jaar met 35 treffers, Coen Dillen eindigt op 34, Wim de Jongh op 32 en Dirk Lammers en Ton van der Linden sluiten het seizoen af met 30 doelpunten.

Wim de Jongh (07-01-1928) is middenvoor in een aanval met Eef Westers en Jan Huntink op de vleugels en Jan Vonk en Jan Klein als binnenspelers. Lees je de verslagen in het kampioensjaar 1955 – 1956 na dan kom je de zin ‘Wim de Jongh is er als de kippen bij’ meerdere keren tegen. Een aanvaller met een neus voor de juiste plek. In ‘Rondom Voetbal’ zegt hij later als regelmatige bezoeker van stadion Galgenwaard: ,,In Dirk Kuijt zag ik iets van mezelf. Als ik dacht: daar moet je staan Dirk, dan was hij daar ook. Je moet er feeling voor hebben.’’

En dat gevoel heeft de in Zuilen opgegroeide voetballer. De 32 treffers in het kampioensjaar zijn een uitschieter, maar goed voor een doelpunt of 15 per seizoen is hij altijd wel. Wim de Jongh – middelste in een gezin van zeven - speelt in het elftal van Elinkwijk dat in 1951 naar de eerste klasse promoveert. In 1954 maakt hij de gewaagde overstap naar de profclub Utrecht. ,,Ik was natuurlijk bang voor de gevolgen, op een langdurige schorsing zat ik niet te wachten. Maar ik voelde dat de KNVB het betaalde voetbal niet kon tegenhouden. Spijt heb ik nooit gekregen, een onvergetelijke periode met al dat publiek langs de lijn en de geestdriftige reacties op straat. Je voelde dat de bond de slag zou verliezen.’’

De profclub Utrecht moet fuseren met Elinkwijk. Voor DOS-international Louis van den Bogert is het gevolg dat hij plots in een blauw-wit shirt speelt, voor Wim de Jongh is het een terugkeer op het oude nest. In het jaar dat Zuilen wordt ingelijfd bij de stad plaatst de club zich voor de hoofdklasse. Het wordt een succesjaar. De schutter vertelt: ,,De basispremie voor een gewonnen wedstrijd bedroeg 40 gulden. De premie liep telkens op bij een overwinning. Op de dag voor Sinterklaas moesten we naar Alkmaar’54. Die dag konden we 120 gulden verdienen. De Telegraaf had berekend dat we per uur meer uitbetaald zouden krijgen dan een chirurg. We verloren met 2-0. In plaats van 120 gulden de man kregen we een tientje.’’ Sinterklaas biedt de Utrechters wel een kaasje aan, een schrale troost.

De rol van De Jongh in de geoliede Elinkwijk-machine is groot. Vooral in thuiswedstrijden maakt hij doelpunten aan de lopende band. In de kampioenscompetitie staat hij met lege handen tegen NAC, Sparta en Rapid JC. De mindere vorm van de schutter is een voorname reden dat de landstitel wordt gemist. In de laatste wedstrijd van het extraatje scoort hij driemaal, maar dan is de strijd als gestreden. 

Elinkwijk plaatst zich wel voor de eredivisie. Zo productief als Coen Dillen (43 goals in het seizoen 1956-1957) is de Elinkwijk-spits niet meer. Een zware knieblessure opgelopen in een duel met Feyenoord houdt hem acht maanden aan de kant. Bij Elinkwijk is zijn rol eind jaren vijftig uitgespeeld. De Utrechter bouwt af bij Vitesse in de eerste divisie en traint later de amateurclubs Nijenrodes, Elinkwijk, Geinoord, EDO, OSM, Musketiers en Minerva.