Raymond Taams - Machines lijken steeds meer op mensen denk aan van die Chinese vechtrobots, en tegelijkertijd wordt de mens langzaam een machine, geestelijk bestuurd door algoritmes van de smartphone die hij constant voor zijn snufferd houdt.

Gelukkig zijn er ook nog toevallige menselijke ontmoetingen op straat, van zo’n ontmoeting uit mijn eigen leven doe ik verslag in mijn veertigste Door Een Mens Geschreven Stuk Tekst.

Donderdagmiddag stopte plotseling een fietser achter mij toen ik langs het water over de Kanaalweg liep. “Het is vast weer zo’n passief-agressieve kutbejaarde die doet alsof hij bovenop mij botst omdat ik op het fietspad loop”, flitste het in minder dan een seconde door mijn hoofd.

Merkwaardig, want probeer de zin ‘Het is vast weer zo’n passief-agressieve kutbejaarde die doet alsof hij bovenop mij botst omdat ik op het fietspad loop’ maar eens in een seconde uit te spreken.

In plaats van een verongelijkte, fietshelmdragende grijsaard was het gewoon de lieve kunstenares H. die afstapte om mij gedag te zeggen. We praatten even gezellig over mijn relatiebreuk, “ja”, profeteerde ik, “het wordt een warme maar donkere zomer, en als we dan straks denken: ‘verdorie, het najaar staat voor de deur met regen en kou, juist dan zullen onze kansen keren, zodat we met kerst extatisch zijn.”

“Kijk, wat een mooie golfslag, sorry ik ben afgeleid”, wees kunstenares H. naar de door een voorbijvarende boot veroorzaakte deining in het kanaal.” “Geeft niet”, reageerde ik, “Ik stond maar een beetje de toekomst te voorspellen om een gevoel van grip op mijn leven te krijgen in deze voor mij onduidelijke tijd.”

Ik zal u niet lastigvallen met de ditjes en datjes die H. en ik vervolgens uitwisselden lieve lezer, het enige waar ik u op wilde wijzen zijn de algoritmes van God, jawel, de Heer, welke uiteindelijk verfijnder zijn dan de door mensen gefabriceerde informatietechnologieën.