Door Frank Slijper - FC Utrecht-trainer Anthony Correia wist vorig seizoen met het gepromoveerde Telstar twee keer van landkampioen PSV te winnen. Een topprestatie. Een enkele herhaling met zijn nieuwe ploeg bleef echter uit. PSV stuurde FC Utrecht van het kastje naar de muur en won in Galgenwaard met 6-1. 

En dat gaf de krachtsverhoudingen redelijk weer. Redelijk, want FC Utrecht had op een grotere nederlaag getrakteerd kunnen worden. Geitenkaas noemde Johan Cruijff het ooit, waar hij gatenkaas bedoelde om een verdediging te typeren die heel veel ruimte weggaf. 

Doelpogingen PSV 30, doelpogingen FC Utrecht 1 (30-1!) Aantal hoekschoppen PSV 18, aantal hoekschoppen FC Utrecht 0. Nog een keer: FC Utrecht kreeg slechts één kans (en die was raak) en geen enkele hoekschop in de gehele wedstrijd. 

Vooraf liet Correia aan RTV Utrecht weten dat zijn team PSV vanaf de eerste minuut bij de strot moest grijpen. “En dan zien we wel hoe lang we dat volhouden.” Dat bleek nog geen tien minuten, daarna was het klaar en gooide FC Utrecht de hekken van de speeltuin wagenwijd open voor PSV. Zelden zo’n machteloos FC Utrecht gezien.

Bij de zoektocht naar een nieuwe trainer heeft Vak P de directie van FC Utrecht dit voorjaar een kandidatenlijstje aangereikt. Daarop stond Anthony Correia hoog genoteerd. Het heeft geen pas om - nu het slecht gaat met onze FC - deze beste man tot zijn veters af te fikken.

We reiken daarom graag de helpende hand. Het AVP (Adviesorgaan Vak P) geeft de volgende welgemeende en kosteloze adviezen om FC Utrecht er weer bovenop te helpen:

  1. Per direct ophouden met die rare fratsen bij doeltrappen. Er lijkt een idee achter te zitten, maar de uitvoering is steeds belabberd. Buurman Ad (de statisticus in Vak P) telde achttien spelhervattingen van Barkas. Daarvan slechts drie keer met een voortzetting van balbezit op de helft van de tegenstander. Vijftien keer balverlies dus.
      
  2. Gebruik Barkas in zijn kracht. Hij heeft een prima reflex, is goed in een-tegen-een situaties, heerst in de lucht en op de lijn. Probeer geen meevoetballende keeper van hem te maken. Nergens voor nodig.
     
  3. Bedenk dat een eerste helft minimaal 45 en geen 44 minuten duurt. Dat scheelt wekelijks een tegendoelpunt. En een mentale dreun voor de pauze.

  4. Speel een systeem dat bij de beschikbare spelers past. Er wordt krampachtig vastgehouden aan een 3-5-2 systeem omdat onze trainer daar heilig in gelooft. Tien weken geleden begon FC Utrecht aan het nieuwe seizoen, de tijd van inslijpen van een ander systeem is inmiddels wel achter de rug. We zien geen enkele verbetering in dit ‘proces’. Back to the basic.

  5. Besef dat het geduld van een FC Utrecht-supporter een houdbaarheidstermijn heeft. De komende twee wedstrijden (Go Ahead thuis en Excelsior uit) moeten zes punten opleveren anders komt zelfs Vak P (Pensionado’s) in opstand. En als deze Grijze Wolven hun tanden laten zien, kan er zomaar een aantal rollators over de gracht het veld op worden gesmeten. Opstand, stadionverboden: voor niemand leuk.

Nee, het valt momenteel niet mee FC Utrecht-supporter te zijn. En dus hoorden we de zalvende en pastorale woorden van achterbuurman Hans weer op de tribune: “We zullen geen kampioen worden en degraderen doen we ook niet.”

De bejaarden in Vak P houden zich daarnaast vast aan een zestig jaar oude Lennaert Nijgh-vertaling van een Bob Dylan-song: ‘Er komen andere tijden.’ Betere, hopen we. 
  

Frank Slijper