Door Wout Slijper - Zie de kop. Een uitspraak van Frank Snoeks van een jaar of tien geleden. Voor alle duidelijkheid: uitgesproken over een andere eredivisieclub. De beste man was gisteren de commentator van dienst voor Studio Sport. Hij had de uitspraak weer kunnen gebruiken, maar deed dat niet.

De Nederlandse sportverslaggeving is de afgelopen 60, 70 jaar verrijkt met een bonte verzameling van uitspraken en quotes, waarvan er een aantal in ons collectieve geheugen is opgeslagen, met Zijn we er toch ingetuind? (Herman Kuiphof - 1974) als onbetwiste nummer één.

Misschien dat ik er bij het schrijven van deze column nog wel een paar vind. Ik denk het wel. “Zal ik de column Vak P voor volgende week voor mijn rekening nemen?” vraag ik aan mijn broer Frank als wij vorige week zondagmiddag zwaar teleurgesteld de trappen van Vak P afdalen. Hij heeft voor de column tegen PSV al wat voorwerk verricht en ik wil niet, dat dat voor niets is geweest. Bovendien: na zo’n oorwassing laat ik het perfectioneren van die column graag nog aan hem over.

Maar de interlandbreak van over een paar weken is voor Frank toch iets te lang wachten, schat ik in. Columnist van Vak P ben je (in deze tijden) ook niet voor je plezier. Als kop boven de column van vorige week kan je moeiteloos de woorden van Bob Spaak uit 1965 zetten: Jongens, jongens, dit kan toch niet! Dit kan toch niet! Wat een afschuwelijke vertoning. Ik ga mijn broer niet beïnvloeden.

“Heb je een historisch aanknopingspunt voor de wedstrijd volgende week?” vraagt hij zich af. “Hans Visser,” antwoord ik zonder aarzeling. 9 april 1996: FC Utrecht staat na 29 wedstrijden stijf onderaan met 5 punten achterstand op nummer 16 en 17 (NEC en Go Ahead Eagles). Die laatste club heeft bovendien nog een wedstijd minder gespeeld wanneer het op genoemde datum te gast is in Galgenwaard.

In de 94e (!) minuut jaagt Hans Visser de bal uit een vrije trap in de bovenhoek. Geloof het of niet: het is 1-0. Echt waar, roept Arno Vermeulen tijdens zijn commentaar. Onze FC zet daarna een eindsprint in en op de laatste competitiedag schiet diezelfde Hans Visser FC Utrecht naar winst in het oude Diekmanstadion tegen FC Twente. Hierdoor wordt zelfs de nacompetitie voor promotie/degradatie ontlopen.

Klik erop voor een vergroting

Heden ten dage is de situatie redelijk vergelijkbaar: bijna onderaan met slechts 1 schamel puntje. Niet zo nijpend als 30 jaar geleden, er zijn immers nog 30 wedstrijden te gaan. Parijs is nog ver, zouden de woorden van Joop Zoetemelk kunnen zijn. Maar toch… Het vertoonde spel biedt weinig aanknopingspunten om vol vertrouwen de tribune in vak P te bestijgen. Tel daarbij op het grote aantal blessures van potentiële (zo niet: zekere) basisspelers en het negatieve sentiment dat alles met zich meebrengt.

Kees Jansma heeft afgelopen week in Een Berg Sport verteld, dat we de komende jaren rekening moeten houden met een plek in het rechterrijtje. Bovenin dan wel, mag ik hopen. Misschien bieden de nieuwe aankopen in de verdediging op korte termijn al wat soelaas. Misschien valt het dubbeltje een keer onze kant op. Misschien …. . We beginnen in ieder geval met 0-0.

En zowaar: er is afgestapt van het stroef lopende 5-3-2 of 3-5-2 systeem en we starten met 4-4-3. De Cypriotische aanwinst Panayiotous speelt niet spectaculair, eerder sober en risicoloos, maar maakt weinig tot geen fouten. Dat is tegenwoordig voldoende om door de kenners in Vak P als aanwinst te worden gekwalificeerd.

De thuisclub heeft de eerste helft meer balbezit op de helft van de tegenstander dan in de vorige vier wedstrijden bij elkaar, al worden de kansen nou niet bepaald aan elkaar gerijgd. De 0-1 (Wat een juweel van een doelpunt!, Herman Kuiphof - 1974) komt toch wel enigszins uit de lucht vallen. Maar achterin wordt verder weinig weggegeven. Er heerst in Vak P een bedrukte tevredenheid in de rust.

De mannen van Correia komen prima uit de kleedkamer. Na een uitstekende aanval rolt een inzet van Adrian Blake enkele centimeters naast het doel. (Gaat zo’n bal erin, dan is het een goal, Hugo Walker - 19??. Ja, leest u die nog maar een keer na.) Geen 1-1 en het dubbeltje valt dus (?) weer de verkeerde kant op: twee keer met de ogen knipperen en het staat 0-3. Het voordeel, dat Panayiotou dezelfde taal spreekt als Barkas betaalt zich bij de 0-2 nog niet echt uit en dat hij een andere (voetbal-)taal spreekt dan zijn mede-verdedigers wordt bij de 0-3 ook duidelijk.

Aan wat er vervolgens voor en na de 1-3 van Dani de Witt gebeurt (Een lucky, maar wat geeft het, Eddy Poelman – 1988) maak ik geen woorden vuil. (Het degradatie-spook waart rond in De Galgenwaard, vind ik te makkelijk.) Behalve dan, dat er met het nieuwe statiegeld-systeem op iedere beker een QR-code staat. De koper van die beker kan dus worden achterhaald en met het daarbij geregistreerde rekeningnummer kan in theorie dus ook een boete worden geïnd. In theorie, want met onze dichtgetimmerde privacyregels in Nederland zal dat juridisch wel weer niet mogelijk zijn. Ruim 20.000 FC Utrecht-supporters zijn gedupeerd. FC Utrecht-supporter ben je niet…

Een groot deel van die 20.000 heeft de mededeling, dat de wedstrijd definitief is gestaakt niet meer gehoord en is al huiswaarts gekeerd. Daaronder ook enkele diehards uit Vak P. Daardoor kan ik file-loos uit de garage rijden en ben in een mum van tijd thuis. Elk nadeel hep z’n voordeel (J.H. Cruijff).

Theo Reitsma’s uitspraak Ja, dit is een goed stel hoor! (1988) kan voorlopig nog op de plank blijven liggen. We moeten als FC Utrecht-supporter voorlopig maar hopen, dat in het DNA van onze club dat ene gen door voorvader DOS is doorgegeven: “DOS kan niets, zelfs niet degraderen.”
    

Wout Slijper