Door Jim Terlingen - Een Nijntje in een vliegtuigje, op weg naar een flatgebouw. Daarboven de woorden ‘nijn-eleven’. De afbeelding, een verwijzing naar de aanslagen van 25 jaar geleden, circuleerde jarenlang op het internet en leidde uiteindelijk tot een juridische strijd over de vraag hoe ver een parodie op het werk van de Utrechtse illustrator Dick Bruna mag gaan.

Bruna (1927-2017) en zijn bedrijf Mercis, dat de rechten op Nijntje beheert, traden op tegen verschillende Nijntje-parodieën die via weblogdienst punt.nl op internet waren verschenen. Daaronder bevond zich ook Nijn-eleven. De afbeelding leunde sterk op de omslag van het boek Nijntje vliegt.

In 2009 gaf de rechtbank Amsterdam Bruna en Mercis in het geval van nijn-eleven gelijk. Volgens de rechtbank was de afbeelding, afgezien van het toegevoegde flatgebouw, vrijwel een letterlijke kopie van de oorspronkelijke illustratie. Daarmee ging deze parodie volgens de rechter te ver.

In hoger beroep kwam het gerechtshof Amsterdam in 2011 echter tot een ander oordeel. Het hof vond dat nijn-eleven wél als toegestane parodie kon worden beschouwd. Door het flatgebouw en de tekst ‘nijn-eleven’ was volgens de rechters voldoende afstand ontstaan tot het oorspronkelijke werk. Bovendien was duidelijk dat de afbeelding humoristisch en ironiserend bedoeld was.

Daarmee werd nijn-eleven een interessant voorbeeld in de Nederlandse discussie over auteursrecht en parodie. Het auteursrecht beschermt het werk van Bruna, maar die bescherming is niet absoluut. Artikel 18b van de Auteurswet staat het gebruik van een beschermd werk toe voor een parodie, karikatuur of pastiche, zolang dat gebruik redelijk is.

Wie Nijn-eleven oorspronkelijk heeft gemaakt, is overigens niet duidelijk. De afbeelding circuleerde al jaren op internet voordat de rechtszaak werd gevoerd. De juridische procedure draaide dan ook niet om de onbekende tekenaar, maar om de verspreiding van de parodieën via punt.nl.

De uitspraak betekende dus niet dat Nijntje vogelvrij werd verklaard. Wel bevestigde het hof dat ook een zeer herkenbare bewerking van Bruna’s werk onder omstandigheden een toegestane parodie kan zijn.

Of het ook een smaakvolle parodie is, laat ik over aan het oordeel van de lezer.