Door Jim Terlingen - Vanmiddag werd direct na afloop van een struikelsteenplaatsing op de Kastanjestraat in buurtcentrum De Speler de eerste Utrechtse herdenking gehouden van de CPN-Aktion, die de nazi's in juni 1941 uitvoerden. Deze herdenking duurde een uur. Van meerdere Utrechtse slachtoffers waren familieleden aanwezig.

Nazi-Duitsland was op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnengevallen. In bezet Nederland maar ook in België werden communisten en vermeende sympathisanten met de Sovjet-Unie opgepakt.

85 jaar geleden, in de nacht en vroege ochtend van 24 op 25 juni 1941, werden in Utrecht 25 mannen en één vrouw gearresteerd. Landelijk volgden vanaf die nacht ongeveer 600 arrestaties in wat later bekend werd als de CPN-Aktion (genoemd naar de Communistische Partij van Nederland).

Velen kwamen niet terug. Van de 26 opgepakte Utrechters overleefden 17 de ontberingen in de Duitse kampen niet.

Kleinzoon Daan van één van de zeventien, Daniël van Beek, hield een toespraak, die we onderaan dit artikel mogen plaatsen. En helemaal onderaan een video met een vertolking tijdens de herdenking van het lied 'Die Moorsoldaten'.

'Die Moorsoldaten' (ook bekend als 'Börgermoorlied') is bijzonder omdat het in 1933 werd geschreven en uitgevoerd door gevangenen van het concentratiekamp Börgermoor, en daardoor een uniek getuigenis is van menselijke waardigheid en verzet onder extreme onderdrukking.

Het lied verspreidde zich na de oorlog over heel Europa en werd omgevormd tot een internationaal symbool van vrijheidsstrijd, opgepikt door onder anderen verzetsbewegingen en artiesten.

Struikelsteenplaatsing
Voor Daniël van Beek, en voor zijn vrouw - die later werd gearresteerd en de ontberingen in Duitse kampen wel overleefde - werden eerder struikelstenen geplaatst.

Na de plaatsing. Foto: JT

Daniël van Beek (1888-1942) en Barbera van Beek-van Veenendaal (1894-1976) woonden op de Cypresstraat op nummer 3, een straat die tegenwoordig niet meer bestaat.

De steentjes werden geplaatst op het stoepje bij het plantsoen voor Kastanjestraat 6. Dat is de plek waar hun huis stond.

Met deze oude kaart is de plek van de struikelsteentjes bepaald

Daniël, Barbera en hun kinderen Beb en Daan in de achtertuin van hun huis aan de Cypresstraat 3. Foto
uit ongeveer 1925/26 toen ze er net waren komen wonen.

Er waren vanmiddag veel familieleden aanwezig, waaronder vier kleinkinderen. De oudste van de vier is acteur Carol Linssen, de man met de hoed. De Daan aan de linkerkant is er eentje van de volgende generatie.

Van l.n.r. Daan van Beek, Joop van Beek, Hanneke Linssen, Carol Linssen en Daan van Beek. Foto: JTHier de toespraak van kleinzoon Daan van Beek:

We hebben zojuist struikelstenen gelegd voor Kastanjestraat 6. Die straat bestaat pas 15 jaar. Waar nu de huizen staan was vroeger de Cypresstraat. Mijn grootouders woonden in Cypresstraat 3. Hun struikelstenen liggen waar vroeger hun tuin was.

In mijn verhaal gaan we terug naar dinsdag 24 juni 1941, 85 jaar geleden. Nederland is dan ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. Mijn opa Daniël van Beek is rond deze tijd als betonvlechter aan het werk op een bouwplaats. Hij is jarig vandaag. 53 alweer. 

Straks gaat hij naar huis. De familie is niet zo van het uiterlijk vertoon maar misschien probeerde zijn vrouw Barbera het toch een beetje feestelijk te laten zijn. Hun dochter Beb en haar man Bart en hun 6 maanden oude zoontje Carol komen langs om hem te feliciteren. Misschien komen zijn broers Jan en Nol en zus Dien vanavond nog. Voor zijn moeder is het op haar leeftijd – ze is al 87 – niet te doen om vanaf de Eikenboomstraat naar hier te komen.

Ook zoon Daan, mijn vader, komt na zijn werk als timmerman naar huis. Daan voetbalt bij DOS in het eerste elftal. Hij hoeft niet te trainen vanavond.  

Ze zijn blij om bij elkaar te zijn, maar echt feest wordt het niet. De politieke situatie is er niet naar. Twee dagen eerder is Duitsland de Sovjet-Unie binnengevallen, ondanks het niet-aanvalsverdrag dat de beide landen twee jaar eerder met elkaar sloten. De inval –vrezen ze – zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben voor de communisten in Nederland. 

Daniël was voor de oorlog penningmeester van de afdeling Utrecht van de communistische partij van Nederland, de CPN, en bestuurslid van de Utrechtse afdeling van een culturele organisatie, de VVSU, de Vrienden van de Sovjet-Unie. Actief wil hij de situatie van de arbeiders verbeteren. Zorgen dat ze beter betaald worden en betere werkomstandigheden krijgen.  

De verjaardag loopt ten einde. Dochter Beb met Carol zijn al lang terug naar hun eigen huis. Zoon Daan woont thuis. Ondanks de zorgen is het fijn, zo met de familie bij elkaar. Een doodgewone gelukkige familie, net zoals er hier rond dit plantsoen vele zijn.

Doodgewoon, maar ook een beetje anders.

Vanaf september 1940 maakt Daniël deel uit van een verzetsgroep gevormd door Jan Hendrik Pijper. Ze hebben tot taak het blad De Vonk te verspreiden en manifesten tegen de bezetter. 

In maart werd Pijper gearresteerd in verband met de februaristaking in Utrecht. Daniël werd gewaarschuwd en dook uit voorzorg onder. Maar hij is nog altijd actief met verzetswerk. Pijper werd enkele weken later weer vrijgelaten maar besloot (net als Daniël) om niet meer thuis te slapen.

De komende nacht blijft Daniël vanwege zijn verjaardag toch hier op Cypresstraat 3 slapen. En juist die nacht van 24 op 25 juni start een grote arrestatiegolf.

Onder de noemer CPN-Aktion pakt de Duitse bezetter communisten op. De Nederlandse politie verricht in opdracht van de Duitse Sicherheitspolizei de arrestaties met behulp van lijsten en informatie van de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst. 

Nederland hield al voor de oorlog linkse mensen goed in de gaten en deelde die informatie met de Duitse geheime politie, de Gestapo.  

De opgepakten bij de CPN-Aktion zijn een bont gezelschap van communisten, ex-communisten, RSAP'ers, SDAP' ers, NAS'ers, anarchisten en Russische staatsburgers die hier in Nederland verblijven. 

Het totaal aantal arrestanten van de CPN-Aktion zou oplopen naar ongeveer 650 waarvan er binnen enkele maanden zo’n 200 vrijkwamen. 

In zijn boek ‘Het Telegram’ onthult schrijver Rien Dijkstra de namen van de 26 gearresteerden uit Utrecht. De namen worden genoemd in een telegram dat de leider van de Sicherheitsdienst in Utrecht, Hugo Max Matzker, twee maanden na het begin van de arrestatiegolf, stuurt naar de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst Wilhelm Harster in Den Haag. Opa is één van die 26 op de lijst.

Fragment van het beruchte telegram.

‘s Ochtends 25 juni 1941 staat de politie hier op de stoep. Zoon Daan – dan 23 jaar oud – doet open. “Daniël van Beek?” “Ja.” “Meekomen.” Als ze hem willen meenemen komt zijn vader naar voren en zegt: „Jullie moeten mij hebben”.  

De arrestatie is het begin van de moeilijkste periode in zijn leven. De bezetter gaat meedogenloos om met communisten. Rechercheur bij de Utrechtse politie Van Cleef, die om de hoek woont op Thorbeckelaan 75, verricht de arrestatie. 

Hij zal verhoord zijn. Medearrestant en actief CPN-er Wim de Mol vertelt iets over zijn arrestatie in een uit gevangenschap gesmokkelde brief. De Mol schrijft: „… na onze arrestatie kreeg ik als eerste bij de Gestapo een slag in m’n gezicht. … en na m’n verhoor, kreeg ik nog eens een slag in m’n smoel ‘om te voelen dat ik maar een stuk stront was!”.  

Waarschijnlijk heeft Daniël vol kunnen houden dat hij vroeger alleen actief was in de inmiddels verboden CPN. Dat lijkt het geval omdat hij met zijn medearrestanten in kamp Schoorl terechtkwam en niet werd veroordeeld wegens verzetsactiviteiten.  

Op 16 juli 1941 schrijft Van Beek vanuit Polizeiliches Durgangslager Schoorl de eerste briefkaart naar huis die bewaard is. Uit de inhoud kun je opmaken dat hij al een eerdere brief heeft geschreven. Hij heeft nummer 312 en zit in barak 6B. Hij stuurt iedere week een briefkaart. Negen zijn er bewaard gebleven.  

'Beste beiden', schrijft hij in die eerste briefkaart. 'Het is weer woensdag en we mogen weer schrijven, ik ben nog gezond en jullie ook gelukkig. Het pakje heb ik ontvangen, en wat fijn was het, de beker is in stukken aangekomen, wanneer je weer een pakje maakt Bertha, zie dan een kartonnen doosje te krijgen, er mogen geen brieven meer in gedaan worden, dat is verboden. De foto’s waren fijn, ik ben er wat blij mee. Als ik bij mijn krib kom is het leuk ze te zien, dan is het of ik weer thuis ben, maar niet zo sentimenteel, de koppen op…. De dagen duren wel wat lang. ‘s-Morgens om 7 uur opstaan tot 10 uur ‘s-avonds en maar lopen, op onze blote voeten, eerst in mijn onderbroek en nu, fijn, in het badpak, dat wordt niet zo gauw vuil, maar hier is het gauw fris ook, verschenen nacht was het weer koud. Ik ben blij te vernemen dat Carol zo’n leuke baas wordt, daar zal je heel je zinnen wat mee verzetten is ‘t niet, ik ben blij dat alles goed gaat met hun, en groet Beb en Bart van mij en een pakkerd voor Carol, o nee dat is niet geoorloofd. Oh ja Bertha mijn zeep is bijna op kun je nog een stukje missen, hoe is het met Danie afgelopen, als je weer een pakje maakt doe dan mijn bril erin, ik moet geregeld lenen…  Ga maar veel de straat op en naar buiten en groet al de buren en bekenden, moeder niet te vergeten, en in Zeist ook, nu hebben jullie weer wat gehoord en ik hoop van jullie ook weer wat te vernemen, tot kijk daaaaag.'

Ik ken mijn opa niet maar leer hem in deze negen berichten een beetje kennen. Praktisch: …wanneer je weer een pakje maakt Bertha, zie dan een kartonnen doos te krijgen… Een doorzetter: …niet zo sentimenteel, de koppen op… Maar ook onderdrukt gevoelig: gezien de pakkerd voor Carol die eigenlijk niet geoorloofd is.

6 september, verschijnt de bekendmaking in de pers dat op alle communistische activiteit de doodstraf staat. De omstandigheden in Kamp Schoorl worden slechter. De kans om te overleven wordt heel klein. 

24 oktober gaat Daniël met de laatste groep naar Kamp Amersfoort. Hij zal er krap vier weken blijven.  

19 november 1941 komt Daniël samen met 13 andere gearresteerden van de groep van 26 Utrechters in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht.

Hij zal twee barre wintermaanden en één week het onmenselijke kampregime volhouden. Dan bezwijkt mijn opa, volgens de kampadministratie, aan vlektyphus. Zeven maanden na zijn arrestatie op 28 januari 1942. 

Van de 26 opgepakte Utrechters overleefden 17 de ontberingen in de Duitse kampen niet.

Zijn vrouw Barbera, mijn oma, gaat na de arrestatie van haar man onverdroten voort met ondergrondse activiteiten.

Barbera is voor de oorlog in 1925 al door de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst gespot als penningmeesteresse van de Socialistische zangvereniging Ontwaakt. In 1939 is ze volgens die dienst – net als haar man – bestuurslid en propagandiste voor de VVSU, de Vrienden van de Sovjet-Unie. De Centrale Inlichtingendienst hield de communisten goed in de gaten. 

Nederlandse communisten verzetten zich voor de oorlog tegen het beleid van de toenmalige confessionele regeringen. Ze keurden het koloniale beleid af. Ze staakten voor betere arbeidsomstandigheden. 

Ook ondermijnde de CPN het gevoerde vluchtelingenbeleid.

Vanwege het fascisme vluchtten al vanaf 1933 veel mensen weg uit Duitsland die daar hun leven niet zeker waren. 

Net zoals Nederland nu zijn best doet om vluchtelingen buiten de grenzen te houden werden toen vluchtende Joodse en politieke vluchtelingen niet toegelaten. Als het even kon werden ze opgepakt en terug naar Duitsland gestuurd waar ze een sombere of beter gezegd geen toekomst wachtte. De vluchtelingen kregen steun uit linkse hoek (de zogenaamde Rode Hulp) en werden de grens over gesmokkeld. 

Martine vertelde het al in haar verhaal en net als haar grootouders nam het gezin Van Beek in hun kleine huisje regelmatig vluchtelingen op.

Nu Duitsland Nederland bezet zijn veel actieve CPN'ers als vanzelf in verzet tegen de Duitsers gekomen. 

Barbera zal na de oorlog over het verzetswerk verklaren: “... Zorgde voor jodenhulp, krantjes bezorgen. Mijn man had in huis het stencilwerk voor verschillende illegale blaadjes. Is daarop gepakt en in een Duits concentratiekamp overleden. Toen heb ik zijn werk voortgezet en ben 8 maanden na mijn mans dood gearresteerd...”

Uit deze verklaring van Barbera blijkt dat de familie dacht dat Daniël was opgepakt ivm zijn verzetsactiviteiten. Wij weten nu dat de CPN-Aktion de reden was.

Barbera werd 14 december 1942 gearresteerd en naar het Huis van Bewaring II aan de Amstelveenseweg in Amsterdam gebracht. Ze wordt gearresteerd voor: “het werken met steunlijsten voor de vrouwen wier mannen in concentratiekampen vertoefden” en veroordeeld tot anderhalf jaar cel.

15 juni 1943 wordt Barbera overgebracht naar Kamp Vught, ze krijgt nummer 117 en gaat naar barak 23. In het kamp is een werkplaats van Philips waar Barbera moet werken op de afdeling Handdynamo’s de zogenaamde Knijpkatten. 

Hoe anders dan mijn opa schrijft mijn oma haar brieven. Geen punten, geen hoofdletters. Ik citeer:

Mijn lieve schatten wat ben ik in mijn knollentuin. Twee brieven bijna tegelijk ontvangen heerlijk dat er van alles wat in stond. Ik kom juist van een intiem sint Nicolaasavond af, onder elkaar, heel leuk, hier zit van alles, verschillende sterren, een fijn gedicht hebben ze voor mij gemaakt en ik moest voor de hele zaal voorlezen naast sint en pieterman, over het werk wat ik verricht…

Ze noemen mij de häftling moeder lieve Beb ik heb op mijn verjaardag een heerlijk pak ontvangen met fijne koekjes erin. Bedank de hele fam Linssen voor hun heerlijke gift. Iedere week ontvang ik een pakje vrijdags ook wel een zaterdags van tante Cor een fijn pak uit Rotterdam, toen weer van Jan en nu een heerlijk pak van Nelly. Bedank ze voor mij en zendt ze een pakkerd, ook aan Beb, Piet en de kinderen… Neem gerust maar wat broeken van vader. Oude achter het gordijn. Kleed de kinderen warm, laat Danie dat blauwe pak dragen waar hij mee danste, dan kan Bart dat van vader nemen, je weet dat streepje. 

Ik hoop dat je nog niet naar Rotterdam gaat wonen dan is mijn jongen alleen (ze heeft het over haar zoon: mijn vader)… ‘t is voor Bart een hele opoffering maar dat wil hij voor mij nog wel doen, hè Bart, houd je goed jongen ik doe het ook. Ik ontvang zoveel liefde hier. Dag lieve meid en Bart en heerlijke Carol en Daniel. Pak ze stevig van mij. Ik kan Carol zo voor mij halen. Zou hij mij nog kennen? … Dag schat, lieve Daan nu iets voor jou. Fijn dat jij nog wat schreef dat doet mij erg goed... Stook de kachel maar flink, hij kan best een hele week aan blijven als Beb hem dan ’s-avonds even vult en afsluit. De kolen niet laten verlopen. Groet alle sportvrienden niet een uitgezonderd. Groet de familie Maalsté, groet Opoe, Opa en de hele familie. Allen moed houden dag lieve jongen tot spoedig weer. Hier een stevige zoen van je liefhebbende moeder, kop op…

een ferme zoen van Beekie dag 

Een en al zorgzaamheid, betrokkenheid en verlangen en ook dankbaarheid: ‘Ik ontvang hier zoveel liefde”. Deze brief is van 5 december 1943. Ze zit dan al een jaar gevangen. In het kamp noemen ze haar Beekie en häftling moeder omdat ze als oudere gevangene de jongeren onder haar hoede neemt. 

In Vught overleeft Barbera het bunkerdrama. In cel 115 worden 15 januari 1944 74 vrouwen gepropt in een ruimte van negen vierkante meter met nauwelijks verse lucht. De volgende ochtend, VEERTIEN UUR later, zijn tien vrouwen dood, één sterft later aan de gevolgen en enkelen worden krankzinnig. 

6 september 1944 zit Barbera opnieuw opeengepakt. Nu in een overvolle wagon met Vughtse gevangenen richting Duitsland. Het kamp Vught wordt in allerijl geëvacueerd omdat de geallieerden vanuit België oprukken. Ze wordt 50 op 7 september en komt de volgende dag aan in Ravensbrück. De omstandigheden zijn er abominabel. 

Maar zelfs de verschrikkingen van Kamp Ravensbrück overleeft mijn oma. Het verlangen haar kinderen en kleinkinderen terug te zien hield haar op de been zou ze later vertellen.

Op 23 april 1945 nemen de witte bussen en vrachtwagens van het Rode Kruis haar mee naar Zweden.  

In Skartås bij Gotenburg kunnen de overlevenden van Ravensbrück aansterken. Barbera zal tot 21 augustus in Zweden blijven en de 24ste sluit ze haar kinderen en inmiddels twee kleinkinderen in de armen. Twee jaar en ruim acht maanden na haar arrestatie. Samen met haar zoon gaat ze weer in haar huisje in de Cypresstraat wonen. De littekens van de oorlog, het gemis van haar man, zij zal ze de rest van haar leven met zich moeten meedragen. 

Voor zover ik weet is oma in het communisme blijven geloven maar zette ze zich niet meer actief in voor de CPN. Ze werd gewoon een leuke oma voor haar kleinkinderen, dat bleek wel uit de intro van Joop. 

En dan nog even dit. Rudi Harthoorn meldt op zijn website over de communistenjacht in de vijftigerjaren het volgende: Na de oorlog bleef de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst Barbera in de gaten houden. Voormalige Gestapo-medewerkers die tijdens de oorlog de dood van grote aantallen communisten veroorzaakten en na de oorlog in dienst van de Binnenlandse Veiligheidsdienst traden, registreerden haar als staatsgevaarlijk.

Van die trap na heeft oma hopelijk nooit geweten.

Barbera overlijdt in haar ouderenflat aan de Casparielaan op 30 januari 1976. Ze werd 81.

   

Hier de vertolking van 'Die Moorsoldaten' door kleinzoon Joop van Beek en Eugene Ligtvoet: