Raymond Taams - In kleermakerszit op het laminaat in mijn appartement genieten E. en ik van een broodje knakworst. Het gesprek gaat over seks, op een gegeven moment maak ik de opmerking: “Ik weet nog precies waar ik was toen ik hoorde dat een penis in een vagina kan, het was in de kleedkamer na gym, de stoerste jongen van de klas vertelde het ons”.

“Serieus, als Barry, zo heette de stoerste jongen van de klas, mij dit in groep zeven niet verteld had, was ik misschien nooit op het idee gekomen om geslachtsgemeenschap te hebben”, vervolg ik na een hap van mijn broodje.

“Mwoah, na miljoenen jaren evolutie zou het waanzin zijn dat Google of een klasgenoot zoiets beter weet dan je lichaam", merkt E. op. “Je hebt gelijk”, reageer ik, "ik overschat hier de rol van de informatiesamenleving."

U ziet het, lieve lezer: er komt alleen maar onzin uit mij, daardoor lukt het al weken niet om een Door Een Mens Geschreven Stuk Tekst te publiceren. Wellicht ben ik momenteel te gelukkig om te schrijven, verliefd wandelen E. en ik deze augustusdagen door een relatief verlaten, zonovergoten Utrecht.

Omdat E. fors jonger is, voel ik me dit jaar minder oud bij de aanblik van studenten in t-shirts van de Utrechtse Introductie Tijd. Maar wat moet u hiermee? Hopelijk komt het goed met mijn Nieuws030-redacteurschap, heb ik binnenkort weer iets zinnigs te melden.

Aan de andere kant: misschien zitten we collectief in een vacuüm, een soort stilte voor de storm, of, nog erger: een informatie-spiegelpaleis waar wij nooit meer uitkomen. Talloze keren verklaarde Donald Trump dit jaar dat de oorlog met Iran voorbij is, ‘Straat van Hormuz weer open’, koppen media telkens opnieuw.

Ik heb geen flauw idee of men op dit moment door de straat van Hormuz kan varen, bezit u deze kennis toevallig?